Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Zeshonderd jaar scholen en schoolmeesters in Hoorn 1396-1996 (Band I)



Boek - Zeshonderd jaar scholen en schoolmeesters in Hoorn  1396-1996 (Band I)


Auteur
Zoonen, Arie en Jannie van Zoonen-Zielman
Uitgever
Vereniging Oud Hoorn en Publicatiestichting Bas Baltus
Jaar
2018
Collatie
315 p.
Serie
Deel I
ISBN
978-90-76385-22-8
Plaatsing
G.3 - Zoon - 1646     (Onderwijs, scholen)

 

1396 is het jaar waarin we voor het eerst lezen dat de stad zelf schoolmeesters mag aanstellen en ontslaan en dat de school die dan al enkele decennia in Hoorn bestaat, als het ware door de landsheer graaf Albert aan de stad wordt geschonken. 1996 is het jaar waarin de stad 600 jaar scholen kent. Hierover gaat dit boek.

Deel I behandelt de periode van 1396 tot 1572, als Hoorn kiest voor Oranje. In feite schrijven we in dit deel alleen over de ontwikkeling van de grote stadsschool hoewel daarnaast onder- of bijscholen ontstaan. Dit deel heeft als motto “Tot eer ende onderhoudenisse van den chore”, geciteerd uit een keur van 1528 in het Oud Archief van Hoorn: "Alle knechtgens out XV jair ende daer byneden sullen ghehouden wesen tot gheen ander dan alleen in 't grote schole ter schole te gaen, tot eer ende onderhoudenisse van den chore"… Dat betekent dat de grote school ervoor moet zorgen dat het kerkkoor in aanzien blijft met behulp van de jongensstemmen.

Deel II schenkt aandacht aan de scholen van 1572 tot 1795 na welk jaar de stad zich moet schikken naar landelijk beleid. Voor alle onderwijs geldt: “Die kinderen gheene boucken te leeren contrarierende de christelicke religie”, geciteerd uit een burgemeestersvergadering van 1594 in het Oud Archief van Hoorn. Naast de grote stadsschool (1572-1777) en de diverse particuliere scholen ontstaan in die periode de Latijnse school (1575-1868), de Franse scholen voor jongens en meisjes (1578-1877), de konstschool voor nautisch onderwijs (1580-1920), de Lutherse school (1686-1844), de Israëlitische school (1774-1861), de school van de Vaderlandsche Maatschappij (1777-1846) en de stads- en diaconieschool (1777-1846).

Deel III beschrijft de scholen in periode van 1795 tot 1996 In de onderwijswetgeving komt dan voor:

Teneinde een wakend oog te houden op de publicque opvoeding , 1795-1806.
Opvoeding tot alle maatschappelijke en christelijcke deugden, 1806-1857.
Opvoeding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden , 1857-1920.
Gelijke financiering van openbaar en bijzonder onderwijs , 1920-1996.

Naast de onderwijswetgeving komen aan de orde: de lagere school (1795-1996), de tekenschool (1820-1900), de muziekschool (1821-1934, 1947-1996), de bewaar-, later kleuterschool (1823-1996), het zondags- of herhalingsonderwijs (1823-1920), de geneeskundige school (1825-1865), de armen naai- en breischool later omgezet in een vakschool voor meisjes, de huishoudschool (1848-1917-1996), de normaalschool (1859- 1924), de hogere burgerschool (1868-1911-1996) opvolger van de Latijnse school, de protestants-christelijke scholen voor lager en voortgezet onderwijs (1866-1996), de rooms- katholieke scholen voor lager en voortgezet onderwijs (1868-1996).
Daarna volgen bijlagen bij deel III. Dit deel zal later verschijnen.



pdf Bekijk of download de PDF versie (7.82 MB - Opent in nieuw venster)