Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens

Gevelstenen in de binnenstad

Grote Oost 28-30

In de topgevel van het hoofdgebouw van dit voormalige postkantoor is een forse “gevelsteen” van gietijzer aangebracht, voorzien van het rijkswapen. Dit voor Hoorn enige gietijzeren tableau dat zich nog in een gevel bevindt, is gegoten bij de ijzergieterij van Enthoven te 's Gravenhage (een vroeger gietijzeren wapenschild van het Westfries Museum is te zien in het museum zelf). Erboven bevindt zich een tekststeen waarop “Post- en Telegraafkantoor” te lezen staat, evenals het jaartal 1876 (het jaar van aanvang van de bouw). Rechts van het hoofdgebouw is het kantoor van de directeur te vinden. Opzij hiervan met toegang naar zijn bovenwoning bevindt zich een afgeplat torentje. De bestektekening hiervan toont een spits. Deze spits is ook nog aangegeven op de desbetreffende tekening van de toestand van 1944 in het boek Hoorn, huizen, straten, mensen. Het postkantoor is naar ontwerp van de Rijksbouwmeester Peters gebouwd. De twee gebouwen tonen in hun hoofdopzet een neogotische inslag, terwijl de detaillering behoort bij de neovorm van de Hollandse renaissance. Ook is er invloed van het eclecticisme te herkennen, onder andere in de vensters met hun T-roede-indeling en de groene geglazuurde kordonlijsten.
Zie verder Bijlage 9.

 

Bijlage 9

Voor de overheid vormden de stijlkenmerken van de Hollandse renaissance (of Hollands maniërisme) een geliefde basis voor de vormgeving van haar gebouwen in de periode van ± 1875 tot 1914, maar ook later nog, tot zelfs in 1939 bij de bouw van het voormalige telefooncentralegebouw (Noorderstraat 5; zie aldaar). Andere Hoornse (semi)overheidsgebouwen met duidelijke renaissancekenmerken zijn onder meer het station, het voormalige landbouwproefstation (Keern 33), de voormalige muloschool (Draafsingel hoek Johan Messchaertstraat) en de O.S.G. West-Friesland (Bontekoestraat). Die keuze voor de neorenaissance kwam voort uit een algemene behoefte aan gebouwen die de eigen historie weerspiegelden. Ook de behoefte van de overheid om door middel van de vormgeving van haar gebouwen autoriteit en gezag uit te stralen speelde hier een rol in. Als uitgangspunt voor deze architectuur beschouwde zij de Hollandse renaissance, de bouwstijl van de fameuze Gouden Eeuw, als de meest geschikte.

Gevelstenen passen heel goed in de traditie van de renaissance. Toevoeging van een gevelsteen werd mede als middel beschouwd om de voornaamheid van een gebouw te vergroten. Vandaar dat men aan (semi)overheidsgebouwen uit bedoelde periode vaak gevel- en/of tekststenen aantreft; zo ook aan de hierboven genoemde gebou-wen, Keern 33 uitgezonderd. Bouwmeesters of architecten van overheidsgebouwen waren meestal in overheidsdienst. Aangezien het de overheid in de eerste plaats om het gebouw en functie ervan ging en minder om de naamsbekendheid van de ontwerper, is van veel bouwwerken de ontwerper onbekend, maar niet in het geval van Grote Oost 28-30: de bekende architect Peters.

Op 31 oktober 1875 kocht het rijk enige percelen, voldoende ruimte biedend voor een aldaar te bouwen postkantoor met directeurswoning. Op 17 juni 1876 werden de stukken voor de eerste aanbesteding door de minister van financiën goedgekeurd en op 14 augustus van hetzelfde jaar werd de aanbesteding gehouden. Op 1 mei 1878 werd het gebouw in gebruik genomen.