Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens

Gevelstenen in de binnenstad

Bierkade 2

In de gevel van het voormalige pakhuis Londen treft men twee stenen aan die ieder een vorm van biervervoer tonen. De ene toont het dragen van een biervat, wellicht van een voor het pakhuis liggend schip naar het pakhuis, en de tweede laat het vervoer per sleper of slede zien. Het drinken van bier werd vroeger niet gezien als het gebruiken van een genotsdrank, zoals nu, maar veeleer als een noodzaak bij gebrek aan gezond drinkwater.

Vooral in de steden was het zeer problematisch om over grotere hoeveelheden schoon drinkwater te beschikken. Het water van sloot en gracht diende veelal als open riool en was dus te zeer verontreinigd. Hoewel het begrip “bacteriën” toen nog onbekend was, beschouwde men uit ervaring het drinken van bier als een probaat middel tegen allerlei ziekten en epidemieën. Naast het thuis brouwen van bier werd deze drank vooral bereid in bierbrouwerijen.

 

Elke plaats van enige betekenis had wel een of meer brouwerijen. Straatnamen met daarin afleidingen van de woorden ‘brouwen’ en ‘bier’ treft men in veel oude Hollandse steden aan. Zo heeft Hoorn de Brouwerijsteeg en de Bierkade. Ook de Bottelsteeg staat met het brouwen van bier in verband. Het is een verbastering van Bostelsteeg. Bostel is afgewerkte of uitgetrokken mout, een belangrijke grondstof voor de bierbereiding. Zie verder Bijlage 3.

Bijlage 3

Bierkade of bierkaai duidt op een wal waar bier, aangevoerd per schip, werd gelost. In Hoorn werd over de Zuiderzee veel bier uit Hamburg en Bremen aangevoerd. Voor het lossen van de schepen met de vaten bier waren sterke kerels nodig, die hun mannetje goed konden staan. Bekend in verband hiermee is het gezegde “vechten tegen de bierkaai”.

Vervoer per as, over de weg, is blijkbaar niet aan de orde. Vervoer per as was dan ook belastbaar op grond van een keur, er werd accijns op geheven. Wellicht was dit het gevolg van een andere vorm van belasting- of accijnsheffing, namelijk die wegens het geratel van de wielen over de keien van de stadsstraten door het vele andere vervoer van goederen per wagen – een vroege vorm van wat nu milieubelasting heet. Om deze accijnzen te omzeilen ging men over op het gebruik van zogenaamde sleperssleden, zoals op een van de gevelstenen duidelijk te zien is. Om de slede soepel en niet al te luidruchtig te laten glijden, werden de glij-ijzers regelmatig gesmeerd door de slede over een lap of tod voorzien van een smeermiddel te trekken. U voelt het al, deze lap werd smeerlap genoemd. Het is dan tevens duidelijk waar de negatieve persoonsbetiteling smeerlap vandaan komt. De andere steen toont het vervoer per draagstok door twee mannen. Deze wijze van vervoer was uiteraard bedoeld voor korte afstanden, bijvoorbeeld van schip naar pakhuis of van slede naar opslagplaats van de herberg. De draagstok is ook te zien op de schouder van de achterste man op de steen met de slede. Dergelijke afbeeldingen kon men ook aantreffen bij wijnschenkerijen en wijnhuizen. Hoorn kende in het verleden een aantal brouwerijen binnen haar poorten:

• “De Roode Hant” op het Baatland
• “De Pauw” aan de noordelijke zijde van de Peperstraat
• “Het Gebroken Hart” achter het Schotland bij het Watertje
• “Het Wapen van West-Friesland” aan de Italiaanse Zeedijk

 

Laatstgenoemde brouwerij werd in 1875 gekocht door vroedschaplid P.C. Boon. Onder het pand zouden zich nog delen van bierkelders bevinden. Van deze bierbrouwerij wordt de stenen timpaanvulling nog bewaard in het Westfries Museum; zie voor de beschrijving hiervan Hoofdstuk 3. Dezelfde Boon kocht ook nog bierbrouwerij “De Roode Hant” op het Baatland. Het gezegde “de kost gaat voor de baat uit” ging voor hem niet op, want hij ging hieraan failliet. Mogelijk ligt er overigens een relatie tussen deze brouwerij en het in feite gelijknamige huis “De roô hand” aan de Ramen. Achter dit huis heeft namelijk een mouterij gestaan, waar het graan voor de bierbereiding gemout werd. Hier zou de eigenaar gewoond kunnen hebben. Het is mogelijk dat aan de Nieuwendam nog de Evertsbrouwerij gestaan heeft, die eigendom van de familie Van Foreest geweest zou zijn. Misschien staat de nabij gelegen Brouwerijsteeg hiermee in verband.

 


Bierkade ca. 1925