Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

De Hoofdtoren van Hoorn

Inleiding

De Hoofdtoren gezien vanaf de zeezijde met gedeeltelijk het Houten Hoofd.
De Hoofdtoren gezien vanaf de zeezijde met gedeeltelijk het Houten Hoofd.

“Kosten werden niet gespaard en het is een fraai bouwwerk geworden, dat de haven bij het binnengaan een mooie aanblik biedt”, zoals Hoorns 16e-17e eeuwse geschiedschrijver Theodorus Velius dat in zijn kronieken vermeldt. En inderdaad, er zullen weinigen zijn, die dit zullen ontkennen.
Dit hoogoprijzende in nog laat-gotische stijl uitgevoerde verdedigingsbouwwerk met zijn witgele natuursteen aan zeezijde, door zeelieden reeds daardoor zichtbaar van verre, vormt nog steeds de grote blikvanger van het Hoornse, historische waterfront. Ook de bouwplek op het uiterst zuidelijke puntje van Hoorn aan de toenmalige Zuiderzee, waar tevens de toegang tot de havens lag, kon uit strategisch oogpunt gezien niet beter gekozen zijn. Als verdedigingstoren met muren van bijna 1½m dik aan zeezijde, van schietgaten zeewaarts gericht voor groot- en musketvuur voorzien en met wijd schootsveld over zee, vormde het de hoofdschakel in de verdediging tegen aanvallen vanuit zee.
Ten tijde van de bouw stond Hoorn voor, wat wij nu zouden noemen, grote structurele stadswerken. Uitbreiding en in standhouding van de stadsomwallingen, alsmede die van de haven met zijn voorzieningen door toename van handel en (zee-)scheepsvaart.
Een belangrijk onderdeel daarvan, vooral ten aanzien van de haven, was de bouw van een verdedigingstoren in 1532. In feite vormde de toren, het later aangebrachte daktorentje buiten beschouwing latende, een vergrote weergave van de toenmalige ronddeel- of waltorens op de noordelijke wallen, van welke de Mariatoren van 1508 als laatste nog is behouden.
In 1614 achtte men kennelijk de functie van verdedigingstoren niet meer noodzakelijk, gezien het gebruik sindsdien door allerlei burgerlijke instellingen. De in dat jaar opgerichte Compagnie van Spitsbergen ofwel de Noordse Compagnie, gericht op de walvisvaart in de Noordelijke IJszee, beschouwde de Hoofdtoren toen als haar compagnieszetel. Deze compagnie was echter een kort leven beschoren, daar deze in 1645 (of 1641) weer werd opgeheven.

De toren gezien vanuit het noordwesten.
De toren gezien vanuit het noordwesten.

De toren gezien vanuit het noorden.
De toren gezien vanuit het noorden.

De toren gezien vanuit het zuiden.
De toren gezien vanuit het zuiden.

 

 

Redactie gebouwenrubriek: Henk Overbeek