Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Jacobus Tyras (1593-1638)

Jacobus Tyras (1593-1638)

Geboren: omstreeks 1593 te Antwerpen.
Overleden: 3 september 1638 te Hoorn.
Ouders: niet bekend.
Studie: theologie te Leuven.
Wijding tot diaken: 1607 te Leuven.
Priesterwijding: jaar niet bekend.
Beroep en functies: RK priester in de Orde der Minderbroeders, O.F.M. (Ordo Fratrum Minorum, orde der franciscanen), pastoor te Hoorn 1622-1638.

Holland als missiegebied

Jacobus Tyras werd geboren omstreeks 1593 in Antwerpen. Hij trad al jong toe tot de Orde der Minderbroeders (franciscanen) en studeerde theologie in Leuven. In 1607 werd hij tot diaken gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij lector in de theologie te 's Hertogenbosch. In 1620 werd hij naar de Hollandse missie gezonden.

Het was de tijd waarin de Reformatie vaste voet had gekregen in de noordelijke Nederlanden. De Nederduitsch Gereformeerde Kerk was in 1579 de dominante kerk geworden in de gewesten die de zijde van de Prins hadden gekozen in de Opstand tegen de Spanjaarden. De NGK was geen echte staatsgodsdienst, maar werd wel publiekelijk bevoorrecht ten opzichte van andere godsdiensten, zoals het katholicisme. In 1581 werd de katholieke eredienst verboden in de Republiek. De bisdommen werden opgeheven en in 1622 werd de Republiek tot missiegebied verklaard. Parochies bestonden niet meer en waar een katholieke kerkelijke gemeenschap ontstond heette deze voortaan statie, afgeleid van missiestatie. De kerkgebouwen waren in gereformeerde handen overgegaan en het katholieke kerkelijke leven speelde zich af in zgn. schuilkerken.

Dit was de wereld waarin pater Tyras terechtkwam, toen hij in 1620 naar de Hollandse missie werd gezonden. Hij werkte met vrucht in verschillende plaatsen, met name te Oudewater en te 's-Gravenhage, waar hij gevangen werd genomen. Na zijn vrijlating, zich niet meer veilig voelend, trok hij verder naar het noorden, en vestigde zich in de nabijheid van Hoorn. Advocaat Bobbeldijk huisvestte hem vervolgens in de stad zelf, totdat de pater met oogluikende toestemming van de magistraat een eigen bedehuis bouwde.

Schuilkerk ‘De Drie Tulpen’

In 1632 bracht Tyras de rijke glazenmaker Claes Pot ertoe een huis aan het ‘Oude Noort’ te laten kopen en in te richten als ‘vergaderzaal’, een schuilkerk dus. De kosten bedroegen 5600 gulden. De katholieken in Hoorn en omtrek hadden de benodigde gelden bijeengebracht. Het huis had de naam ‘De Drie Tulpen’. Tyras bewoonde er zelf een simpele kamer. De verbouwing van het huis leidde tot grote verontwaardiging onder de protestanten. Toch werd het in vrede voltooid. In Hoorn was het goed toeven voor de meeste priesters. Er heerste rust en verdraagzaamheid. Dat was wel anders in het woelige Schagen. Pater Tyras bezocht met voortdurend levensgevaar omliggende plaatsen, waaronder Schagen, waar hij in een schuur op het Noord (de bakermat der toekomstige minderbroederstatie aldaar) godsdienstoefeningen hield.

In 1627 deed hij in Hoorn een openbare duivelbezwering, welke door predikanten vergeefs was beproefd en waarvan notaris de Prendre een officieel proces-verbaal opmaakte.

In ‘De Drie Tulpen’ besteedde pater Tyras grote aandacht aan de vieringen. 's Zondags voor de vespers repeteerde hij met de koorzangers; daarbij bewezen zijn mooie stem en zijn kennis van muziek en orgelspel goede diensten. Soms zong hij na de heilige mis zelf enkele liederen; iedereen bleef dan geboeid en gesticht luisteren. Hij heeft ook enkele verenigingen opgericht, zoals de Derde Orde (een groep van leken die zich de leefregel van Sint Franciscus eigen maakte) en een jongemeisjesvereniging ter ere van Onze Lieve Vrouw ter Nood. We zouden de laatstgenoemde best de eerste meisjescongregatie kunnen noemen. Zelf had hij een leefregel voor hen geschreven, die nog bewaard gebleven is. Hij gaf onderwijs aan de kinderen, bezocht zijn gelovigen zo vaak hij kon, had veel aandacht voor zieken en oude mensen en trachtte natuurlijk ook anderen te bekeren tot het ‘ware geloof’. Onder zijn pastoraat bloeide het kerkelijk leven. Dagelijks woonden meer dan honderd mensen de heilige mis bij, ‘een getal dat vroeger zelfs op Zondag niet bereikt werd.’

Hij hield, zeker reeds vóór 1625, over Christus' tegenwoordigheid in het heilige sacrament des altaars een twistgesprek met de remonstrantse predikanten Dominicus Sapma en Samuel Lansbergen, die ten slotte, volgens vooraf bedongen bepaling, schriftelijk en eigenhandig hun nederlaag moesten erkennen. Omstreeks 1630 disputeerde hij weder met een andere predikant over de rechtvaardigmaking.

Maria van Hoorn

In 1636 wordt een devotiebeeld van Maria van Hoorn vermeld. Het zal enige jaren daarvoor in de schuilkerk ‘De Drie Tulpen’ zijn geplaatst. De piëta (Maria die in lijdensnood de dode Christus op haar schoot houdt) in het stiltecentrum van de HH. Cyriacus- en Franciscuskerk is naar alle waarschijnlijkheid dezelfde als het beeld, dat zich in de schuilkerk bevond en waaraan in 1636 en 1637 twee miraculeuze genezingen werden toegeschreven. In een 17e-eeuwse bron wordt het een wonderdadig beeld van de Moeder van Smarten genoemd, bijgenaamd O.L. Vrouw ‘Ter Noodt’. Genoemde bron is een los velletje met aantekeningen van de hand van pater Mathias Craghs, overgeschreven uit de bijbel van pater Tyras die in genoemde jaren de statie bediende. Craghs zelf werkte er van 1687-1719. De ene genezing overkwam een vrouw die aan vallende ziekte leed en anderhalve dag voor dood neerlag. Zij was onverwachts weer hersteld nadat men de gelofte gedaan en ook vervuld had om een bezoek te brengen aan het beeld. De tweede genezing betrof twee leprozen in de vasten van 1637. Uit een andere bron blijkt, dat er ook na het overlijden van Tyras, die een zekere faam genoot om zijn therapeutische gaven, genezingen plaatsvonden. Op 6 oktober 1641 verklaarden Gerit Jansen en zijn vrouw Lijsbeth Willems uit het nabijgelegen dorp Spierdijk dat hun zeer zieke kind weer gezond was geworden, nadat zij in 1639 de Minderbroederkerk te Hoorn bezocht en daar ‘bevaert gedaen’ hadden.

Verbanning en terugkeer

In 1636 werd Tyras, wiens invloed natuurlijk voortdurend toenam, uit Hoorn verbannen ten gevolge van een valse beschuldiging, waartegen hij zich verdedigde in een schrijven, gedagtekend Schellinkhout 29 feb. 1636. Na zijn terugkeer legde hij weer een buitengewone werkzaamheid aan de dag. In de winter van 1637 werd hij op overtreding der plakkaten betrapt en geboeid geleid naar de ‘Gevangen Poort op 't Oost’, waar hij drie maanden bleef opgesloten en zich met schrijven bezig hield. Met een geldsom van 1000 gulden vrijgekocht, overleed hij niet lang daarna. De uitvaart vond plaats in zijn kerk: De Drie Tulpen. Deze was stampvol. De meeste mensen stonden op straat. Hij wilde graag begraven worden in het koor van de Grote Kerk. ‘Het is passend, dat die plaats, waar zo dikwijls het hoogheilig Offer werd opgedragen, alleen wordt ingenomen door priesters om door hen bewaakt te worden.’ Zijn wens werd vervuld. Het tekent zijn betekenis voor de stad, dat geen enkele burger bezwaar heeft gemaakt. Integendeel: onder een enorme toeloop van mensen werd zijn lichaam vanaf ‘De Drie Tulpen’ naar de Grote Kerk overgebracht en in zijn graf bijgezet. Op de grafsteen stond: ‘Hic jacet R.P.F. Jacobus Tyras’. Zijn betekenis is vooral geweest dat hij door zijn welwillende minzaamheid lange tijd een betrekkelijke rust in de stad wist te helpen handhaven. Overigens zonder zijn mening te verbloemen. Discussies ging hij niet uit de weg. Maar hij dwong respect af en wist dat lange tijd te behouden. Een ‘homo extra ordinarius’. Na zijn dood werden o.a. twee kopergravures gemaakt. Zo konden velen zijn gedrukte portret in dierbare herinnering thuis bewaren. De geneesheer Jacob Bruijn en de rechtsgeleerde Jan Cools schreven er enige verdienstelijke versregels bij. Zijn graf bestaat niet meer. Het is vernield in 1838 toen de Grote Kerk door een verwoestende brand in de as werd gelegd.

Van ‘De Drie Tulpen’ naar de Koepelkerk aan het Grote Noord

De statie ‘De Drie Tulpen’ is opgeheven na een bloeiend bestaan. Onder het pastoraat van de franciscanen werd ze de belangrijkste van alle staties in Hoorn, met het grootste bedehuis. In 1688 werd het naastgelegen pand ‘De Passementen’ aangekocht om ook als kerk te gebruiken. In de jaren 1755-1758 werden de panden waaruit de schuilkerk bestond samengevoegd en werd er een nieuwe voorgevel voor geplaatst. Honderdentien jaar later is zij opgeheven. De franciscanen verlieten de stad. Er kwam een parochie met twee kerken. Kort daarna is de oude schuilkerk afgebroken en werd er een grote, nieuwe parochiekerk op diezelfde plaats gebouwd, gewijd aan de heiligen Cyriacus, de oude stadspatroon, en Franciscus. De ingang van de schuilkerk bevond zich aan het Achterom, naast de achteruitgang van Grote Noord 13. De naam ‘De Drie Tulpen’ is in 1993 in ere hersteld als benaming van het r.-k. parochiecentrum aan het Achterom 24A. Een replica van de gevelsteen van de statie ‘De Drie Tulpen’, geplaatst in 1993, houdt iets van de geschiedenis van vroeger levend. Evenals een straatnaam in Hoorn Noord: de Tyrasstraat.

Bronnen
- Knaap. J.P. van der, 2004. Pater Jacobus Tyras, minderbroeder en pastoor te Hoorn (1622-1638). Kwartaalblad Oud Hoorn, 26e jaargang, nr, 3, pp. 99-103
- Knaap. J.P. van der, 2005. Een kopergravure voor pater Tyras. Kwartaalblad Oud Hoorn, 27e jaargang, nr, 2, pp. 62-63.
- Molhuysen, P.C. en Blok, P.J. (red.), Jacobus Tyras. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 3. A.W. Sijthoff, Leiden 1914.
- O.L. ter Nood, Maria van Hoorn, Meertens Instituut.
- Pieter Nolpe, 1638. Jacobus Tyras, opgebaard op een bed van stro. Ets en gravure, Rijksmuseum.
- Website Oud Hoorn - Schuilkerken.

Illustratie
- Foto Jacobus Tyras - Österreichische Nationalbibliothek, Bildarchiv und Grafiksammlung, mit Genehmigung.

Tekst samengesteld door Frans Kwaad, afgesloten op 2 juli 2014.