Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Meijndert Ossekoot dood gevonden in de Pieter de Poepsteeg - Derde getuigenverklaring

Berichten uit het Oud Archief van Hoorn - Nr. 15
Oud Notarieel Archief Hoorn - Anno 1703

De onderstaande notariële akte is een zgn. attestatie of notariële getuigenverklaring. Een dergelijke akte werd vrijwillig opgemaakt, en was bedoeld om in een eventuele rechtszaak tot bewijs van feiten en omstandigheden te kunnen dienen. De attestatie werd opgesteld op verzoek van een belanghebbende, de zgn. requirant. De verklaring werd afgelegd door ooggetuigen van de betreffende feiten en omstandigheden. Zij worden in de akte aangeduid als de deposanten.
Naast de notaris en de deposanten waren op de zitting voorts twee zogenaamde instrumentele getuigen aanwezig, die erop moesten toezien dat de akte correct werd verleden (gepasseerd). Zij werden daartoe aangezocht door de notaris. Meer informatie wordt gegeven in het stuk "Attestatie-Uitleg" op deze site.

(De onderstreepte woorden worden aan het slot verklaard.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
De transcriptie van de tekst wordt voortgezet onder de afbeelding.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

p. 1
Op huijden den vierden Augusti anno seventien hondert
ende drie compareerden voor mij Jan Munt notaris
publicq bij den Hove van Hollandt geadmitteerdt, binnen
de stadt Hoorn residerende, ende voor de naerge-
noemde getuijgen Arent Christoffelsz Niethoff
geboortich tot Rij in de Oostzee ende wonende
tot Hem schoenlapper aldaer, out omtrent vijftich
jaren, ende heeft ten versoecke ende instantie van
Geertje Goorens huijsvrouw van Jan Reijndersz
Antinck, herbergier alhier, getuijgt en verklaert,
gelijck hij doet mits desen. Dat hij deposant op
Donderdach sijnde den twaelfden Julij deses jaers,
gekomen sijnde uijt de Beemster, alsoo hij met
de korf in 't plattelant gaet om schoenen
te lappen, ten huijse van den requirant is aenge-
gaen om wat toback te koopen, sijnde in de
agtermiddach de klock omtrent vier uren: alswan-
neer hij deposant, in 't voorhuijs van den requirant
aen de toonbanck, heeft geseten ende een pijp
toback geroockt: leggende sijn deposants korff
met sijn wandelstock in de stoepen welcke
wandelstock hebbende de dickte van een besem-
stock en niet wel soo lange, was gebroocken
ende door hem deposant met een dun touwtje
was omwonden egter soodanich dat men
met die stock weijnich konde verrigten
wegens des stocks swackheijt. op welcke tijt hij deposant
ten huijse van de requirant heeft gesien drie a
vier persoonen, sijnde uijt haer redenen dijckwerckers
met haer baes, bij welcke persoonen eene
die genaemt wierde Ossekoot, de welcke moeijte ende
questie sogt tegens ijder een van deselve per-
soonen tastende eijndelijck naer sijn mes
eijsende deselve Ossekoot de baes van de
dijckwerckers buijten de deur; die niet wijt kwam
(in de marge bijgeschreven) waerop ijmant van geselschap
met Ossekoot pluckhairden sodanich dat Ossekoot
agterover 't voorhuijs bij de hoeck van de sijdel deur
met sijn hooft op de kant van een water emmer is gevallen
dat sijn bloet agter in de neck bij sijn hals neerliep
waer nae de hospes van de huijse

p. 2
gent. Jan Reijndersz Antinck de voornoemde Ossekoot bij den
arm ten sijnen huijse uijtsette. alswanneer
deselve Ossekoot met een bloot mes sneed nae
Geertje Goorens toe die aen haer onderdeur
in 't voorhuijs stond ende deselve digt hield
doch daer op afweeck. voorts sneedt deselve
Ossekoot van buijten ter sijden de deur van 't
huijs van de requirante met gewelt de glasen
uijt en kort daer op is Jan Reijndersz Antinck
gekomen uijt de sijdeldeur van sijn huijs met
een stockschuijer ende daer mede geslagen heeft
nae Ossekoot die alsdoen ane de stoep stond
voor de regte deur van 't selve huijs van de
requirante doch heeft daermede Ossekoot niet
geraeckt maer misgeslagen soodanich dat
die stock op 't voorhooft van 't banckje
aen de stoep aen stucken was. Een weijnich
tijts daernae heeft hij deposant bevonden
een stuckje van sijn swacke stuckende stock
op de straet leggen: ende naedat alle
rusie over was en ijder nae huijs gegaen
is hij deposant mede nae sijn huijs naer
Hem gegaen. verklarende
(in de marge bijgeschreven) "wel te weeten dat
Jan Antinck in 't geheel geen bloot mes heeft gehadt,
ende in alles" niet anders
aen de voornoemde Jan Reijndersz Antinck te
hebben konnen bespeuren alsdat hij alle
ongemack uijt sijn huijs sogt te weeren
en niet anders in 't werck gestelt heeft voor
sooveel hem bekent is, als een man met
eeren behoort te doen gevende voor
redenen van wetenschap alle 't gene voorsz
klaerlijck gehoort gesien en bijgewoont
te hebben, Eijndigende sijne verklaringen
presenteerde deselve (des noots) nader te
bevestigen. Aldus gepasseert tot Hoorn
voorn. ter presentie van Sijmon Jansz

p. 3
ende Cornelis Olieslager als getuijgen hier
toe versogt

Ondergetekenden
Genfathers Van Niethoff (grotendeels onleesbaar)
Sijmon Jansz beelthouwer
Cornelis Olijslager

Mij present
Jan Munt
notaris publicq

Woordverklaringen
compareren - verschijnen
deposant - degene die een getuigenverklaring aflegt
geadmitteerd - officieel toegelaten en erkend
requirant - degene op wiens verzoek de getuigenverklaring wordt opgesteld
residerende - zitting houdende

Bron
Westfries Archief, Hoorn
Toegangsnummer 1685
Oud Notarieel Archief
Hoorn
Notaris Jan Munt
inv. nr. 2286

Transcriptie gemaakt door Frans Kwaad,
19 mei 2011