Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Gedigitaliseerde boeken - (1)



Boek - Geschiedenis der Kerkhervorming te Hoorn (1866)

Geschiedenis der Kerkhervorming te Hoorn (1866)


Auteur
J. A. Snellebrand, Theol. Doct. en Predikant der Hervormde Gemeente te TWISK.
Jaar
1866
Ex Libris
Harm Stumpel

 

Toen Maarten Luther op den 31sten October 1517 zijne vijf en negentig stellingen tegen den aflaat te Wittenberg had afgekondigd, werden dezen door geheel Duitschland verbreid, in voor die dagen ongeloofelijk korten tijd. Weldra waren ze ook verre over de grenzen van dat land gebragt. Hieruit blijkt genoeg, welk eene levendige belangstelling dit koen verzet tegen een schreeuwend misbruik opwekte. Met stilzwijgen ga ik voorbij wat hierna volgde, en herinner slechts met een enkel woord aan hetgeen voorviel op den Rijksdag te Worms, 17 en 18 April 1521. De woorden, door Luther dáár gesproken , met echt Duitsche, kloeke rondborstigheid, met den ernst der overtuiging, weerklonken heinde en verre en zetten het zegel op hetgeen hij openlijk en in geschrifte had verklaard, en openbaarden zijn onverzettelijk voornemen om, met Gods hulp, te strijden voor de Evangelische waarheid en voor de vrijheid des gewetens.
Van dien tijd af begin ik mijn verhaal, want sedert te Worms de rijksban over Luther werd uitgesproken, werden ook hier te lande de eerste placcaten tegen de ketterij uitgevaardigd.
Elders kan men uitvoerig vinden opgeteekend, hoe de beweging, in Duitschland ontstaan, ook in de Nederlanden weerklank vond , ja, hoe de Nederlanders zelven reeds voorlang krachtig hadden medegewerkt tot voorbereiding eener gebeurtenis, die zoo groote en gezegende gevolgen had als de kerkhervorming der 16de eeuw. De brandstof lag ook hier gereed, er was slechts weinig noodig om die te ontsteken. Velen, zoowel in de Noordelijke als in de Zuidelijke Nederlanden, waren de heerschappij der geestelijkheid moede
en reeds meermalen had men zich krachtig verzet tegen de uitbreiding van de magt en de voorregten, welke de geestelijkheid zich aanmatigde. Vooral de kloosterlingen genoten veelal weinig achting bij de menigte, terwijl nadenken en onderzoek menigeen deden gevoelen dat er veel in de Kerk was wat verbetering behoefde.

Etc...