Uit de voorgeschiedenis van Oud Hoorn (7/8)
In april 1916 bleek dat Breed 20 niet bewaard kon blijven. Van de zijde van Heemschut waren nog pogingen
tot behoud gedaan, maar alles stuitte af op geldgebrek. Faber heeft het oude kozijntje en de gevelsteen
voor het museum gevraagd. De burgemeester had ook nog aandacht van de minister van Binnenlandse Zaken op
het gebouwtje gevestigd, maar kreeg ten antwoord dat zo lang de mobilisatie duurde geen subsidies voor
dergelijke doeleinden werden gegeven. ‘Photografien van ‘t geveltje zijn vervaardigd zoowel voor de
Regeering als voor ons museum’, aldus de secretaris van de commissie.
In zijn verslag over 1916 schreef hij nog: ‘De mooie 17e eeuwsche topgevel Breed 20, en het typische huisje
Onder de Boompjes 5, werden na van eigenaar te zijn veranderd afgebroken en vervangen, de eene door een
gewonen modernen gevel, het andere door een in zijn omgeving geheel misplaatst bouwgewrocht’.
Overtuinen Dal
Kerkmeijer sprak in januari 1916 als zijn wens uit dat de overtuinen aan het Dal in voortuinen zouden
worden veranderd door verlegging van de straat naar de zijde van de gedempte Turfhaven. Nu toch bomen in
de overtuin van het St. Pietershof door nieuwe worden vervangen zou het nu een geschikt ogenblik zijn om
deze ‘verbetering’ aan te brengen. Een aantal jaren eerder hadden de eigenaars dit als eens voorgesteld,
maar het gemeentebestuur had dit toen geweigerd. Debutade had op een brief hierover aan de regenten van
het St. Pietershof nog geen antwoord gekregen. Faber vond dat de ‘alsdan ontstane meerdere breedte van de
Gedempte Turfhaven voor kermis-terrein de Gemeente zeer te stade zou komen, nu de kermis-etablissementen
steeds grooter worden en meerdere bodem-oppervlakte eischen’. Hij verwachtte de meeste tegenstand van de
directeur van de Westfriesche Bank. Besloten werd het antwoord van het St. Pietershof aan Debutade af te
wachten.
In april liet Faber weten dat hij alle eigenaren van de overtuinen had gevraagd om medewerking om de
overtuinen in voortuinen te veranderen en daarover rapport aan b. en w. had uitgebracht. De meningen waren
verdeeld. Enige eigenaren waren bereid tot verplaatsing of verkoop, anderen wel tot verkoop maar niet in
ruil voor een aan hun huis grenzend stuk grond.
Een maand later klaagde Clarion er over dat er voor het St. Pietershof bomen waren geplant, die het zicht
op de voorgevel weer maskeerden. Verschillende commissieleden waren het hiermee eens, maar troostten zich
met de gedachte dat de nieuwe bomen lindebomen waren, die niet zeer snel groeiden en zo nodig konden worden
ingesnoeid. Bovendien was nog een totale verandering ter plaatse mogelijk ‘in verband met het opruimen van
de overtuinen in het Dal’.
Meer horen we hier niet over bij de commissie.
De Fraghtwagen
In 1910 bevond de Fraghtwagen aan het West zich in zeer slechte toestand; het pand was hoogst bouwvallig
en liep kans onbewoonbaar te worden verklaard. De commissie wilde dit in het oog houden.
Jaren gebeurde er niets. In 1916 kwam de Oudheidkundige Bond in Hoorn op bezoek en naar aanleiding daarvan
werd de ‘deplorabele toestand van het antieke gebouw’ opnieuw ter sprake gebracht. De eigenaar, P. Vlekke,
was niet ongenegen te restaureren, mits hem daarvoor subsidie kon worden gegeven.‘
Schottee de Vries meende dat een subsidie van ƒ 500,-, indien daarmee het gebouw te redden was,
nog wel bijeen te brengen zou zijn. Schermer zou het niet ongewenst achten dat, ‘met eenige speculatie op
Vlekkes ijdelheid’, de voorzitter zelf hem over de kwestie sprak. De burgemeester wilde dit gaarne ‘beproeven’.
In het najaar kreeg Faber opdracht van b. en w. een rapport uit te brengen omtrent de Fraghtwagen. De
commissie wilde eerst de behandeling daarvan in het college afwachten alvorens zelf stappen te ondernemen.
In november vroegen b. en w. advies aan de commissie betreffende de aankoop en restauratie van de Fraghtwagen
door de gemeente. Men verwachtte dat Vlekke er of niets aan zou doen of er een ‘goedkoope banale gevel’ voor
zou plaatsen. Vlekke bood het pand te koop aan voor ƒ 3.500,- en de kosten van vernieuwing van
de gevel, met behoud van de oude puibalk, en van enige herstellingen aan het interieur en aan de zijmuur
werden begroot op ƒ 950,-.




Nieuws