Uit de voorgeschiedenis van Oud Hoorn (5/8)
Hoofdtoren
In de jaren 1905-1907 maken de jaarverslagen van het museum melding van de restauratie van de Hoofdtoren.
In 1905 onderging de voorgevel, die bouwvallig begon te worden en waarvan de top reeds eerder gerestaureerd
werd, een ‘degelijke’ herstelling wat het middengedeelte betreft. In 1907 was de restauratie, op een klein
onderdeel na, voltooid met de herstelling van de onderpui, ‘zoodat dit interessante 16e eeuwsche gebouw, op
zoo gelukkige wijze bekroond door het fraaie 17e eeuwsche kloktorentje, thans weder in al zijn schoonheid
daar staat, gereed om op nieuw den tand des tijds te trotseren en nog jaren lang de vreemde bezoekers naar
onze haven te lokken, welker ingang het reeds beschermde toen de geoefende strijders van den graaf van
Bossu tot hun schade en schande moesten ondervinden hoe, met heldenmoed en doodsverachting, vrijheid en
vaderland werden verdedigd door die stoere Westfriezen, van wier karakter en leven en streven, van wier
zeden en gewoonten en deugden - ondeugden, helaas ook - en handelsgeest en kunstzin ons museum meer en m
eer een volledig beeld moge kunnen geven’, zo draafde Adriaan Brouwer maar door in zijn verslag over 1907.
Veermanskade 2
Het verslag over 1905 vermeldt met waardering de bouw van een ‘pakhuisgevel in echt oud-Hollandschen stijl,
waarin zelfs de in lood gevatte ruitjes niet ontbreken’. Hoorn had er weer een trapgevel bij.
Kruisstraat 28
Het poortje van de Latijnsche School in de Kruisstraat, nu toegang gevend tot de tweede burgerschool en de
normaalschool, werd door de zorgen van het gemeentebestuur’ in 1906 gerestaureerd.
Doelenplein/Achter de Vest
Gemeentearchitect Faber deelde in 1908 mee dat het bovengedeelte van de muur tussen het Doelenplein en de
Vest zou worden afgebroken wegens bouwvalligheid. De toppen van de poortjes zouden dan ook moeten worden
afgenomen; hij zei ervoor te zullen zorgen dat de zandstenen zorgvuldig zouden worden opgeborgen.
‘Wederopbouwing van dat muurgedeelte was onraadzaam, daar de genoemde basreliëfs en ornamenten zoo verweerd
en gesleten zijn, dat ze alleen na een kostbare restauratie, die met eene vernieuwing zou gelijk staan,
weder op hun plaats konden worden gesteld’. Maar in 1910 kon de commissie met genoegen de dat jaar
aangevangen restauratie van de beide poortjes in de muur vermelden. Bij het bouwen van een nieuw
gemeentelijk gymnastieklokaal tussen de beide poortjes werden ze met gebruikmaking van de oude
zandsteenstukken in hun vorigen vorm herbouwd.
Waaggebouw
In 1908 hief de commissie een klaagzang aan over de toestand van het waaggebouw. De Namense steen waaruit
het gebouw was opgetrokken bleek niet bestand tegen het afwisselende Hollandse klimaat, ‘zoodat veel
blokken geheel verweerd zijn en uitspringende ornamenten neiging tot omlaag vallen vertoonen’. In 1912
en 1913 kon de restauratie eindelijk worden uitgevoerd onder leiding van architect Jos Cuypers uit
Amsterdam. Langdurige onderhandelingen tussen gemeente, rijk en provincie over de kosten van dit werk
hadden de uitvoering daarvan tot dan toe opgeschort.
In 1913 liet Adriaan Brouwer zich wat nuchterder uit over de voltooiing van de Waag dan hij dat zes jaar
eerder over de Hoofdtoren had gedaan. ‘Deze restauratie, waarbij tevens de moderne ijzeren marquise werd
vervangen door eene ouderwetsche houten hangluifel, waarborgt weder voor onafzienbaren tijd het behoud
van dit zeer fraaie en hoogst merkwaardige bouwwerk uit de eerste jaren der 17e eeuw’.
Kruisstraat 17
‘Onze stad had in 1910 het verlies te betreuren van weder een der weinige overgeblevene trapgevels
(Kruisstraat 17), die vooral merkwaardig was daar elk der trappen versierd was met twee blokjes zandsteen,
in plaats van met één, zooals gewoonlijk het geval is. Het bedoelde gebouw, dat in zijn benedenverdiepingen
uitwendig niets antieks meer bezat, verloor door het afbreken van den top zijn rijzig voorkomen en is nu
geworden tot een van die banale woonhuizen met een houten gootlijst, een dakvenster en een afgeschuind dak’.
De Barmhartige Samaritaan
Enige leden van de commissie hebben in 1910 C. Koeman, de nieuwe eigenaar van de ‘merkwaardige 17e-eeuwsche
boerenwoning in Westerblokker’, die wegens bouwvalligheid gevaar liep te worden afgebroken, gewezen op de
architectonische waarde van het gebouw en op de wenselijkheid het te bewaren en te restaureren. Koeman,
burgemeester van Blokker, gaf daar niet veel hoop op. Zijn Hoornse collega merkte op dat Koeman niet tot
sloop kon overgaan zonder daarvan vooraf kennis te hebben gegeven aan het rijk, waarvan ‘stellig’ subsidie
voor restauratie kon worden verwacht. In het jaarverslag over 1909 was Koeman - anoniem - omschreven als
iemand, ‘van wien men met rede kan verwachten dat hij, indien verbouwing onvermijdelijk blijkt het huis
zal doen restaureeren in zijn oude gedaante’.
‘Dit interessante steenen gebouw met zijn typisch trapgeveltje verdient in elk opzicht bewaard te blijven
als type eener bouwtrant die men in West-Frieslands dorpen slechts weinig aantreft’.
Meer horen we bij de commissie niet over de boerderij.
Kerkdaken
In 1913 wees Kerkmeijer op de fout die zijns inziens de laatste tijd gemaakt werd bij het herstellen van
de leien kerkdaken, waarbij de schuine leien werden vervangen door horizontale lagen. Van HooIwerff zegde
toe het college van kerkmeesters hierop te wijzen, Hij zag geen reden om de schuine leienlagen niet toe
te passen.




Nieuws