Vereniging Oud Hoorn    Oost-Indisch Pakhuis - Onder de Boompjes 22, 1621 GG Hoorn - Telefoon: 0229 - 27 35 70 - www.oudhoorn.nl

Rooms-katholieken

(zie ook artikel 600 jaar stad NHD 1957)

Drie tulpen
De "nieuwbouw" aan het Achterom
op de plek waar ooit schuilkerk
"de Drie tulpen" heeft gestaan.
Nu deel van het kerkcomplex van de
Cyriacus (of Koepel-) kerk

Wat de geschiedenis der Hoornse schuilkerken betreft zijn voornamelijk de gegevens gebruikt, die mevrouw Th. van Balen uit de kerkelijke archieven heeft verzameld.
Gebouwen uit de tijd van de Hoornse schuilkerken zijn er niet meer. Ze zijn allemaal gesloopt. Maar er zijn wel voorwerpen gebleven, die niet alleen historische, maar ook kunstzinnige waarde hebben. Daaronder is veel kerkelijk zilver uit het midden van de 17de eeuw, maar ook een kerkorgel, dat zeker 250 jaar oud is en een steI rode, prachtig geborduurde misgewaden, die nog dateren van ver voor de reformatie en afkomstig zijn uit de Grote of Cyriacuskerk, die op het Kerkplein stond.

Deze gewaden zijn te zien in het museum voor kerkelijke kunst het Catharijnenconvent te Utrecht, waar ze beter dan in Hoorn, waar ze tot 1981 waren, bewaard kunnen worden. In dit museum staat ook nog een Mariabeeld uit de tweede helft van de 17de eeuw. Het is een Maria met kind staande op de maansikkel, afkomstig uit de voormalige Franciscuskerk. Ook heeft dit museum nog een Antoniusbeeld uit dezelfde periode, dat nu in restauratie is.

Vijf schuilkerken

Hoorn heeft vijf schuilkerken gekend, die alle in het oude stadscentrum een gebouw hadden, dat aan de buitenzijde niet te onderscheiden was van gewone woonhuizen. Vijf schuilkerken op een bestand van tussen de 2500 en 3000 katholieken, kinderen meegerekend, is veel. Het is niet onwaarschijnlijk, dat katholieken uit de omliggende dorpen in Hoorn kerkten.
Na de reformatie verloren de katholieken vrijwel alles behalve hun burgerrechten. Het nieuwe bewind beloofde wel vrijheid van godsdienst, maar daar is in de praktijk nooit iets van terecht gekomen. Integendeel. Er was discriminatie en onverdraagzaamheid.
Katholieken mochten geen godsdienstoefeningen houden. Later is deze maatregel verzacht en mocht het wel tegen een hoge belasting, mits dit naar buiten niet merkbaar was. Katholieken mochten geen openbare ambten bekleden. In Hoorn waren echter wel katholieken lid van de schutterij, maar ze konden het nooit tot officier brengen. Gevolg was dat de katholieken teruggeworpen waren op het drijven van handel, het boerenbedrijf en de werkende stand.
Onder de Hoornse katholieken waren niet veel rijken. Wel veel armen.
Er bestond een kleine laag van middenstanders, die een betrekkelijke welstand genoten.

Missiestaties

Na de reformatie zijn alle bisdommen in Nederland opgeheven en het land tot missiegebied verklaard. Parochies bestonden niet meer en waar een katholieke kerkelijke gemeenschap ontstond heette deze statie, afgeleid van missiestatie.
Zo ook in Hoorn. Over de periode 1572 tot 1608 bestaan geen geschreven stukken over het reilen en zeilen van de Hoornse katholieken. Wel is bekend, dat in die periode paters jezuïeten door het land reisden om katholieken te bezoeken en te bemoedigen.
Vanuit Alkmaar werkte in Hoorn de jezuïet Gerardus Florisz. Hij stichtte in l608 aan de noordzijde van de Peperstraat een statie, die "Het Klooster" heette.
Hoe precies deze statie er uit heeft gezien, is niet meer te achterhalen, maar de statie stond op het terrein van het vroegere Agnietenklooster.
In 1623 komt de jezuïet Engelbertus de Hollander naar Hoorn en sticht aan de zuidzijde van de Peperstraat ook een statie, die De Kapel heette.
Ook daarvan is niet meer te achterhalen, waar deze gestaan heeft. Wel bekend is dat deze statie aanvankelijk de woning was van Thecla Klaasen.
Deze toestand bleef tot 1656.

Schuilkerk Peperstraat
Peperstraat

In dat jaar zijn Het Klooster en De Kapel tot één statie samengevoegd. De woning van Thecla Klaasen is verbouwd en kreeg een ingang aan de noordzijde van het Gerritsland en via een poortje een toegang in de Peperstraat.
De statie heette vanaf toen Het Witte Lam. Het poortje in de Peperstraat heette Lamspoortje. Niets is daarvan meer terug te vinden, ook niet de plaats waar de schuilkerk heeft gestaan.
In 1730 werd de jezuïeten het recht ontzegd in de zielzorg werkzaam te zijn. De toenmalige regering vreesde, dat deze geestelijke orde teveel macht zou krijgen.
In Hoorn raakte de statie Het Witte Lam langzamerhand ontvolkt mede door de beperkingen die de jezuïeten opgelegd kregen. De statie is in 1773 opgeheven.
De jezuïeten vertrokken en zijn nooit meer in Hoorn teruggekeerd.
Nog één naam rest van deze orde. Dat was pater Bartholomeus Pleunius die in 1610 pastoor van de statie Het Klooster blijkt te zijn en waarschijnlijk de fusie heeft bewerkstelligd.

Wereldheren

Maar er gebeurde meer. Er kwamen ook wereldheren (seculiere geestelijken) naar Hoorn. Dat waren priesters, die niet aan een orde of congregatie waren gebonden.
In 1611 komt de priester, Gerardus Eenhuyzen naar Hoorn en sticht aan de Oostzijde van het Nieuwe Noord de statie De Drie Kalfjes, genoemd naar een gevelsteen waarop drie kalfjes stonden.

schuilkerk Nieuwe Noord
De Drie Kalfjes

Patroon van deze statie is St. Cyriacus. Waar dit woonhuis, want dat was het, heeft gestaan, is niet meer aan te wijzen. De hardnekkige legende wil, dat op deze plaats de vleesfabriek van Groot stond, maar dat is historisch niet te bewijzen.
Eveneens in 1611 komt de priester Nicolaas Lonius, ook wel Lonesius genoemd, naar Hoorn en sticht aan de zuidzijde van de Slijksteeg, de verbindingssteeg tussen het Kleine Noord en de Dubbelbuurt een tweede statie, die ook Cyriacus als patroon heeft. Deze statie had geen schuilnaam. Ook de plaats van dit huis is niet meer te achterhalen. Pastoor Eenhuyzen en pastoor Lonius zijn in Hoorn wel geëerd, want naar hen is de Eenhuyzenstraat en de Loniusstraat genoemd. Beide staties zijn in 1827 samengevoegd.

De laatste schuilkerk die we noemen is: "De Drie Tulpen". Deze bevond zich aan het Achterom en was daar al reeds in 1643 gevestigd. In 1755 mochten de "rooms-katholieken hun vergaderplaats" verbouwen.
De ingang bleef aan het Achterom. Tot 1878 bleef de schuilkerk hier gevestigd. Bij de ingang is een gevelsteen (kopie) ingemetseld met het jaartal 1755 en drie tulpen. De originele steen is sinds 1923 in het bezit van het Westfries Museum. De schuilkerk maakt nu deel uit van de St. Cyriacus en St. Franciscuskerk aan het Grote Noord. (zie kerken op deze site)

De drie tulpen
Hoek Gelderse Steeg- Achterom (in 2004), de Drie Tulpen

Gevelsteen drie tulpen
Achterom, gevelsteen de Drie Tulpen