Van Wijk, weer een Hoornse zaak die verdwijnt

Van boenders en borstels tot leren tassen en ruiterspullen

Auteur: Femke Uiterwijk

In de eerste helft van onze eeuw stond het schoonhouden van alles wat zich in en om het huis bevond hoog in het vaandel van iedere vrouw. Of ze dat nu zelf deed of dat een dienstmeisje het vuile werk opknapte, geboend werd er! De stoep, de straat, de muren van het huis, de zoldering, ja, alles werd geschrobd. Vooral in de schoonmaaktijd. Dan werden er ook veel borstels nieuw aangeschaft. "Borstels?", zult u zeggen... Zeker, want voor elk hoekje en gaatje was wel een speciale boender in de handel verkrijgbaar. Niet alleen de huisvrouw stond allerlei modellen bezems en boenders ter beschikking, ook de boeren stuurden de bode naar de stad met de opdracht een dozijn nieuwe borstels mee terug te brengen. In die tijd werd nog iedere zaterdag het hele erf rondom de boerderij geschrobd! En wat dacht u van de spaken van de houten karrenwielen? Ook daarvoor was een speciale boender te krijgen.

In Hoorn kon men een kleine honderd jaar geleden voor al deze attributen terecht in de winkel van de heer Pieter Marinus van Wijk aan het Breed 25, nu hotel-restaurant De Posthoorn. Op de foto ziet u de eigenaar trots in de deuropening van zijn magazijn staan. En de hoeveelheid artikelen die in de etalage en ervoor op de stoep ligt, doet inderdaad denken aan die lang vervlogen tijd waarin de vrouw des huizes dagelijks met haar vinger langs elke richel ging om te controleren of er nog stof op lag. En... dat lag daar vast niet, want bladerend in de prijscourant van de firma Van Wijk uit het jaar 1905 vind ik daarin ettelijke soorten bezems, boenders en borstels. Alles in huis moet wel geblonken hebben. Er worden wel 12 soorten tapijtborstels vermeld en 9 verschillende raagbollen of halve manen. Ik kom tegen: koeborstels, biggetjes oftewel kleine stoffertjes, potloodborstels maar ook scheepsluiwagens, lepelvormige glazenwasschers, lampenpoetsers, straatbezems of balijnbezems, insmeerborstels en flesschenwisschers ( die gezien de spelling vast veel beter schoonmaakten dan die van tegenwoordig) Achter op de prijscourant staat ook nog dat het hier om een "Groothandel in Sponsen, Zeemleer, Dwijlen" ging.

Toen de heer Van Wijk zijn borstelfabriekje op 16 januari 1911 liet inschrijven in het Handelsregister onder de naam "De Arend" was hij al vanaf 1 maart 1900 bezig met het vervaardigen van borstels in zijn fabriek aan de Nieuwendam 42. Behalve de winkel aan het Breed 25, vanaf 1910 aan het Breed 34, had de firma ook nog een pakhuis in gebruik op de hoek van het Achterom en de Molsteeg. Op de zolder van dat pakhuis werden de borstels door een aantal werklieden in elkaar gezet. Het was wel vervelend dat het benodigde houtwerk helemaal uit Hoogezand in de provincie Groningen moest komen. Die houten modellen kwamen vaak te laat en dan kon er niet verder gewerkt worden. Omdat de bedrijfsleider de heer Homan dat maar knap lastig vond, stelde zijn baas, de heer Van Wijk voor een werkplaats te bouwen achter in de tuin van de winkel aan het Breed met de ingang in de Molsteeg. Een werkplaats waar het fabriceren van de houten modellen in eigen beheer kon worden genomen. De heer Van Wijk ging met dit voorstel akkoord en zo verrees in 1938 een nieuw gebouwtje aan de Molsteeg. Deze steeg loopt van het Achterom naar de Westerdijk. Er werd hard gewerkt in dit nieuwe fabriekje onder leiding van de heer Homan. Wel acht à negen mensen werkten van 's ochtends tot 's avonds zes uur en in de drukke schoonmaaktijd wel tot tien uur 's avonds om alle bestellingen klaar te krijgen! Het loon was niet hoog in die vooroorlogse jaren en bovendien afhankelijk van het aantal borstels dat per dag gemaakt werd; men werkte voor stukloon. Het was ook niet bepaald een gezond beroep, want de verschillende plantenvezels die nodig waren voor het 'beharen' van de boenders, veroorzaakten nogal wat stof. De plantenvezels kwamen veelal uit het buitenland: kokos uit Zuid-Amerika en paardenhaar helemaal uit China. Dat materiaal werd in de werkplaats opgeslagen in speciale vakken en dan bij gebruik afgesneden op een lengte van 32 cm. Vooral op zaterdag als het 'uitruien' ( het uitschudden van de losse vezels in de gemaakte borstels) plaatsvond, moesten de ramen wel open gezet worden! En het vullen van de gaten in de houten modellen met de diverse vezels maakte dat de vingers van de werklieden stuk scheurden... 's Avonds deed men daar dan maar groene zeep op, want de volgende dag moest er weer gewerkt worden. Later gebeurde dit vullen van de borstels met vezels op halfautomatische wijze; de aankoop van een aantal machines maakte dit mogelijk. Alleen het verschuiven van het hout voor het vullen van het volgende gat gebeurde toen nog met de hand.
Na de Tweede Wereldoorlog was er niet meer zo'n behoefte aan al die soorten huishoudborstels. Het huishouden werd gemoderniseerd; de stofzuiger nam het werk over. De heer Homan ging zich steeds meer toeleggen op de fabricage voor de industrie, bijvoorbeeld de borstelgarnituur van de firma Scholten, gevestigd aan de Gouw: een spiegel in het midden met aan weerszijden een kleer- en een haarborstel. Of de tafelschuier die toen erg in de mode was.

In 1939 werd de winkel en groothandel in borstels verplaatst van het Breed naar het Grote Noord, nu onder leiding van de zoon Piet van Wijk. De panden nummer 86 en 88 waren aangekocht. In deze panden was tot dan toe de boekhandel/drukkerij en uitgeverij van de familie Vermande gevestigd. Een grote verbouwing volgde. Er werd vergunning gevraagd om op de plek van de nummers 86 en 88 een geheel nieuwe woon- en winkelpand te bouwen in roodbruine baksteen met verdiepte voeg en een erker. Een ontwerp van architect H.J.Hermans. Ook kwam er toestemming een 'gevelsteen' aan de gevel te plaatsen in de vorm van een bronzen arend, de vogel die als herkenningsteken, als briefhoofd, van de firma werd gebruikt en die sindsdien met uitzwaaiende vleugels boven op de erker op het winkelende publiek neerkijkt.
De verkoop begon weer in november 1940.Eerst werden de voorraden die er nog waren verkocht. Per slot van rekening was het oorlog. De aanvoer van nieuwe artikelen was schaars. Toen dat weer mogelijk was, breidde de handel zich uit. Ook hengels, rieten koffers en lederwaren, zoals koffers, tassen en leren handwarmers voor op het stuur van de fiets gingen op verzoek van mevrouw Van Wijk deel uitmaken van het assortiment.
Vanaf 1957 was (klein)zoon Ruut van Wijk werkzaam in het familiebedrijf. In 1959 werd de winkelopper vlakte uitgebreid door het aankopen van Grote Noord 84. Op de begane grond was nu een winkelruimte die bijna drie panden besloeg en op de verdieping werd gewoond. Ook nu, 19 jaar later, werd architect H.J. Hermans opnieuw ingeschakeld om de voorgevel van Grote Noord 84 in dezelfde stijl aan te laten sluiten bij de nieuwbouw van 1940: roodbruine baksteen met een verdiepte voeg.
De winkel en groothandel in borstels had tot die tijd kunnen rekenen op veel klanten in heel Noord-Holland, maar in de zestiger jaren kromp hun aantal drastisch in. De borstelverkoop stagneerde. De naam 'de Arend' werd veranderd in de familienaam 'Van Wijk'. Ruut van . Wijk had nu de leiding.
In 1976 werd het monumentale pandje Nieuwe Noord 29 bij de winkel gevoegd. Dit pandje is omstreeks 1870 door de Hoornse architect A.C.Bleijs gebouwd voor de drukkerij van de firma Vermande.
Door de achtergevel van dit huisje te slopen werden er weer enkele vierkante meters aan de winkeloppervlakte toegevoegd.

Ook werden in datzelfde jaar de portiek en de aparte opgang van nummer 84 bij de winkel betrokken.
De liefhebberij van Ruut van Wijk, de ruitersport, maakte dat er vanaf de jaren zeventig ook artikelen werden verkocht die met deze sport te maken hadden. Ze stonden opgesteld in een kamer op de eerste verdieping, bereikbaar via een spiltrapje. Zo voegt iedere generatie Van Wijk zijn eigen liefhebberij aan het assortiment toe. Toen achterkleindochter Hanneke Coffeng in 1986 de leiding nam, begon ze naast de verkoop van lederwaren met een afdeling keramiek. Door grote concurrentie van de tuincentra liep de verkoop daarvan na een goede start achteruit.
Nu is de winkel gedoemd te verdwijnen.Dat ligt zeker niet aan het assortiment, dat nog voor een groot deel bestaat uit lederwaren. De kleine etalage links van de ingang wordt nog altijd gebruikt voor het etaleren van paardensportartikelen. Nu, half november, staan veel van deze artikelen in de aanbieding.Maar iemand in de familie Van Wijk die het bedrijf voort kan zetten, is er niet. De lederwarenverkoop wordt overgenomen door de firma Van Os Lederwaren, die vanaf februari 2004 in een kleiner pand aan de Gedempte Turfhaven de verkoop voortzet. Dan is wederom een bekende Hoornse middenstandsnaam uit het Hoornse centrum verdwenen. Hopelijk slaat de bronzen arend nog lange tijd zijn vleugels uit boven het Grote Noord. Dat geeft nog een klein beetje cachet aan deze winkelketenstraat.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Kwartaalblad van Oud Hoorn, december 2003