Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Vereniging Oud Hoorn - Actualiteit

Toespraak dodenherdenking 2019

Zomaar een zwart wit foto, genomen vlak na de oorlog. De tijd even stil gezet.

We zien een moeder, gekleed in een vrolijke zomerjurk zittend in het gras. Twee kleine kinderen, een jongen en een meisje, beide met een prachtige krullenbol en een glimlach van oor tot oor, kijken speels in de camera. Het meisje heeft haar beide armen om de nek van haar moeder geslagen, alsof ze haar nooit meer los wil laten.
Familie de Leeuw

Moeder Channah Elze- de Leeuw met dochtertje Hadassah en zoontje Johoshua kort na de oorlog. Beschikbaar gesteld door Mevr. A. Goetmakers, via Rita Lodde 

 

Een aandoenlijk tafereel, dat een glimlach op je gezicht tovert, maar tegelijk ook ontroert, vooral als je weet wie er op de foto staan. Het zijn Channah Elze-De Leeuw en haar beide kinderen Hadassah en Jozua. Alle drie zijn ze Joods, alle drie hebben ze de oorlog overleefd. Hadassah en Jozua dankzij de moed en menslievendheid van August en Elisabeth Goetmakers uit Hoorn, die de kinderen met gevaar voor eigen leven opnamen in hun eigen gezin aan de Tweeboomlaan nummer 79.

Van Hansje Agsteribbe is geen foto van na de oorlog.

Zijn ouders Louis en Cato woonden aan de Beatrixlaan nummer 3, toen ze in april 1942 door de Duitse bezetter gedwongen werden naar Amsterdam te verhuizen. Daar werd Hansje op 27 november geboren.

Hij was amper een half jaar oud toen het hele gezin naar Konzentrationslager ’s Hertogenbosch, Kamp Vugt werd gedeporteerd. Het enige door de SS gerunde concentratiekamp buiten Duitsland.

In het kamp werden de kinderen van hun ouders gescheiden. Alleen de jongste kinderen mochten bij hun moeder blijven. Toen in de kinderbarakken de ene na de andere besmettelijke kinderziekte uitbrak, nam de SS radicale maatregelen. Alle kinderen, 1300 in totaal, werden op transport gezet. Op 6 juni 1943 vertrok de trein met alle 0 tot 4 jarigen, waaronder Hansje, en zijn moeder Cato. Vader Louis bleef achter. Hij kwam in 1944 om in Auschwitz.

Een dag later werden alle 4 tot 16 jarigen de goederenwagons in gedreven, zonder dat ze de gelegenheid kregen om afscheid te nemen van hun ouders.

Na een korte stop in Westerbork vertrokken Hansje en Cato op 8 juni 1943 samen met nog 3012 andere Joodse Nederlanders verdeeld over 46 goederenwagons naar Sobibor in Polen. Drie dagen later, op vrijdag 11 juni, kwam het transport in het vernietigingskamp aan.

Nog diezelfde dag werd jong en oud de gaskamers in gedreven en vonden 613 mannen, 1350 vrouwen en 1051 kinderen tot en met 16 jaar de dood,

waaronder 119 kleuters, 123 peuters en 55 baby’s. Hansje Agsteribbe was er een van. Zijn naam staat vermeld op het Monument der Verloren kinderen in Kamp Vught dat de herinnering aan dit beruchte kindertransport levend houdt. Hansje was een van de 18000 Joodse kinderen in Nederland die de Nazi terreur niet overleefde.

Wanneer je dit relaas over de lotgevallen van de familie Agsteribbe leest, dan lopen de rillingen over je rug. En dan vraag je je af, hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat mensen tot zoiets gruwelijks in staat zijn.

Een deel van het antwoord is dat de daders Hansje, zijn moeder Cato en alle andere Joodse slachtoffers niet meer als mensen zagen. Ze spraken over hen in termen van stuks, vracht en cargo.

Hoe kan dat?

Het was het eindresultaat van een sluipend proces dat psychologen ontmenselijking noemen. Het is goed om daar even bij stil te staan.

U, jullie en ik, allen zoals wij hier staan, zijn mensen met verschillende talenten, rollen en identiteiten. Ieder van ons is op heel veel verschillende manieren met de ander verbonden. Ik bijvoorbeeld ben niet alleen man, partner en vader, maar ook collega, vriend, mede-bestuurslid, en vanavond de houder van deze voordracht. Jij, bent niet alleen een jonge vrouw, maar ook dochter, en misschien wel klasgenote, teamgenote, lid van een facebookgroep en van de scouting.

Het proces van ontmenselijking begint wanneer mensen elkaar gaan zien alsof ze maar één connectie met elkaar hebben.

Dat kan gebeuren wanneer een bepaalde stroming, religie of partij één onderdeel van je identiteit tot inzet van een wij-zij tegenstelling maakt. Dat kan geloof, politieke overtuiging, ras of sexe zijn. Ineens ben je niet langer volledig mens, die aardige overbuurjongen, havo-leerling en talentvolle voetballer, maar enkel nog die moslim.

Deze sterke versimpeling van de werkelijkheid wordt gevaarlijk wanneer alle angst en onvrede in een samenleving op dat ene deel van je identiteit wordt geprojecteerd, in de Nazi propaganda was er sprake van een wereldwijd complot van Joden en kregen zij steevast de schuld van alles wat fout was gegaan met Duitsland. Wanneer het beeld van gevaar en bedreiging van ‘de ander’ maar vaak genoeg wordt herhaald, dan zet het zich vast in de hoofden van de mensen, raakt de ander geïsoleerd, met tweedracht en haat als resultaat.

De volgende stap is dat de ander beroofd wordt van zijn of haar gelijkwaardigheid, door hem of haar af te schilderen als minderwaardig, achterlijk. De Duitsers gebruikten hiervoor de term Untermenschen. En iemand die niet gelijkwaardig is verdient ook niet dezelfde rechten is dan de volgende redenering.

Zet je de ander vervolgens stelselmatig in woord en beeld weg als een plaag, een virus, als beesten, ratten of kakkerlakken dan ontneem je de ander ook nog eens zijn of haar menselijkheid. En ja, wat doe je met een virus, met ratten of kakkerlakken, die roei je uit. Dat is dan de oplossing, de Endlösung van het door jou in eerste instantie zelf gecreëerde probleem.

Als je deze tactiek maar lang en vaak genoeg toepast geef je mensen een rechtvaardiging geeft voor gewelddadig gedrag en in zo’n situatie blijken mensen al hun morele remmingen te verliezen en valt de drempel voor het toepassen van collectief geweld volledig weg, met de meest onvoorstelbare gruwelijkheden tot gevolg.

Dat is niet alleen tijdens het Nazi regime gebleken, maar bijvoorbeeld ook tijdens de genocide van Hutu’s op de Tutsi’s in Rwanda.

Nu wil ik niet beweren dat in ons land of in Europa zoiets verschrikkelijks weer voor de deur staat.

Maar tot mijn zorg zie ik wel hoe in onze huidige tijd de tactiek van de ontmenselijking opnieuw volop wordt toegepast. Door politieke leiders, extremistische partijen en religieuze stromingen die dat langzaam werkende gif opnieuw in onze samenleving spuiten. Die wij-zij tegenstellingen creëren, dan wel aanwakkeren, gebruikmakend van de grote verbindende maar tegelijk ook sociaal vernietigende kracht van het internet en de social media, met een steeds grotere verdeeldheid en een opsluiten in je eigen waarheid tot gevolg.

We zien in Christchurch en in Sri Lanka waar het in het extreemste geval toe kan leiden, wanneer je mensen niet meer als volledig mens ziet en denkt in termen van rassenstrijd, cultuurstrijd en religieuze oorlog.

Niet alleen in ons land, ook elders in Europa worden mensen omwille van het verkopen van een schijnbaar eenvoudige oplossing van alle problemen opnieuw tot maar één dimensie teruggebracht moslim, ongelovige, Jood, vluchteling, homo.

En hoe wreed, vrijwel dezelfde minderheden als die onder het Nazi regime werden vervolgd, voelen zich opnieuw niet veilig, zijn wederom het mikpunt zijn van alle gevoelde en soms ook gevoede angst en onvrede in de samenleving.

Als ik het zo vertel, dan klinkt het als een doemscenario. Maar dat hoeft het niet te zijn, want er is gelukkig een tegengif tegen de giftige tactiek van de ontmenselijking. Een tegengif dat ieder van ons bij zich draagt en in zich heeft. En dat is empathie. Het vermogen om je te verplaatsen in ‘de ander’ met hem of haar mee te voelen, hoe verschillend die ander ook is. Het vermogen ook om de volledige mens in de ander te zien en te willen blijven zien.

In tegenstelling tot onze ouders, grootouders of overgrootouders die de bezetting hebben meegemaakt, kunnen wij zonder gevaar voor eigen leven in vrijheid kiezen om in contact te blijven, in gesprek te raken, ons te verdiepen in de ander en ons niet te laten verleiden tot al te simpele zwart wit beelden en vooroordelen.

Dat is geen gemakkelijke weg, want de werkelijkheid is nu eenmaal heel complex en weerbarstig. De ander begrijpen soms niet eenvoudig. Maar het is de enige menselijke weg.

Laten we daarin een voorbeeld nemen aan August en Elisabeth Goetmakers. Ondanks een voortdurende propaganda en enorme repressie, bleven zij de Joden als mensen zien en trokken zij met gevaar voor eigen leven daar ook de conclusie uit.

Dankzij hun empathie en moed konden Hadassah en Jozua hun moeder weer in de armen vallen en op de die ontroerende zwart wit foto worden vastgelegd.

Ad Geerdink

 

 

Nieuwsarchief