Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Kroniek van Hoorn 1850-1931

1862 (vervolg)

…Zuijdzijde tot hare keuken, en hadden voort hare Reventer (eetzaal) in 't midden van deze twee andere deelen afgeschut. „De Kruisbroeders, waaronder de Tertianen in 1461 zich begaven, timmerden nog in 1462 een nieuwe Kerk aan haer Clooster, daar de Raad van Hoorn huer de muragie toeschenkt.
„De verschillende lotgevallen van dit klooster vindt men bij de genoemde schrijvers vermeld, laatstelijk in het jaar 1700 (vervolg blz. 190) de hevige brand van 22 Mei en de aanbesteding van den herbouw van het afgebrande op 15 November 1700 voor 4.300 gulden, van welk een en ander ook de memorie gewaagt. Op het jaar 1662 komt in het vervolg deze aanteeken voor: „In een lijst der namen van de Regenten van het Oudemannen- en Vrouwenhuijs, anders genaamd het St. Pietershof (gebouwd in 1617) getrokken uit 't Electieboek der Stad, vind ik aangeteekend, dat dit huijs in 1662 gecombineerd werd met het leprozenhuijs."
De notulen van de vergadering van den Gemeenteraad van 24 Juni 1862 vermelden voorts het volgende:
„In de meergenoemde memorie wordt de lotwisseling waaraan het St. Pietershof is onderworpen geweest, van 1700-1857 medegedeeld. In dat jaar en wel op 8 Maart blijkens het verhandelde in de vergadering van Br. en Ws. werd kwalificatie op den plaatselijken ontvanger verstrekt tot het provisioneel financieel beheer van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis. (Receuil 5148 bis) en het Repertorie dd. 6 October 1838 vermeldt qualificatie op mr. P. van Akerlaken, tot de administratie over het finantieel beheer van het St. Pietershof, of oude Mannen- en Vrouwenhuis (zijnde geregistreerd 6 October 1838). Van dien tijd af is de tegenwoordige Burgemeester dezer gemeente, krachtens deze qualificatie geweest en gebleven tot op den huidigen dag eenig beheerder van het St. Pietershof, maar jaarlijks deed ZEd. in die kwaliteit rekening en verantwoording van zijn beheer aan Burgr. en Weths. der gemeente Hoorn. Het gesticht is gerangschikt onder de instellingen uitsluitend bestemd tot het voorkomen van armoede en wordt alszoodanig op blz. 47 van het jaarverslag over 1860 besproken in éénen adem met het Vrouwenhofje."
„Uit memorie van den Heer Administrateur blijkt alverder…