Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Willem IJsbrantsz. Bontekoe (1587-1657)

Willem IJsbrantsz. Bontekoe (1587-1657) Geboren: op 2 juni 1587 gedoopt te Hoorn.
Overleden: 1657 te Hoorn.
Ouders: IJsbrandt Willemsz en Geertje Jacobs.
Getrouwd: 1 maart 1626 met Eeltje Bruijns.
Beroepen: 1607-1618 schipper op het schip de Bontekoe op de Europese vrachtvaart,
1618-1625 schipper op verschillende schepen in dienst van de VOC, 1625-1657 handelaar.

De jaren als schipper, 1607-1625

Bontekoe was schipper van beroep. Hij had het vak geleerd op het schip de Bontekoe, waarvan zijn vader voor 1/16 deel eigenaar was. De familienaam Bontekoe werd kort na 1600 aangenomen naar de naam van dat schip. Na de dood van zijn vader in 1607 nam Bontekoe het roer over op de Bontekoe en voer hij tien jaar als vrachtvaarder naar bestemmingen in het Oostzeegebied en rond de Middellandse Zee. In 1617 werd het schip gekaapt door Barbarijse zeerovers. Bontekoe werd vrijgekocht, maar hij keerde naar huis zonder zijn schip.

De scheepsjongens van Bontekoe aan de haven van Hoorn (door J. van Druten).
De scheepsjongens van Bontekoe aan de haven van Hoorn (door J. van Druten).

In 1618, op 31-jarige leeftijd, nam Bontekoe dienst bij de VOC. Hij werd aangesteld als schipper op het schip de Nieuw Hoorn. In december van dat jaar vertrok de Nieuw Hoorn met 206 bemanningsleden aan boord in een vloot van elf schepen voor een reis naar Oost-Indië. Bontekoe was als schipper verantwoordelijk voor de navigatie, maar voerde niet het commando over het schip; dat was bij de VOC in die tijd in handen van de koopman. Hein Rol was de koopman die boven Bontekoe stond en het opperbevel voerde. De reis verliep niet zonder grote problemen. In een zware storm scheurde de grote mast en dreigde overboord te gaan, en zeventien mannen overleden aan scheurbuik. Op 19 november 1619, toen de Nieuw Hoorn haar bestemming bijna had bereikt, brak brand uit in het ruim van het schip doordat bij het vullen van een vaatje brandewijn een gloeiend stukje kaarsenpit in het vat brandewijn viel dat meteen explodeerde. De brand die daardoor uitbrak, wist men niet onder controle te krijgen, met het gevolg dat het schip, met o.a. 360 vaten buskruit aan boord, in de lucht vloog. Hierbij kwamen 117 opvarenden om het leven. Alleen Bontekoe zelf en een scheepsjongen overleefden de explosie. 70 andere schepelingen hadden zich bijtijds, tégen de orders van Bontekoe in, in veiligheid gesteld in een boot en een sloep. Bontekoe slaagde erin om met de grote sloep dertien dagen na de explosie de Sumatraanse kust te bereiken om water en voedsel in te nemen. Daar werden 16 schepelingen gedood door de Sumatranen. Op 13 december 1619 bereikten de 57 overlevenden Straat Sunda, waar zij Frederik de Houtman met zijn schip troffen.

In de jaren 1620-1625 maakte Bontekoe in opdracht van Coen verschillende intra-aziatische reizen. De belangrijkste daarvan was de reis met de Groningen naar de Chinese kust om de zijdehandel te veroveren op de Portugezen en om een fort te bouwen op de Pescadores. Deze onderneming liep op een mislukking uit.

Na afloop van zijn contractperiode (hij had één keer voor twee jaar bijgetekend) maakte Bontekoe met de Hollandia de thuisreis naar het vaderland, samen met twee andere schepen, de Gouda en de Middelburg. Kort na vertrek verging de Gouda met man en muis in een tropische orkaan. De Hollandia en de Middelburg raakten zwaar beschadigd. De Hollandia wist Madagascar te bereiken, waar Bontekoe erin slaagde het schip op te knappen. Met een enigszins geslonken bemanning, maar met bijna alle ingescheepte lading nog aan boord, arriveerde de Hollandia op 16 november 1625 op de rede van Vlissingen. Daar nam Bontekoe ontslag uit VOC-dienst en keerde hij terug naar Hoorn.

Veermanskade 15, woonhuis van Bontekoe.
Veermanskade 15, woonhuis van Bontekoe.

De jaren in Hoorn, 1625-1657

Aan zijn Oost-Indische reis hield Bontekoe een flink kapitaal over: hij was bijna zeven jaar in dienst van de VOC geweest en had eerst vijfenzeventig en later honderd gulden per maand verdiend. Als Bontekoe zuinig geleefd heeft, kan hij wel zes- tot zevenduizend gulden aan zijn reis overgehouden hebben. Met zijn kapitaal kon Bontekoe het zich veroorloven vanaf 1625 aan de wal te blijven en zich als 39-jarige schipper in ruste met de handel bezig te gaan houden. Op 1 maart 1626 trouwde Bontekoe met de 36-jarige Eeltje Bruijns. Hun huwelijk bleef kinderloos. Waarschijnlijk deed Bontekoe snel een aantal investeringen. Van het schip Bontekoe – een ander schip dan de Bontekoe die in 1617 door de Algerijnen was gekaapt – kocht hij de helft van de aandelen. Verder werd hij mede-eigenaar van de ‘Kleine Uiterdijk’, een groot stuk buitendijks grasland nabij de Oosterpoort, en bezat hij een aantal huizen. Bontekoe trad geregeld op als bevrachter van schepen en verder hield hij zich voornamelijk bezig met de houthandel. Hij was betrokken bij diverse financiële transacties, zoals blijkt uit vele notariële en andere akten in het Hoornse gemeentearchief. Tot de hoogste kringen zou Bontekoe nooit gaan behoren, maar hij werd in Hoorn zeker een gezien burger. Hij werd ouderling van de Remonstrantse kerk en bekleedde in 1638 de functie van ‘Directeur van de Noordzee’. Die organisatie was enige jaren daarvoor in het leven geroepen om Nederlandse koopvaarders in de Noordzee met een konvooidienst bescherming te bieden tegen Duinkerker kapers. Willem IJsbrantsz. Bontekoe overleed in maart 1657, bijna zeventig jaar oud.

Volgens overlevering heeft Bontekoe gewoond in een huis op de plaats van het huidige pand Veermanskade 15, waarin zich nog steeds een gevelsteen met ‘de Bontekoe’ bevindt. Volgens Boon (1989) zijn er voldoende aanwijzingen om dit aannemelijk te maken, o.a. voortvloeiende uit de nalatenschap (in 1667) van Pieter Bruinsz. en zijn tweede echtgenote Aaltje Bonk. Daartoe behoorde onder andere het huis, genaamd ‘de Bontekoe’, bij de Hogebrug. Dit zou het pand Veermanskade 15 kunnen zijn. Volgens Peetoom (1987) is het waarschijnlijker dat Bontekoe heeft gewoond in een huis op de hoek van de Italiaanse Zeedijk en het Hoofd, dat later is afgebroken, en waarvan de gevelsteen is overgebracht naar het huis Veermanskade 15. Brozius (1994) acht het goed mogelijk, dat Bontekoe inderdaad in een huis op de plaats van het huidige Veermanskade 15 heeft gewoond, maar kan niet uitsluiten dat Bontekoe aan het eind van zijn leven het huis op de hoek van de Italiaanse Zeedijk bewoonde. In de 18e eeuw was dit huis in het bezit van de familie Bontekoe en in de 19e eeuw stond het nog bekend als het geboortehuis van Bontekoe. Volgens Overbeek (2008) gaat het om een huis ‘op de Zuidhoek van de Italiaanse Zeedijk bij 't Hoofd’ op de plaats van het huidige café “De Volendammer”.

Titelpagina van het Journaal van Bontekoe.
Titelpagina van het Journaal van Bontekoe.

Het Journaal van Bontekoe’s reis naar Oost-Indië

In 1646, 21 jaar na afloop van de reis, verscheen een boek over de Oost-Indische reis van Bontekoe met als titel: Iournael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe vande Oost-Indische reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn; Begrijpende veel wonderlijcke en gevaerlijcke saecken hem daer in wedergevaren. Het is uitgegeven door de Hoornse boekverkoper Jan Jansz. Deutel. Ondanks het woord ‘Journael’ in de titel is het boek geen gedrukte versie van een origineel scheepsjournaal. Het is niet met zekerheid bekend, hoe het boek tot stand is gekomen, waarop het precies is gebaseerd en door wie het is geschreven. VOC-schippers waren verplicht een scheepsjournaal bij te houden, maar bijna alle scheepsjournalen uit die tijd zijn verloren gegaan, ook dat van Bontekoe (Roeper, 1996). De scheepspapieren betreffende de heenreis van de Nieuw Hoorn naar Oost-Indië zijn verloren gegaan bij de explosie van het schip kort voor het bereiken van Batavia. Bij aankomst in Batavia heeft Bontekoe mondeling verslag van de heenreis uitgebracht aan gouverneur-generaal Coen. De neerslag van Bontekoes mondelinge verslag staat in een rapport dat Coen op 22 januari 1620 aan de bewindhebbers der VOC heeft gestuurd. Ook van de reizen die Bontekoe in opdracht van Coen maakte in de Indische archipel, bestaan geen verslagen van Bontekoes hand. Behalve een brief van Bontekoe aan Jan Pietersz Coen van 4 januari 1623 zijn geen door Bontekoe geschreven stukken bekend. Deutel maakt in zijn ‘Toe-eygeninge’ bij het Journaal melding van een beschrijving van de Oost-Indische reis, inclusief de heenreis, die hij enkele jaren voor publicatie van het boek in 1646 in handen zou hebben gekregen. Als dit al waar is, dan is deze beschrijving niet bewaard gebleven. Er zijn in het VOC-archief wél twee 17e-eeuwse handschriften aanwezig, niet door Bontekoe geschreven, waarin de reis naar de Chinese kust en de thuisreis naar Holland worden beschreven. Bij vergelijking van het door Deutel uitgegeven Journaal met deze handschriften springen volgens Bostoen e.a. (1996) allerlei verschillen in het oog. De tekst in de gedrukte versie bevat veel anekdotes die het relaas smeuïger en dramatischer maken. Deze tekstgedeelten berusten waarschijnlijk op verhalen die door Bontekoe aan Deutel zijn verteld. Ook het tweede handschrift, betreffende de terugreis naar het vaderland, vertoont afwijkingen van de gedrukte versie. Deze laatste versie bevat zelfs – in vergelijking met de versie in handschrift – allerlei verkeerde gegevens, wat de chronologie en de tussentijdse aanlegplaatsen betreft. Het lijkt wel of Deutel niet over die gegevens beschikte. Heeft hij ze zelf erbij verzonnen? Verder is opnieuw de gedrukte versie veel dramatischer dan het handschrift, zoals bij de beschrijving van de cycloon, waarin de thuisreizigers een van de drie schepen verliezen. Het ziet ernaar uit dat voor de literaire saus waarmee de stof is overgoten, iemand verantwoordelijk moet zijn geweest die de literaire mode van het moment goed kende. Volgens Bostoen e.a. (1996) is de meest voor de hand liggende kandidaat voor de redactionele ingrepen de Hoornse uitgever van het Journaal, de boekhandelaar en rederijker Jan Jansz Deutel.

De betekenis van Bontekoe voor Hoorn

Bontekoe was geen ontdekkingsreiziger en heeft ook verder geen memorabele bijdragen geleverd aan de vaderlandse geschiedenis of de geschiedenis van Hoorn. Er zijn honderden bekwame en moedige schippers zoals hij geweest, maar alleen zijn naam is bekend geworden en gebleven door de publicatie in 1646 van een boek over zijn Oost-Indische reis dat tientallen malen zou worden herdrukt en dat nog steeds wordt gelezen. Aanvankelijk aarzelde Bontekoe sterk om toestemming te geven voor publicatie van het Journaal. Deutel heeft hem daartoe echt moeten overhalen, zoals hij schrijft in de ‘Toe-eygeninge’ bij het Journaal. Eeuwenlang was het Journaal van Bontekoe het meest gelezen en gedrukte Nederlandse reisverhaal, alleen geëvenaard door het boek van Gerrit de Veer uit 1598 over de overwintering van Heemskerk en Barentsz op Nova Zembla. In 1924 verscheen het losjes op het Journaal van Bontekoe gebaseerde jeugdboek “De Scheepsjongens van Bontekoe” van de hand van Johan Fabricius, dat in vele talen is vertaald (Duits, Engels, Frans, Tsjechisch, Slowaaks, Fins, Zweeds en Noors). In de grote belangstelling voor het “Journaal van Bontekoe” en “De Scheepsjongens van Bontekoe” ligt de betekenis van Bontekoe voor de stad Hoorn. In de haven van Hoorn houden bronzen beelden van de drie scheepsjongens Peter Hajo, Padde Kelemeijn en Rolf Romeyn gemaakt door beeldhouwer Jan van Druten de herinnering aan Bontekoe levend. In de personen van Bontekoe en de drie scheepsjongens worden ook al die andere, anoniem gebleven schippers en gewone zeevarenden uit de zeventiende eeuw geëerd.

Bronnen
- Boon, P., 1989. ‘Leven en werken van Willem IJsbrantsz. Bontekoe’. In: Nijgh, 1989, pp. 137-142.
- Bostoen, K., Daalder, R., Roeper, V., Verhoeven, G. en Wildeman, D., 1996. Bontekoe. De schipper, het journaal, de scheepsjongens. Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam, Walburg Pers, Zutphen, 96 pp.
- Brozius, J., 1994. ‘Willem IJsbrantsz. Bontekoe’. West-Frieslands Oud en Nieuw, 61, pp. 65-73.
- Coen, Jan Pietersz., 1620. Transcriptie van de brief d.d. 22 januari 1620 betreffende de Nieuw Hoorn. In: H.T. Colenbrander, 1919 - Jan Pietersz. Coen, Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indië, pp. 520-521.
- Coen, Jan Pietersz., 1620. Hertaling van het deel van de brief d.d. 22 januari 1620 betreffende de Nieuw Hoorn. In: Nijgh, 1989, pp. 129-130.
- Deutel, Jan Jansz., 1646. Toe-eygeninge bij 't journael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe vande Oost-Indische reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn. Editie G.J. Hoogewerff, 1915.
- Fabricius, J., 1924. De Scheepsjongens van Bontekoe. Leopold, Amsterdam, 397 pp.
- Nationaal Archief. Scans van het journaal van Bontekoe. De tweede reis en de thuisreis.
- Nijgh, L., 1989. Bewerking van Het Journaal van Bontekoe. Uitgeverij Pirola, Schoorl, 131 pp.
- Overbeek, H. 2008. Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens. Een geschiedenis in steen en hout. Cultuurhistorische Reeks Hoorn, 5. Publicatiestichting Bas Baltus, Hoorn, 256 pp.
- Peetoom, P., 1987. ‘Waar woonde schipper Bontekoe eigenlijk’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 9, nr. 2, p. 55.
- Roeper, V.D., 1996. Willem IJsbrantsz. Bontekoe. Iovrnael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe. De wonderlijke avonturen van een schipper in de Oost, 1618-1625. Ingeleid en van commentaar voorzien door V.D. Roeper. Uitg. Terra Incognita, Amsterdam, 165 pp.
- Schram-van Gulik, L, 1994. ‘Een 17e eeuwse boedelinventaris. De aardse goederen van schipper Willem Ysbrantszoon Bontekoe’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 16, nr. 1, pp. 3-10.
- Schram-van Gulik, L., 1994. ‘Bontekoe's rijke boedel met “costelijck” bezit uit Oost-Indië’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 16, nr, 2, pp. 50-56.
- Zoonen, A. van, 1997. ‘Jan Jansz. Deutel en het journaal van Willem IJsbrantszoon Bontekoe’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 19, nr. 2, pp. 80-83.

Illustraties
- Afbeelding Willem IJsbrantsz. Bontekoe - Public Domain.
- Scheepsjongens - Foto F. Kwaad.
- Veermanskade - Foto F. Kwaad.
- Titelpagina Journaal - Public Domain.

Tekst samengesteld door Frans Kwaad, afgesloten op 13 juli 2014.