Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Vereniging Oud Hoorn - Actualiteit

Gegil door merg en been   (24-12-2019)

oudhoornGegil door merg en been, op de hoek van de Slapershaven op ’n kille zaterdagmiddag in Hoorn.
Barbier chirurgijn Simon blijkt weer bezig, een groot slagersmes in de hand, het voorschoot besmeurd met bloed. Het is hard werken, maar die arm, die mot er echt af. Koudvuur, luidt het vonnis. De chirurgijn, die niet terugdeinst voor het bewerken van tandworm met een gloeiende staaf, het inzetten van bloedzuigers of een forse aderlating als dat nodig is om de (doorgaans arme) patiënt te genezen, is een van de vertellers tijdens de kerstwandeling door het havengebied. Als je rijk was ging je naar de dokter, arme mensen waren aan de barbier en chirurgijn en zijn fratsen overgeleverd.

oudhoornHerberg Hoorn organiseert met Oud Hoorn voor het derde jaar wandelingen, dit keer met als thema beroepen. De samenwerking met theatergroep Expreszo maakt dat het Hoorn van de zeventiende eeuw door smeuïge verhalen tot leven komt.




Vakman
Bij de Ottobrug staat meester timmerman Simon Gerritszoon, een vakman pur sang die zeker weet dat hij deze brug heel wat vakkundiger had kunnen repareren dan nu, in deze eeuw, is gebeurd. Hij heeft een fraai bewerkte houten kistje als bewijs van zijn meesterschap en vertelt over de voordelen van het gilde, dat als patroonheilige Jozef, timmerman en tevens de vader van Jezus, had.


oudhoornGids Ab Venverloo leidt zijn gezelschap door de smalle straatjes rond het havengebied. Hij vertelt en passant over de broodfabriek in de Gedempte Appelhaven, waar in een vorig leven 25 bakfietsen voor de deur stonden om Tarvo uit te venten. En over Jopie Soering, berucht scheepsbouwer die een zootje maakte van zijn werf en in de kermistijd graag met zijn vuisten klaarstond.

Op de hoek van de Mallegomsteeg staat smid Johan. Hij vertelt over moker, hoeftang en aambeeld, over het ijzer smeden als het heet is, maar bewaart het geheim van de smid. Even verderop, voorbij de koetshuizen waar ooit de rijken hun paard en wagen stalden, wacht bakker Hendricus Johannes Kramer al, gewekt uit zijn bakkersslaapje.

Met de voeten
Hij vertelt over het harde werken, de lange uren en het gebrek aan slaap. Maar als zijn broden uit de oven kwamen, gemaakt van met de voeten gestampt deeg waardoor er nog wel eens een haar in achter wilde blijven, geurde de hele steeg. ,,Ze gingen als warme broodjes.’’
Langs de kruidenier van de 17e eeuw dan maar, die zijn komenijswaren afkomstig van de VOC bijeensprokkelde door vooral ruilhandel. Porselein uit China, zilver uit Japan, suiker uit Turkije, maar op z’n tijd ook appeltjes van oranje, zeer waardevolle peper en, als je achterom komt, ook nog wel een snuifje opium.


Zijn bestaan is beter dan dat van viswijf Trui, die haar schellevis, kabeljouw en pekelharing uitvent en wordt weggejaagd om de vislucht. Wat overblijft is voor de armen, zo is bepaald door de hoge heren. Bij het Houten Hoofd staat zo’n hoge heer: Jan Merens, koopman en latere burgemeester, die vertelt over zijn reizen naar de Oost, zijn aandeel in de Beemster en zijn lucratieve handel. En ook Adriaan van Bredehoff en regentes Hendrika Carbasius hebben het goed getroffen. Zij weten arme wezen efficiënt in te zetten voor hun eigen voordeel en behouden toch dat zweem van liefdadigheid, dat geld in het laatje brengt.
Ach, zo ging dat in die tijd.

Bron NHD

Nieuwsarchief