Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens

Gevelstenen in de binnenstad

Grote Noord 104

Deze steen, gevat in een aedicula-achtige omlijsting, is in de negentiende eeuw gerestaureerd, naar aan te nemen is ruim ná 1869. Van Lennep en Ter Gouw schreven in genoemd jaar dat het linkerhoofd de Griekse filosoof Heraclitus moet voorstellen en het rechterhoofd de Griekse filosoof Democritus. Heraclitus stierf (± 480 v. Chr.) vóór Democritus werd geboren (± 460 v. Chr.). De eerste schreef zwaarmoedige en mistroostige theorieën over de mensheid, de tweede leverde opgewekte en blijmoedige opvattingen over hetzelfde thema. Daarom wordt Heraclitus ook wel de zuurkijker genoemd en Democritus de olijkerd. Blijkbaar waren door verwering de hoofden en de tekst niet meer goed te onderscheiden, zodat men van de tekst bij de restauratie “In de twee verliefde Hoofd” maakte. Aangezien men toen tevens meende dat de twee hoofden wel betrekking zouden hebben op een mannen- en vrouwenkopje heeft men ze ook als zodanig weergegeven. Tijdens het herstel door de Vereniging Oud Hoorn in 1920 zijn de hoofden weer gewijzigd in twee mannenkopjes, hoewel de juiste vorm daarvan toen blijkbaar niet meer met zekerheid kon worden achterhaald. De tekst is echter wel op juiste wijze veranderd in “In de twe vergulde hofd”.

Het is echter moeilijk te herkennen, dat het om twee antieke koppen gaat, vooral de negentiende-eeuwse (!) snor is een merkwaardig toevoegsel. Het is jammer dat men blijkbaar niet over de nagetekende afbeelding van de steen van vóór 1869 beschikte uit het werk Het Boek der Opschriften van van Lennep. De hierbij afgedrukte kopie van bedoelde tekening geeft duidelijk de olijk lachende en de zuur kijkende gelaatsuitdrukkingen weer, die de huidige hoofden op de steen nu ontberen zodat een groot deel van de essentie ontbreekt. In feite zouden de hoofden ook, zoals de tekst vermeldt, verguld moeten zijn in plaats van donker gekleurd. Onbekend is of zij inderdaad ooit verguld zijn geweest.

Ten aanzien van een vroegere bestemming van het pand is onzeker of de Gecommitteerde Raden van West-Friesland hier hun vergaderplaats hadden alvorens in 1613 het gebouw van het huidige Westfries Museum als hun definitieve vergaderruimte te betrekken. Velius schreef, dat de Raden vanaf 1573 vergaderden ‘op de Noorderstraat in 't huys daar 't vergulde hoofd uythangt’. Hij had het echter over één hoofd.
Ervan uitgaande dat de Gecommitteerden inderdaad hier hun plaats van samenkomst hadden, zou de functie van deze twee hoofden kunnen zijn geweest om aan te geven hoe afwisselend de uitdrukkingen van de gezichten tijdens een vergadering wel konden zijn geweest.