Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Theodorus Velius (1572-1630)

Personalia

Portret van Johan Christiaan Kerkmeijer (1875-1956)
Theodorus Velius, 1613
door anonieme schilder

Naam: Dirck Volckertsz Seylmaecker.
Geboren: 10 januari 1572 in Hoorn.
Overleden: 23 april 1630 in Hoorn.

Zoon van: Volckert Maertsz. Seylmaecker en Anna Dircksdr Oly.

Getrouwd (1): 31 januari 1595 te Hoorn met Martha Mulier (des Muliers), geboren rond 1577 in Hoorn, overleden op 5 december 1595 in Hoorn. Uit dit huwelijk één zoon.

Getrouwd (2): 12 september 1599 te Hoorn met Aefgen Ewoutsdr. Beverwyck, geboren in 1572, overleden op 25 mei 1622 in Hoorn. Zeven kinderen, van wie er twee sterven in het eerste levensjaar.

Getrouwd (3): 8 september 1625 met Lijntje Pietersdr. Marcelis, geboren in Gent, overleden 10 februari 1654 in Amsterdam. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Scholen: Latijnse school in Hoorn (1578-1585), in Leiden (1585-1587).
Studie: medicijnen in Leiden (1587-1593), Padua (1593-1594).
Promotie: in 1594 in Padua.
Beroep: stadsgeneesheer in Hoorn, 1600-1630.

Functies:
- Scholarch (curator) van de Latijnse school in Hoorn, 1600-1630.
- Lid vroedschap te Hoorn, 1600-1618.
- Weesmeester te Hoorn, 1616-1630.
Bekend geworden als: kroniekschrijver.

Adres in Leiden: Pieterskerkhof, 1585-1591.
Adressen in Hoorn:
- Nieuwendam, (1572).
- Grote Oost, noordzijde (1613).
- Achterom, westzijde bij de Kuil (1626).

Levensloop

Studietijd

Dirck Volckertsz. Seylmaeker (Theodorus Velius) werd op 10 januari 1572 in Hoorn geboren. Zijn vader was uit Medemblik afkomstig en had zich in 1563 in Hoorn gevestigd. Van beroep was hij zeilmaker. Eigenlijk was zijn achternaam Scager, maar hij noemde zich naar het beroep dat hij uitoefende. Dirck bezocht vanaf zijn zesde jaar de Latijnse school in zijn geboortestad. Omdat de twee hoogste klassen in die jaren in Hoorn nog ontbraken, moest hij daarvoor naar Leiden. Zijn ouders deden hem in de kost bij een kennis, Pieter Claesz, Mulier (des Muliers). Met diens dochter zou Dirck later in het huwelijk treden. In 1587 schreef Dirck zich in aan de Leidse universiteit. In zijn studententijd latiniseerde hij zijn naam tot Theodorus Volcardi Velius (velum is het Latijnse woord voor zeil). Na een tweejarige propedeuse met een curriculum waartoe naast Grieks en Latijn onder andere wis-, natuurkunde en astronomie behoorde, koos hij voor de studie medicijnen. Zoals veel studenten in zijn tijd rondde hij zijn studie af met een promotie aan een Italiaanse universiteit. De keuze viel op Padua, waar het onderwijs in de geneeskunde op een hoog peil stond. Belangrijk voor hem, als doopsgezinde, zal ook geweest zijn dat men in die Italiaanse stad geen katholieke geloofseed hoefde af te leggen.

Stadsgeneesheer

Na zijn promotie in 1594 keerde Velius naar zijn geboortestad terug. Waarschijnlijk heeft de tweeëntwintigjarige eerst enige jaren de twee stadsdoctoren geassisteerd om praktijkervaring op te doen. Nadat stadsgeneesheer Pieter Hogerbeets in 1599 tijdens de pestepidemie die toen in Hoorn heerste, aan deze ziekte overleden was, werd Velius in 1600 als zijn opvolger aangesteld. Deze functie was een bijbaan naast een eigen praktijk. Stadsgeneesheren moesten de armen gratis behandelen. Ze adviseerden het stadsbestuur over maatregelen om ziektes te bestrijden en te voorkomen. Ook het toezicht op apothekers, chirurgijns en vroedvrouwen viel onder hun verantwoording. Direct na zijn aanstelling was Velius betrokken bij de bouw van een nieuw pesthuis aan ’t Waaitje (de oostzijde van de huidige Veemarkt). Tijdens zijn loopbaan brak nog tweemaal een hevige pestepidemie uit, in 1602 en in 1624.

Godsdienst en politiek

Vanaf 1611 kregen de burgemeesters en de vroedschap in toenemende mate te maken met de richtingenstrijd binnen de gereformeerde kerk tussen remonstranten en contraremonstranten. Deze was in Leiden begonnen met een verschil van mening tussen de hoogleraren Arminius en Gomarus over de leer van de predestinatie (goddelijke voorbeschikking van de mens). Arminius had daarover een gematigdere opvatting dan zijn vakgenoot. In Hoorn beschuldigde de orthodoxe predikant Jan Rogge (Johannes Roggius) twee gematigde collega’s ervan er arminiaanse (remonstrantse) opvattingen op na te houden. Het stadsbestuur, bij wie het benoemingsrecht van predikanten en kerkenraadsleden berustte, probeerde op alle mogelijke manieren de zaak te sussen. De spanningen liepen echter zo hoog op dat het in 1614 toch tot een scheuring kwam. De orthodoxen (contraremonstranten) hielden voortaan hun eigen bijeenkomsten in een huis aan de Ramen. Velius was in die periode bij de meeste vroedschapsvergaderingen afwezig. Wellicht was zijn drukke praktijk hier debet aan. Hij ontbrak in 1614 bij de vergadering waarin Roggius als predikant werd ontslagen en de gematigde Dominicus Sapma werd aangesteld. Wel was hij een jaar eerder aanwezig toen Roggius omwille van de vrede binnen de kerken de functie van scholarch (curator) van de Latijnse school en tevens het tijdelijk rectoraat van die school ontnomen werd. In 1618 mondden de godsdienstige tegenstellingen uit in een landelijke politieke machtsstrijd tussen prins Maurits en raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Maurits koos partij voor de contraremonstranten en daarmee tegen de raadpensionaris, die aan de kant van de remonstranten stond. De prins verzette in veel steden de wet, dat wil zeggen dat hij de remonstrantsgezinde vroedschapsleden door contraremonstranten verving. In Hoorn ontsloeg hij twaalf van de twintig vroedschappen, onder wie Velius en zijn zwager Jan Martsz Merens. Sommige bronnen noemen hiervoor als reden het feit dat hij doopsgezind was. Dit is echter discutabel. Weliswaar was hij, net als zijn echtgenotes, van huis uit doopsgezind, maar hij heeft zijn kinderen uit zijn tweede huwelijk in de gereformeerde kerk laten dopen. Dit zou erop kunnen wijzen dat hij zich later met deze kerk verbonden voelde. Voor wie zijn kroniek leest, is duidelijk dat hij een gematigd, verdraagzaam persoon was en in het godsdienstconflict aan de kant van de remonstranten stond. Dit zal de reden voor zijn ontslag geweest zijn. Twee contraremonstrantse burgemeesters zetten met grote ijver het beleid van Maurits voort. Buiten medeweten van hun twee collega’s en de vroedschap schrapten ze burgers van de lijsten met namen van kiesgerechtigde burgers, de zogenoemde boonlijsten. Ook Velius’ naam hoorde daarbij.

Wapen Velius
Familiewapen van Velius

Scholarch en weesmeester

Nog voor Velius een zetel in de vroedschap kreeg, werd hij in 1600 samen met de predikant Roggius, tot scholarch (curator) van de Latijnse school benoemd. Zij waren de bestuurders van de school en de inspecteurs van het onderwijs. Hun eerste taak na hun benoeming was het opstellen van een ordonnantie voor de in 1595 heropgerichte school. In 1629 adviseerden de scholarchen het stadsbestuur om ter voorkoming van conflicten de rector meer zeggenschap over de leraren te geven. Verder was Velius nog betrokken bij de invoering van de nieuwe schoolwet, die de Staten van Holland en Westfriesland hadden aangenomen. Het lesprogramma werd verzwaard om een betere aansluiting op de universiteit te waarborgen.

In 1616 werd Velius tot een van de drie weesmeesters gekozen. Samen met een secretaris en een burgemeester beheerden ze geld en goederen van de (half)wezen die buiten het weeshuis werden opgevoed, en van onder curatele geplaatste personen. De ambtstermijn was één jaar, maar een van hen kon herbenoemd worden. Opvallend genoeg is Velius zijn verdere leven onafgebroken herkozen, ook toen hij na de wetsverzetting zijn plaats in de vroedschap was kwijtgeraakt. Hetzelfde geldt voor zijn functie van scholarch.

Kroniekschrijver

Dat Velius nu nog bij ieder bekend is die zich maar enigszins in de geschiedenis van Hoorn verdiept, heeft niet met bovengenoemde werkzaamheden te maken, maar met werk dat hij in zijn vrije tijd verrichtte: het schrijven van een kroniek over de stad. Aanvankelijk was deze alleen voor zijn familie bestemd. Bron was hoofdzakelijk een afschrift van een Latijns kroniekje, de Origo Civitatis Hornensis, dat de geschiedenis van de stad tot 1536 beschrijft. Velius vulde de kroniek aan met de gebeurtenissen tot het jaar 1600. Op aandringen van de drukker Willem Andriesz. van der Beeck en van vrienden gaf hij een enigszins veranderde en uitgebreidere versie ervan in 1605 in druk uit. In 1617 volgde een tweede herziene druk. Hiertoe raadpleegde hij archivalia en interviewde hij mensen.

Ook bestudeerde hij algemene geschiedkundige werken om de stadsgeschiedenis in een breder perspectief te kunnen plaatsen. Verder vulde hij de kroniek aan met de gebeurtenissen na 1600, een stadsbeschrijving en biografieën van geleerde Hoornse burgers. Hij voegde onder meer een door hem getekende plattegrond van de stad toe en een lang Latijns gedicht van zijn hand, Westfrisia genaamd, waarin hij de lof van Westfriesland en beroemde bewoners bezingt.

Het verschijnen van een derde druk heeft hij niet meer meegemaakt. Terwijl hij nog druk bezig was met de voorbereiding ervan, overleed hij op 23 april 1630 op achtenvijftigjarige leeftijd. Hij leed al enige tijd aan waterzucht (een slepende ziekte, gepaard gaande met oedeemvorming). Hij werd begraven in de Grote Kerk te Hoorn. Het Latijnse grafschrift had hij zelf geschreven, toen hij ziek was. In vertaling luidt het:

Hier rust Velius, aan wie het lot misschien vergund zou hebben
Enige naam te maken door zijn wetenschappelijke achtergrond:
Maar de geneeskunst gedoogde het niet, daar zij hem noopte
Met genezende hand vele duizenden zieken bij te staan.

Zijn zoon Volkart volgde hem als stadsgeneesheer op.

De kroniek na Velius’ dood

In 1648 verscheen alsnog een derde druk bij Isaac Willemsz. van der Beeck, de zoon van de drukker van de edities van 1605 en 1617, op basis van de verbeteringen en aanvullingen van Velius.
Opvallend is dat hij de godsdiensttwisten tussen 1614 en 1618 maar summier bespreekt. Het jaar 1617 ontbreekt zelfs helemaal. Zijn de aantekeningen van dat jaar kwijtgeraakt? De drukker voegde een biografie van J.P. Coen en van de uit Hoorn afkomstige Leidse raadpensionaris Rombout Hogerbeets toe en voorin een korte levensbeschrijving van de auteur. De dichter Joost van de Vondel, een goede bekende van Velius, schreef een kort lofdicht bij diens afbeelding. De uitgave deed nogal wat stof opwaaien. Toen het stadsbestuur in de gaten kreeg dat Velius in een aantal passages duidelijk kritiek had op de handelwijze van prins Maurits en de contraremonstrantse regenten, stuurde het de eenendertig bestelde exemplaren terug en eiste dat de opdracht aan de stadsregering zou worden verwijderd voordat er exemplaren verkocht werden. Kort daarna verklaarden de Staten van Holland en Westfriesland de kroniek tot verboden boek.

De kroniek bleef in de eeuwen erna een belangrijke bron voor historici die onderzoek deden naar de plaatselijke geschiedenis, en is dat nog steeds. Om het boek voor een breder publiek toegankelijk te maken, werd het ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de Vereniging Oud Hoorn hertaald.

Eerbetoon

Op diverse plaatsen in de stad zijn herinneringen aan Velius te vinden, in 1904 werd in de secretariskamer van het toenmalige stadhuis, het Statenlogement aan de Nieuwstraat, zijn naam en wapen in een glas-in- loodraam vereeuwigd. In 1915 kreeg de nieuw aangelegde brug over de Oosterpoortsgracht de naam Veliusbrug. In 1981 schonk boekhandel Stumpel bij het eeuwfeest van de zaak een standbeeld van Velius en in 1999 noemden de artsen van de dichtbij de Veliusbrug gelegen huisartsenpraktijk hun onderkomen naar hun illustere voorganger: Velius’ hoed (huisartsen onder één dak).

Standbeeld Velius Nieuwland
Standbeeld van Velius aan het Nieuwland, 2007

Hoofdbron
- Boon, Piet en Veerman-Boon, Marit, 2013, Doctor Theodorus Velius, Hoorns geneesheer, regent en chroniqueur, Publicatiestichting Bas Baltus, Biografische Reeks Hoorn, deel 3.

Overige bronnen
- Heeres, W.G., 1959, Iets over Velius en zijn bronnen, WFON jg. 26, pp.119-134.
- Vessem, H.A. van, 1980, Driehonderdvijftig jaar geleden stierf Theodorus Velius, WFON, jg. 47, pp. 8-11.
- Wijdenes Spaans, Dr. F, 1935, Dr. Theodorus Velius, WFON jg. 9, pp. 20-34.

 

Illustraties
- Portret Velius en wapen: Collectie Westfries Museum.
- Foto standbeeld: Vereniging Oud Hoorn - Frans van Iersel.

Tekst samengesteld door Trudi Schrickx-Guinée, afgesloten 24-11-2017.