St. Ceciliakapel
De kap
De overdwars geplaatse scheidingsmuur reikt tot goothoogte (dakvoet) en is doorgetrokken tot aan de nok door middel van een houten schot, zodat ook de dakstoelruimte overdwars in tweeën is gedeeld. Juist onder de dakvoet is eveneens een (zolder-)verdiepingsvloer aangebracht.

Vanaf deze vloer biedt de eiken, open (onbeschoten) dakstoelconstructie een duidelijk voorbeeld van een middeleeuwse, gothische dakconstructie.

Gebruiksgeschiedenis
Vóór de confisquering van de kapel door de overheid is het westelijk deel in gebruik
geweest als Latijnse school. De zolder is door de schutterij in gebruik geweest als kledingmagazijn.
Daarna o.a. als gemeentearchief tot 1977. Van 1857 tot 1921 was hier ook de politie gehuisvest. Het
oostelijk deel, de Loddewijk XVI- of Schepenenzaal, is vanaf 1585 tot 1632 vergaderzaal geweest van
de Gecommitterde raden van West-Friesland en het Noorderkwartier. Vanaf 1632 tot de Franse tijd in
1796 verblijfs- en eetzaal voor de Gecommitteerden. Nadien tot 1977 raadzaal (Schepenenzaal). De
gemeentelijke archeologische dienst was gehuisvest zowel in het westelijk deel, als op de zolder van
het oostelijk deel van 1976 tot 2008. De Schepenenzaal wordt nu gebruikt als ruimte voor
huwelijksbevestigingen en andere representatieve doeleinden.
H. Overbeek.




Nieuws