Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Bekijk of download de PDF versie (12.13 MB - Opent in nieuw venster)

Kwartaalblad 1991 / 4   blz. 108 - 109

75 jaar Oud Hoorn 1917-1992

Auteur: Hoogeveen, Leo

Op woensdag 6 juni 1917 verzamelde zich een klein gezelschap van 23 dames en heren onder voorzitterschap van burgemeester A.A. de Jongh in het stadhuis aan de Nieuwstraat om ‘maatregelen te beramen tot de behoud van het antieke karakter van onze stad en van haar oude bouwwerken’.
Op zaterdag 16 november 1991 verzamelden zich ruim 80 leden van de Vereniging Oud Hoorn in de Oosterkerk voor de najaarsledenvergadering om onder meer het vijftienhonderdste lid binnen te halen. Kerkmeijer heeft het waarschijnlijk nooit durven dromen.
Bijna 75 jaar van hoogte- en dieptepunten liggen tussen die twee data.

Burgemeester De Jongh trad op als voorzitter van de commissie van toezicht op het Westfries Museum. Een 22-jarig jongmensch, Johan Kerkmeijer, werd in 1898 lid van die commissie en maakte de oudere heren daar soms danig aan het schrikken met zijn moderne ideeën. Die betroffen niet alleen de inrichting van het museum, maar ook zaken die met de schoonheid van de binnenstad te maken hadden.
Het Westfries Museum raakte eigenlijk min of meer vanzelf betrokken bij het lot van oude panden in de stad. Waardevolle onderdelen werden uit de sloop en bij verbouwingen gered en kwamen in het museum terecht: gevelstenen, loodgietersmerken, betimmeringen, tegels, balken, schoorsteenmantels enzovoorts.
Allengs brak bij de commissie het besef door, dat het beter was de panden in hun oorspronkelijke staat te bewaren, dan het museum steeds maar voller te stouwen met kostbare brokstukken en de rest van de mooie 17e en 18e-eeuwse panden aan de sloop prijs te geven. Zij ging zich aktief met het behoud en de restauratie van monumentale panden in de binnenstad bezighouden. Daarbij ging de aandacht niet alleen uit naar grote gebouwen als kerken, het stadhuis, het Sint Pietershof, de Hoofdtoren en de Waag, maar ook naar eenvoudige woon- en pakhuizen uit de ‘gouden eeuw’.
Kerkmeijer was sinds 1897 tekenleraar aan de plaatselijke H.B.S. en een verdienstelijk amateurschilder. Tijdens de ‘Grote Oorlog’ rijpte bij hem het plan een vereniging tot behoud van oude gebouwen te stichten. Hij meende dat een later geslacht er dankbaar voor zou zijn ‘dat wij in deze ellendige tijden nog een open oog hielden voor de geestelike schatten, die gevaar liepen in den algemeenen vernielingspoel onder te gaan’. In een bezielend ingezonden stuk in de Hoornsche Courant van 12 december 1916 zette hij zijn denkbeelden uiteen. Hij trok van leer tegen de materialistische geest van zijn tijd, ‘die er niet tegen opziet om het natuurschoon te doen verdwijnen en het mooie oude onder moker en breekijzer te vernietigen’. ‘Wij moeten in ons aankweeken dat innige gevoel voor natuurschoon, dat samengaat met liefde voor al het mooie, dat door onze voorvaderen met zooveel piëteit is vervaardigd.’
De oprichting van een aparte vereniging had ook een praktisch nut. Een van de belangrijkste taken van de nieuwe vereniging zou zijn subsidies beschikbaar te stellen voor restauraties. De commissie van toezicht op het Westfries Museum was daartoe niet in staat, omdat zij geen rechtspersoonlijkheid bezat. En onder de moeilijke tijdsomstandigheden waren van rijk en provincie geen subsidies te verwachten.
Op de ingezonden brief van Kerkmeijer kwamen zo’n vijftig positieve reakties. Op 13 juli 1917 vond de constituerende vergadering van de Vereniging Oud Hoorn plaats.
‘Het doel der vereeniging is het behouden van de schoonheid en het in herinnering houden van het verleden der stad Hoorn en hare omgeving.’ Aldus werd in de statuten de doelstelling van Oud Hoorn omschreven. In de praktijk kwamen de werkzaamheden van de vereniging gedurende de eerste halve eeuw van haar bestaan voornamelijk neer op het begeleiden van restauraties door particulieren en het verlenen van subsidies daarvoor later bemiddeling bij het verkrijgen van subsidies van rijk, provincie en gemeente. Talloze panden zijn zo onder het wakend oog van Oud Hoorn gerestaureerd. Ook werden, zij het niet altijd met succes, pogingen ondernomen waardevolle gebouwen tegen afbraak te behoeden.
In drie gevallen is sloop van eenvoudige, maar wonderschone huisjes voorkomen door ze voor de vereniging aan te kopen: Bierkade 10 en Onder de Boompjes 8 in 1919 en Schoolsteeg 7 in 1952.
De gemeente speelde goed in op de komst van Oud Hoorn met de oprichting van een bouwplancommissie, belast met wat later ‘welstandstoezicht’ zou gaan heten. Tien jaar later kwam er een gemeentelijke monumentencommissie en werd voor het eerst een gemeentelijke monumentenlijst samengesteld.
Van beide commissies werd Kerkmeijer voorzitter.
Als voorzitter van Oud Hoorn bepaalde Kerkmeijer vanaf de oprichting tot aan zijn dood vrijwel onafgebroken het gezicht van de vereniging. Zonder afbreuk te doen aan het vele werk van anderen kan gezegd worden: Kerkmeijer was Oud Hoorn. Hij was een ongemakkelijk en vasthoudend heerschap, wellicht noodzakelijke eigenschappen in de strijd die hij met zijn legendarische wandelstok voerde tegen de alom heersende onverschilligheid ten opzichte van het stadsschoon. De vereniging had niet alleen een pand in bezit aan de ‘Bierkaai’, maar moest er vaak ook tegen vechten!

Na de dood van Kerkmeijer in 1956 kwam de vereniging in een kalmer vaarwater terecht, een logische reaktie als één man zo lang de drijvende kracht is geweest. Het restauratiewerk ging door, maar op andere fronten maakte de vereniging een pas op de plaats.
Met de totstandkoming van de monumentenwet in 1961 en de rijksmonumentenlijst begon een nieuwe fase in de monumentenzorg in Nederland en Oud Hoorn moest zich gaan bezinnen op haar positie in deze nieuwe situatie.
Er werd gezocht naar nieuwe uitdagingen en die waren er volop. De stad Hoorn maakte rond 1970 een verwaarloosde indruk. Door krotopruiming waren grote gaten in de bebouwing gevallen, vooral in het Havenkwartier en talloze panden behoefden dringend restauratie. Voor deze laatste taak is in 1972 de Stichting Stadsherstel opgericht.
In deze periode trad een groep ‘angry young men’, net de zestiger jaren achter de rug en zeer begaan met het lot van de binnenstad, tot het bestuur toe. Daarmee veranderde de stijl van de vereniging: van een wat deftige club van bezadigde, zij het strijdbare heren kreeg zij meer het karakter van een aktiegroep, geheel passend in de geest van die tijd. Met boze brieven aan de gemeente en felle stukken in de krant probeerde men het geweten van bestuurders en bevolking wakker te schudden. Man en paard werden genoemd, wat de vereniging in sommige kringen niet geliefd maakte. Maar men vond het noodzakelijk uit oprechte bezorgdheid voor de kwaliteit van de binnenstad.
Er werden pogingen in het werk gesteld het historische stratenpatroon te behouden en voorgenomen doorbraken ten behoeve van het verkeer verhuisden naar de prullenbak. De tot dan toe volautomatische sloop van krotten werd bestreden en tenminste werd bereikt dat er niet gesloopt werd voordat een nieuwbouwplan gereed was. Oud Hoorn bleef echter de voorkeur geven aan restauratie, zelfs van de ergste gevallen. De vereniging kon instemmen met het opvullen van de gaten in de bebouwing, al was zij in de meeste gevallen niet erg gelukkig met de wijze waarop dat gebeurde.

Het onderzoek naar de geschiedenis van de panden in de binnenstad werd krachtig ter hand genomen, met het doel historisch materiaal direkt bij de hand te hebben als een pand werd bedreigd. In de loop van de jaren is al een rijke verzameling aangelegd, niet alleen bestaande uit gegevens, maar ook uit beeldmateriaal als foto’s en dia’s.
In 1979 kreeg de vereniging een eigen spreekbuis in de vorm van een kwartaalblad. Daarmee werd ook de mogelijkheid geschapen de tot dan toe wat eenzijdige belangstelling van Oud Hoorn voor monumenten te verbreden tot andere aspekten van de Hoornse geschiedenis.
Sinds de zomer van 1977 zijn al vijftien seizoenen lang onder leiding van gidsen van Oud Hoorn stadswandelingen georganiseerd om de belangstelling voor onze binnenstad bij een breed publiek te vergroten.
Het ledental groeide de laatste decennia explosief: van nog geen 200 in 1960 tot ruim 1500 nu.
Het huizenbezit werd uitgebreid. In 1974 schonk de firma Blokker haar pand Breed 12 aan de vereniging. Oud Hoorn kocht in 1988 Buurtje 1 en 2 aan en in 1990 Gravenstraat 15 en 17. Al deze panden zijn door de vereniging gerestaureerd.

Het bestuur van Oud Hoorn probeert nu het besef te laten doordringen dat we er niet zijn met het restaureren van de grotere en kleinere monumenten in de stad. De geschiedenis schrijdt voort, nieuwe gebouwen worden vanzelf ouder en voordat we die weer massaal gaan slopen moeten we zorgvuldig bekijken welke panden in aanmerking komen behouden te blijven. De Jugendstil van rond de laatste eeuwwisseling is nu een gewaardeerde bouwstijl, maar arbeiderswoningen uit de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw zijn de laatste decennia op grote schaal gesloopt. We moeten zuinig zijn op wat er nog over is. Ook andere werken van Hoornse architekten uit die periode verdwijnen in ras tempo. Door onderzoek en publikaties wil de vereniging aandacht vragen voor deze jongere monumenten. Een van de Hoornse architekten zal in het jubileumjaar uitgebreid in het zonnetje worden gezet.

Er is veel bereikt, maar nog veel meer te doen.
De Oosterpoort zal men niet meer afbreken, maar monumenten uit de jongere tijd zijn nog altijd kwetsbaar en verdienen het dezelfde bescherming te krijgen.
Er zal nog hard gewerkt worden voor Oud Hoorn in 2017 aan het eeuwfeest toe is.

 

<< Vorige

 

Leden van de Vereniging Oud Hoorn ontvangen het Kwartaalblad op het huisadres. Losse nummers, voorzover voorradig, zijn verkrijgbaar gedurende de openingsuren van het Oost-Indisch Pakhuis.

Kwartaalbladen t/m 2000 prijs per stuk € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor leden € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor niet-leden € 6,00

Vrijwel alle kwartaalbladen zijn in te zien in ons archief in het Oud Hoorn verenigingsgebouw.
Kwartaalblad index 1979 t/m 2004, Arie van Zoonen
Samenvattingen 2002-2013, Frans Zack
Samenvattingen 2014-2017, Ben Leek
PDF versies 1979-2009, Gerard van Stijn