terug naar... home
Vereniging Oud Hoorn
Home
Vereniging Oud Hoorn    Oost-Indisch Pakhuis - Onder de Boompjes 22, 1621 GG Hoorn - Telefoon: 0229 - 27 35 70 - www.oudhoorn.nl
Vereniging
  • Adres
  • Contact
  • Organisatie
  • Van het bestuur
  • Lidmaatschap
Activiteiten
  • Documentatiecentrum
  • Kwartaalblad
  • Werkgroepen
  • Winkel
Stadshistorie
  • Ontstaan van Hoorn
  • Gevelstijlen
  • Wandelroutes
  • Gebouwen
  • Kerken
  • Bedrijven
  • Scholen
  • Wereldoorlog II
Diversen
  • Gestelde vragen
  • Oud Hoorn links
  • Copyright/colofon
  • Sitemap


Wereldoorlog II
- Wereldoorlog II -

Stem nu op Vereniging Oud Hoorn
Oost Indisch Pakhuis
Verenigingsgebouw
Oost-Indisch Pakhuis
RSS nieuws Nieuws
RSS nieuws Recent
RSS nieuws Activiteit

Uit de voorgeschiedenis van Oud Hoorn (3/8)

Stadhuis
In de 1901-1903 vond een restauratie plaats van de stadhuisgevel, in hoofdzaak bestaande in het van verf ontdoen van de zandstenen banden, beelden en versieringen. Burgemeester Zimmerman sprak er op 23 december 1901 in de commissie zijn leedwezen over uit dat het werk wegens geldgebrek niet met meer spoed ten einde kon worden gebracht. ‘Hij had zich afgevraagd of het ook op den weg der Museum-Commissie kon liggen bij den gemeenteraad aan te dringen op het toestaan van een grooter bedrag in 1902 voor het bedoelde werk, maar, kennende den toestand der stedelijke finantiën meent hij toch dat dit maar achterwege moet blijven. De andere leden achten eveneens inmenging der Commissie in deze aangelegenheid ongewenscht restauratie werd evenwel tot een goed einde gebracht en Brouwer concludeerde: ‘Hierdoor is dit merkwaardig monument zonder twijfel zeer veel in uiterlijk aanzicht verbeterd; wij spreken den wensch uit dat de thans helder gele kleur van den steen op den duur niet weder verloren zal gaan door den schadelijken invloed van ons vochtig klimaat.’

Grote Noord 40 en 61
In 1902 constateerde de commissie geen belangrijke verbouwingen of herstellingen aan antieke gevels in onze stad. ‘Gelukkig werden ook geen merkwaardige oude bouwwerken gesloopt’. Wel vreesde men voor de toekomst van het ‘interessant, ofschoon slecht gerestaureerd geveltje’ van Grote Noord 40. ‘Wegens bouwvalligheid en het verkrijgen eener andere bestemming is afbraak hiervan niet onwaarschijnlijk’. ‘Grote Noord 40 wacht op eene beslissing omtrent zijn lot’, lezen we nog in het verslag over 1903. Architect Van Reijendam kon de commissie op 1 juni 1904 meedelen dat dit geveltje, alsmede dat van de Gebr. Bloem aan het Grote Noord 61, onder zijn toezicht in de oude vorm zouden worden gerestaureerd. Hij oogstte hiermee applaus. Grote Noord 61 kreeg een nieuwe trapgevel.

Noorderkerk
Kerkmeijer vestigde in 1902 de aandacht van de commissie op de ‘zoo fraaie’ Noorderkerk, die dringend hier en daar restauratie behoefde. Burgemeester Zimmerman had daarover in het verleden op verzoek van Victor de Stuers al eens particulier aan de kerkmeesters geschreven; die brief betrof het van verf ontdoen van het tochtportaal en de wenteltrap, maar bleef zonder succes. De burgemeester achtte thans particuliere en mondelinge bespreking met de heer Van Hoolwerff, lid van de commissie èn kerkvoogd van de hervormde gemeente, de aangewezen weg in een poging om iets te verrichten in het belang van een restauratie van de kerk.

Oosterkerk
De Oosterkerk was jarenlang een bron van zorg voor de commissie. In 1903 vestigde Van Hoolwerff de aandacht op het enig overgebleven gebrandschilderde raam in de Oosterkerk, dat ‘in staat van ernstig verval verkeerende, reeds lang een punt van bespreking in de vergadering van kerkmeesters is geweest’. Deze hadden een bod van ƒ 3.000,- op het raam gekregen, alsmede een nieuw venster van gewoon glas. Een deskundige van het ministerie van binnenlandse zaken, om advies gevraagd, raadde de verkoop ten zeerste af wegens de historische en esthetische waarde. Daarop hebben kerkmeesters het bod van de hand gewezen, ook nadat het met ƒ 1.000,- was verhoogd. Inmiddels bleef de toestand van het raam zo slecht, dat een flinke storm het geheel zou kunnen vernielen. De kerkmeesters hadden nu besloten het raam aan de commissie aan te bieden in ruil voor een nieuw venster van gewoon glas voor ƒ 550,-. Het aanbod leidde tot een levendige gedachtenwisseling in de commissie. Omdat niet precies bekend was hoe de toestand van het raam was en in hoeverre herstelling ter plaatse mogelijk was, werd een commissie van onderzoek ingesteld, bestaande uit Van Hoolwerff, Kroon, Kerkmeijer en Van Reijendam. Van Reijendam bracht een kleine vier maanden later verslag uit. Totale vernieling van het raam behoefde zijns inziens in de naaste toekomst niet gevreesd te worden. Het metsel- en zandsteenwerk was nog in goede staat; bovendien bevond het raam zich aan de kant van een particulier erf, zodat ‘de kans op breking der glazen door steenwerpen’ niet groot was. De kwestie bleef rusten tot juni 1904.

 

<< Vorige   Volgende >>

 

Archivering
Overzicht
Kwartaalblad 1992/1
Uit de voorgeschie-
denis van Oud Hoorn
Leo Hoogeveen
(1) Pagina 28
(2) Pagina 29
(3) Pagina 30
(4) Pagina 31
(5) Pagina 32
(6) Pagina 33
(7) Pagina 34
(8) Pagina 35
info@oudhoorn.nl
© 2001-2012 Vereniging Oud Hoorn