Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens

Verdwenen Hoornse gevelstenen en aan Hoorn gerelateerde gevelstenen

Van de meeste verdwenen gevelstenen is het lot niet meer te achterhalen. Een aantal ervan is door wat voor oorzaak ook verloren gegaan. Dit kon gebeuren door breuk bij sloop of door verkoop door slopers aan handelaren in curiositeiten of antiquiteiten, vaak voor een appel en een ei. Ook werden gevelstenen bij een verhuizing wel gewoon meegenomen door de eigenaren van het huis waar zij zich in bevonden. De stenen die wel behouden zijn maar zich niet meer op hun oorspronkelijke plaats bevinden moeten dus nog ergens in het land zijn, of zelfs daarbuiten, al dan niet via de handel. Voor buitenlanders zijn gevelstenen vaak geliefde antiquarische souvenirs. Dergelijke stenen zijn vaak alleen bij hun huidige eigenaar bekend. Het komt zelfs wel voor dat zulke nieuwe eigenaars niet eens op de hoogte zijn van de herkomst van hun steen.

Dergelijke stenen worden meestal door toeval ontdekt. Drie voorbeelden hiervan zijn: “In de twe groene leste” (zie hieronder), “De koning van Schotland” en de steen van het voormalige smidsgildehuis (zie voor de laatste twee stenen Hoofdstuk 3). Het boek De Uithangtekens in verband met Geschiedenis en Volksleven beschouwd van J. van Lennep en J. ter Gouw vermeldt daarnaast nog “De Toren van Amersfoort”, “'t Huis te Staveren” en “Pruis te Paard” als Hoornse voorbeelden van verdwenen gevelstenen waarvan de lotgevallen tot op heden onbekend zijn.

Dr. Conradus Leemans verhaalt in zijn beschrijving van een bezoek aan Hoorn in 1839 dat hij in een gevel aan de Kerkstraat (of op het Kerkplein) twee stenen zag met daarop vier afbeeldingen in reliëf. Het ging om de volgende Bijbelse taferelen: de profeet Ahia voorzegt Jerobeam de verheffing tot koning, een man Gods uit Juda voorspelt koning Jerobeam te Beth-el straf voor zijn afgoderij, de profeet Elia gespijzigd door de raven, en de profeet Elia in de vurige wagen die hem ten hemel voert. Tussen de stenen in bevond zich een eenhoorn alsmede het jaartal 1602. In dezelfde straat (of op hetzelfde plein) zag hij verder een steen met de uitbeelding van de bijbelse uitdrukking: ‘en wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet?’. Daaronder bevond zich een Latijns opschrift waarvan de Nederlandse vertaling als volgt luidt: ‘een [blinde] in eigen, een [honderdogige] argus in andermans [zaken]’.

De gevelsteen “Het bloeiende hart” (voorheen Grote Havensteeg 14, zie bladzijde 206) is sinds zijn tracering in 1962 weer verdwenen.

Door een bredere maatschappelijke bewustwording aangaande het belang van ons (bouwkundige) culturele erfgoed in de laatste decennia is de registratie van deze artefacten, alsmede het toezicht erop, inmiddels nauwkeuriger en strenger geregeld. Als gevolg daarvan is de verkwanseling van dit deel van ons erfgoed nu beter aan banden gelegd.