Karin Wester
Firma Wester's Bouw- en Timmerbedrijf, Keern 176-180 Zwaag/Hoorn is een uniek bedrijf binnen de grenzen van Hoorn. Een bedrijf waar al bijna 75 jaar lang op ambachtelijke wijze houten speelgoed gemaakt wordt.
Wester is een naam die wel meer voorkomt in West-Friesland. Hoorn is de hoofdstad
van deze streek. Al uit mijn middelbareschooltijd ken ik de
timmerfabriek van Wester aan het Keern, ik kwam er eind jaren zestig
bijna dagelijks langs op weg naar school. Opvallend waren de grote
hobbelpaarden, zichtbaar in de grote uitgebouwde etalage op de eerste
verdieping. Omdat ik meestal in de bus zat, kon ik ze goed zien.
Voor mijn werk in het Westfries Museum houd ik mij o.a bezig met speelgoed en
de geschiedenis daarvan. Van mijn vader, die als kind wel eens bij de timmerfabriek
geweest was hoorde ik dat er misschien vroeger poppenhuizen gemaakt zijn, mijn
grote passie. Bovendien hadden we dezelfde achternaam, nog een rede om nieuwsgierig
te zijn naar de geschiedenis van dit bedrijf. Volkert Wester vertelde mij over
de geschiedenis van het bedrijf.
Ter introductie eerst even wat algemene gegevens over de speelgoedproductie in Nederland.
Nederland heeft als speelgoedproducerend land nooit een rol van enige betekenis gespeeld. Daarvoor lag Nederland te dicht bij Duitsland. Duitsland, met Neurenberg als centrum van de speelgoedindustrie en -handel, was sinds de 16e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog het land waar het meeste speelgoed van de hele wereld geproduceerd werd. Degelijk, aantrekkelijk en goedkoop speelgoed, speelgoed dat voor een belangrijk deel via Nederland geëxporteerd werd naar o.a. Engeland en Amerika. Eenvoudige, in Duitsland gemaakte, houten poppen worden in Engeland "Dutch dolls" (Hollandse poppen) genoemd, omdat ze daar dachten dat de poppen in Nederland gemaakt werden.
Vanwege de grote aanvoer van Duits speelgoed was het voor Nederland niet lonend om zelf op grote schaal speelgoed te produceren. De Nederlandse speelgoedindustrie heeft alleen tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de import van Duits speelgoed bijna stilgelegd werd, een korte, bescheiden bloeiperiode doorgemaakt.
Het verhaal van Volkert Wester
Het timmerbedrijf is in 1927 onofficieel en in 1930 officieel opgericht door de vader van Volkert, Nicolaas Wester, een boerenzoon uit Spanbroek. Het timmeren zat hem in het bloed, ook zijn grootvader was timmerman. Hij trok naar Hoorn in de hoop bij de bouw van het nieuwe St. Bonifatius Missiehuis aan de Provincialeweg werk te kunnen vinden. Het loon wat ze hem konden bieden was niet hoog genoeg, maar de helft van wat hij gewend te verdienen Hij moest naar ander werk uitkijken.In Zwaag aan het Keern (toen 279-280), tegenover boerderij de "Gare Goedsboagard",
bezat bakker Knip een nogal aan onderhoud toe zijnde woning met bakkerij. Op
verzoek van de bakker knapte hij woning en bakkerij op. De kosten liepen zo
hoog op dat de bakker de timmerman niet kon betalen en aan de timmerman vroeg
of hij huis en bakkerij niet van hem over wilde overnemen. De aankoop vormde
de officiële start van het timmerbedrijf: "N. WESTER Electrische Timmerwinkel
KEERN, - ZWAAG'.
Moeder Anna Wester-Schoutsen heeft nog tot voor kort in de
woning, ooit de woning van
bakker Knip, aan het Keern gewoond. In augustus 2000 is zij, op 96 jarige
leeftijd, verhuisd naar Avondlicht.
De eerste maanden in Zwaag verdiende Nic. Wester zijn brood met het maken van knijperbakken en andere huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Naderhand werden hokken voor kippen, varkens en ander kleinvee en boerengereedschappen aan het assortiment toegevoegd. Van het afvalhout maakte hij speelgoed. Geen enkel nog bruikbaar stukje hout werd weggegooid. Vaak werd het speelgoed gemaakt in een stille tijd, als er weinig andere opdrachten waren. Zo kon hij toch aan het werk blijven. Hij moest hard werken en verdiende weinig, het was de Crisistijd.
In de beginperiode verkocht Nic. Wester o.a. papbakken (voor veevoer) aan Japie Blokker (de grondlegger van het Blokkerconcern), een slimme jongen volgens Wester. Jacob Blokker reed, voor hij naar zijn eigen winkel ging, eerst op de fiets langs zijn concurrenten om daar de prijzen te bekijken. In zijn eigen zaak prijsde hij de goederen dan net iets lager. In plaats van aan Jacob Blokker verkocht Wester liever rechtstreeks aan particulieren. Om de aandacht van het koperspubliek te trekken werd al snel de opvallende etalage op de eerste verdieping aangebracht.
Om zijn afzetgebied te vergroten kocht Nic. Wester een auto. Met deze auto ging hij met zijn producten de boer op. Hij trok heel Noord-Holland door, in de zomermaanden met boerengereedschap en in de herfst, zo tegen Sinterklaas, met speelgoed. In de Noord-Hollandse dorpen en steden verkocht hij als zijn eigen vertegenwoordiger.
In de jaren dertig werden door Nic. Wester regelmatig advertenties geplaatst in het Dagblad voor West-Friesland onder het motto "Zoekt uw voordeel!". Deze tekst stond ook op een bord aan de voorgevel. De goederen waren "uit voorraad" leverbaar.Het bedrijf groeide. Op een gegeven moment werd gewerkt met een man of tien aan personeel.
In eerste instantie kocht Nic. Wester zijn hout bij een houthandel, bij Dekker of
te wel "Loonzagerij de Vriendschap" in Monnikendam. Later ging hij over tot het kopen van
bomen.
Eens in de zoveel tijd hield het Waterschap Drechterland een verkoping van
wegbomen, iepen. De te verkopen bomen werden van een nummer
voorzien. De verkoping werd gehouden
in een café.
De koper kocht een aantal bomen in een rij. Hij moest de bomen
zelf in de winterdag rooien, omzagen met een trekzaag, wat soms uren in beslag
nam.
De gerooide bomen werden een jaar gewaterd bij Dekker in Monnikendam, waarna ze
door Dekker tot planken verzaagd werden en nat naar Wester aan het Keern
gebracht werden. Daar werden de planken opgestapeld met latten ertussen om ze
een jaar of vier, vijf te laten drogen voor ze gebruiksklaar waren.
Tijdens het
droogproces moesten de planken goed in de gaten gehouden worden. Eventuele
schimmelvorming moest verwijderd worden.
Nic. Wester ging er ook toe over om bomen van boeren en tuinders te kopen. Hij heeft heel wat tuinbanken geleverd in ruil voor bomen. Om deze bomen, over het algemeen fruitbomen, zelf te kunnen wateren heeft hij een deel van zijn erf af gegraven. En om de bomen tot planken te kunnen verzagen kocht hij een bomenzaagmachine.
Nic. Wester en ook later zijn zoon Volkert Wester zorgden er altijd voor een grote hoeveelheid hout in voorraad te hebben. Met een grote houtvoorraad grepen ze nooit mis en konden ze altijd snel aan de vraag voldoen. En het liefst werkten ze met hout van bomen die ze zelf gerooid hadden, omdat ze dan precies wisten hoe het hout zou werken.
Het assortiment werd steeds verder uitgebreid. Inmiddels werd alles wat in een boerenbedrijf nodig was gemaakt, tot fruitladders en mestkruiwagens toe. Van een mestkruiwagen, waarvoor grote plakken hout uit het dikste deel van een boomstam gebruikt werden, kwam veel afvalhout dat gebruikt kon worden voor de productie van speelgoed. Ook op het gebied van de huishoudelijke artikelen werd van alles geproduceerd. Op twee reclamefoldertjes, uit de jaren dertig en van vlak na de oorlog, wordt aangegeven wat het bedrijf allemaal kon leveren. Op de voorkant van de folder uit de jaren dertig wordt een opsomming gegeven van al het speelgoed dat door Nic. Westers Electrische Timmerwinkel geleverd werd. Hieruit blijkt dat het aanbod behoorlijk gevarieerd was.
Sommige stukken van het hier genoemde speelgoed hebben mijn
nieuwsgierigheid nog meer geprikkeld.
Wat te denken bijvoorbeeld van
"Beweegbare hondjes", of van "Olifant- en koebeesten", of van
"stroomlijn poppenwagens" ?
De op de folders genoemde kinderhobbels en ook strandwagens worden nog steeds gemaakt. Van het andere speelgoed zijn de mallen nog aanwezig. Het zou zo weer gemaakt kunnen worden.
De beweegbare houten hondjes waren een goedlopend product volgens zoon Volkert. Ter gelegenheid van een middenstandstentoonstelling stond er een danstent tegenover Krop. Een danspaar had een net gekocht beweegpaar hondje meegenomen op de dansvloer. Na het zien van het danspaar met het hondje wilden ook alle andere dansers zo'n hondje hebben.
Een deel van het door Wester gemaakte speelgoed komt overeen met speelgoed dat staat afgebeeld in een bewaard gebleven, uit de jaren dertig daterende verkoopcatalogus van de "Fa. GEBR. PLOMP & Zn. – WADDINXVEEN".Het assortiment van Wester sloot aan bij het Waddinxveense assortiment. Onder het in de verkoopcatalogus afgebeelde speelgoed vinden we ook een duwpaard, een autoped, een sulky en het beweegbare hondje. Nic. Wester maakte ze net zo. Hij kocht wel eens een stuk speelgoed in Wadddinxveen om het na te maken. Aan de andere kant gebeurde het ook wel dat hij een opdracht kreeg voor het maken van speelgoed uit Waddinxveen, omdat een fabriek daar niet aan de vraag naar een bepaald stuk speelgoed kon voldoen. En als Nic. Wester zelf op korte termijn een bepaald stuk speelgoed nodig had omdat daar veel vraag naar was en hij geen tijd had om het zelf te maken, dan bestelde hij dat stuk speelgoed in Waddinxveen. Vanwege de contacten over en weer is het niet verwonderlijk dat het speelgoed van Wester op het speelgoed uit Waddinxveen leek.
Het speelgoed werd door Nic. Wester en zijn personeel in grote aantallen gemaakt, een oplage van duizend stuks was geen uitzondering. Alleen bokkenwagens werden op bestelling gemaakt. Van de duwpaarden zijn vele duizenden stuks gemaakt. Knecht Quirinus Botman stond soms wekenlang niets anders als "bassies", paardenlijven, achter de draaibank te draaien, paardenlijven met een rond kontje, waarin naderhand een gaatje geboord werd voor een stukje touw dat diende als paardenstaart. De lijven werden gedraaid uit boomtakken, die daarvoor precies de juiste dikte hadden. Ook de "deuten", assen, voor wielen werden uit takken van de juiste dikte gedraaid.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op last van de Duitse bezetter door de dienst "De Gemachtigde voor de Prijzen" het "Prijsvoorschrift 1943 Speelgoederen" vastgesteld (Nederlandsche Staatscourant 30-7-1943). Fabrikanten moesten bij bovengenoemde dienst een kenteken aanvragen en goedkeuring aanvragen voor de verkoopprijs. De vastgestelde prijs en het kenteken moesten op het speelgoed aangebracht worden en van de vastgestelde prijs mocht niet afgeweken worden. De dienst probeerde met het prijsvoorschrift de prijzen in de hand te houden en zwart handelen tegen te gaan. Maar hierdoor kon men ook op het spoor komen van illegale productie door bijvoorbeeld onderduikers, die door het maken van voornamelijk kleine voorwerpen, als speelgoed, probeerden in hun eigen onderhoud te voorzien.
Nic. Wester weigerde het verplicht gestelde kenteken op het speelgoed aan te brengen. Om die reden werd, na een controle, een grote partij speelgoed ter waarde van Fl. 12.000,-- in beslag genomen.
Gelukkig werd de tussen het speelgoed verstopte radio niet in beslag genomen. Toen de controleurs aan de deur kwamen was Nic. Wester niet thuis. Zijn vrouw wist hem te waarschuwen. Om de controleurs af te leiden bood hij aan zelf mee te helpen met het weghalen van het speelgoed. Zodoende kreeg hij de kans de radio op een andere plek te verstoppen.
Tegenwoordig wordt alleen blankhouten speelgoed verkocht. Vroeger werd het speelgoed geverfd. Dit gebeurde meestal door een schilder, omdat Nic. Wester daar zelf geen kijk op had. Wel deed hij zelf de kinderkruiwagens. Die werden van buiten in de lijnolie gezet en van binnen rood geverfd. De zwaanhobbels werden wit geverfd met een rode snavel en met blauw voor extra tekening. Beesten werden in hun natuurlijke kleuren geverfd, een paard in bruin, zwart en wit. Het wit, om het paard te schimmelen, werd met een kwast gestempeld. Eerst werd het schilderwerk uitbesteed aan een schilder buitenshuis, later had het bedrijf een vaste schilder in dienst en in de bloeitijd had het bedrijf zelfs twee vaste schilders in dienst.
Helaas werd het speelgoed niet gemerkt, maar Volkert Wester heeft over de hele wereld door zijn vader en door hem zelf gemaakte kinderhobbels en bolderwagens teruggevonden.
In een museumboerderij in Friesland, "De Izeren Kou" in Allingawier, onderdeel van de Aldfaers Erf Route, zag Volkert Wester nog niet zo lang geleden allerlei door zijn vader gemaakt boerengereedschap terug.
In 1974 nam zoon Volkert Wester, na het overlijden van zijn vader, het bedrijf over. Hij zette het bedrijf voort naast zijn eigen aannemersbedrijf. Zijn jongere broer Sjaak kwam bij hem in dienst. Zeker na 1974 was het aanneemwerk hoofdzaak en was het maken van speelgoed (en gereedschappen) bijzaak, maar de productie van speelgoed is nooit helemaal stopgezet. De Westers hadden veel te veel plezier in het maken van hun degelijke speelgoed, dat meerdere generaties mee gaat. En om hun plezier in hun werk niet te bederven werden er door Volkert en Sjaak Wester nooit grote hoeveelheden tegelijk van een bepaald stuk speelgoed gemaakt, nooit meer dan zo'n honderd stuks.
In 1981 werden Volkert Wester en zijn zoon Jan Wester, vertegenwoordigers van het enige op ambachtelijke wijze speelgoedproducerende bedrijf in Nederland, door Paul Huf gefotografeerd voor een reclamecampagne voor de "ambachtelijke" bierbrouwer Grolsch.
Naar aanleiding van deze foto heeft het bedrijf een paar keer bezoek gehad van de krant. Hierdoor en vooral door het verschijnen in het televisieprogramma van Mies Bouwman "Dit is uw leven" (1984/1985), waarin een beeld geschetst werd van het leven van Paul Huf en waarin Volkert en zijn zoon in werkkleding en met een kinderhobbel in de hand optraden, nam de belangstelling voor het kinderspeelgoed ineens enorm toe, zo erg dat ze soms 's nachts door moesten werken om aan de vraag naar met name kinderhobbels te voldoen.
Helaas zit er geen toekomst meer in het bedrijf. De nieuwbouw van Hoorn heeft het bedrijf ingeklemd. Het Keern is van een belangrijke doorgaande weg veranderd in een doodlopende weg. Bovendien zijn de milieueisen zodanig veranderd, dat het voor het bedrijf niet meer mogelijk is om houtresten te verbranden om de verwarming draaiende te houden. Houtresten zijn in ruime mate voorhanden, overschakelen op een andere brandstof zou een enorme extra kostenpost betekenen. Ook heeft geen van de drie zoons van Volkert Wester interesse in de overname van het bedrijf. Ze zijn elk hun eigen weg gegaan.
Toch zijn Volkert Wester en zijn broer nog regelmatig in de werkplaats te vinden en wordt er in de winkel, verbonden aan Wester's Bouw- en Timmerbedrijf aan het Keern, nog steeds speelgoed verkocht.
Mijn vraag, hoe zagen die poppenkamers of poppenkeukens eruit, is nog steeds niet bevredigend beantwoord. Wel vertelde Volkert Wester me dat hij ook wel poppenhuizen gemaakt heeft. Eenvoudig vormgegeven poppenhuizen, gemaakt van plaatmateriaal, die door de kopers zelf verder aangekleed moesten worden. Zou er nog iemand zijn die een door Nic. Wester gemaakte poppenkamer, of ander op de folders genoemd speelgoed, bijv. de "stroomlijn poppenwagen" bezit?
Karin Wester
Medewerker Westfries Museum Hoorn
Met dank aan Volkert Wester
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Kwartaalblad Oud Hoorn, september 2001