Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

R.K. kerk Sint Cyriacus en Franciscus

Een stukje geschiedenis van de kerk aan het Grote Noord nr.15

Auteur: J.L.N. Dijkstra
Eerder verschenen in het Oud Hoorn kwartaalblad van 1983/4

St. Cyriacuskerk

Bij gelegenheid van de viering van het honderdjarige bestaan van deze kerk in 1982 is van de hand van J. Onstenk een boekje verschenen over de geschiedenis van deze kerk onder de titel "De Bouwers van de St. Cyriacus en Franciscus". Met toestemming van de schrijver zijn gegevens uit dit geschrift gebruikt voor het volgende artikel.

Het bestaan van het huidige kerkgebouw is, zoals zo vaak, te danken aan een calamiteit. Op zondag 1 juli 1877 richt een brand in de Kapel aan de Achterstraat zodanige verwoestingen aan, dat het gebouw volledig onbruikbaar wordt voor het houden van erediensten. Het is deze kapel geweest die tot dat onheilspellende moment heeft gediend als parochiekerk van St. Cyriacus. Slechts een week tevoren was het gouden feest van de vestiging van deze parochie gevierd. Voordien had het gebouw vanaf de Reformatie tot aan 1799 dienst gedaan als "Artilleryhuis van de Gecommitteerde Raden van West Friesland".

In juli 1825 had de toenmalige pastoor van de bouwvallige statie, In de Drie Kalfjes" aan het Nieuwe Noord aan het stadsbestuur toestemming gevraagd het gebouw voor godsdienstige doeleinden in gebruik te mogen nemen, wat na enig geharrewar werd toegestaan. Op 14 mei 1827 wordt de gerestaureerde kloosterkapel weer voor de eredienst in gebruik genomen, terwijl als pastorie ging dienen de muntmeesterwoning aan de Muntstraat, die voor f 2.000, - van de gemeente was aangekocht. 
Kort na de installatie van de kapel werd aan de toen gevestigde statie van St. Cyriacus toegevoegd de tweede Hoornse seculiere statie van de Slijksteeg. Een en ander was min of meer het gevolg van het overlijden van de pastoor van deze statie, Franciscus Xaverius van Crimpen, op 4 juli 1827.

De gelovigen van deze Slijksteeg-statie hadden met de samenvoeging grote problemen en het merendeel kerkte na de samenvoeging dan ook niet in de Cyriacus, maar in een derde katholieke kerk in Hoorn: de paterskerk van de Franciscanen aan het Achterom. Deze kerk reikte van deze straat tot aan het Grote Noord, waar in 1755 een knappe gevel werd opgericht voor het gebouw, met de pastorie op de benedenverdieping.

Zowel de Cyriacus- als de Franciscus statie, de ene aan de Achterstraat, de ander aan het Achterom, worden terzelfder tijd in 1856 tot parochies verheven.

In die tijd was pater (Franciscaan) Reinerus Antonius van Ewijk pastoor van de St. Franciscus parochie en Antonius Arnoldus Steinbach pastoor van de St. Cyriacus. Met het vertrek in emeritaat van Van Ewijk in februari 1868, wordt de kerk van St. Franciscus aan het Achterom door de Provinciaal van de Franciscanen aan de Bisschop van Haarlem overgedragen. Dit was voor veel parochianen een onbegrijpelijke stap, die nogal wat roddelpraat veroorzaakte. Als dan ook nog de opvolger van Van Ewijk, de 4l jarige, uit Volendam overgeplaatste, Gerardus Scheefhals, de taak krijgt beide parochies samen te voegen, dan is dat vooral voor de kerkmeesters van de Franciscuskerk een bijna onverteerbare brok. Deze inlijving geschiedde op basis van het bisschoppelijke decreet van 25 juni 1868.
De fraaie paterskerk is daarmee tot een bijkerk, een succursaal, gedegradeerd.

Het kostte Scheefhals heel wat diplomatie en geduld om de gemoederen weer enigszins tot bedaren te krijgen, te meer waar ook het, standsverschil" tussen de kerkmeesters van de twee kerken een rol speelde in het conflict.
Dit bemoeilijkte ten zeerste de instelling van één kerkbestuur voor beide kerken. Daar komt nog bij dat het katholieke bevolkingsdeel van Hoorn in die tijd bepaald niet tot de welgestelde groep gerekend kon worden. Volgens Scheefhals zelf zijn er maar twee parochianen die men wezenlijk rijk kan noemen en een twintigtal goed gezetenen, onder wie drie of vier boeren. Voor het overige behoren zij, die hij, den fatsoenlijken stand" noemt, tot, de klasse der broodwinnende lieden, terwijl het getal dergenen die minder of meer, voortdurend of tijdelijk ondersteund worden, tot ongeveer het derde gedeelte der parochianen klom".
Daardoor waren de geldelijke middelen van de parochies ook niet ideaal, integendeel, er was een gezamenlijke schuld van f 2.600, -.

Op het moment van de brand in de St. Cyriacus in de Achterstraat, waarmee we ons overzicht begonnen, had Scheefhals zijn zilveren priesterfeest net achter de rug. Aan hem de taak om voor een nieuw kerkgebouw te zorgen, iets waar de parochianen al eerder hun wensen voor hadden ingediend.

Een comité van notabelen had zich bij Scheefhals' zilveren feest verplicht in een periode van vijf jaar de som van f 30.380,- bijeen te brengen voor een nieuwe kerk, mits het kerkbestuur uiterlijk op 1 augustus 1880 nieuwbouwplannen gereed en in begin van uitvoering zal hebben. Alle redenen zijn aanwezig om nu juist voortvarend aan het werk te gaan voor de nieuwbouw. Op 16 maart 1880 wordt de eerste steen gelegd door de 14-jarige Petrus Antonius Schermer, zoon van Bernardus Schermer en Maria Agnes Schermer. Daarvoor heeft zich nog een juridische strijd ontwikkeld met de gemeente over de assurantiepenningen van de puinhoop aan de Achterstraat, een strijd die uiteindelijk in december 1879 werd beslecht: de stad krijgt de puinhopen en de grond terug en f 4.000,- toe.

patroonheiligen

Op 23 december 1877 heeft het parochiebestuur inmiddels besloten een nieuwe kerk te bouwen op de plaats waar dan nog de oude St. Franciscuskerk gelegen is. Het beschikbare terrein is 20 meter breed en 46 meter lang en zoals eerder gezegd, gelegen tussen het Achterom en de Grote Noord. 
Als de kerk van St. Franciscus wordt gesloopt is het natuurlijk noodzaak een plaats te vinden waar door de beide parochies gekerkt kan worden.

N.B. De hulpkerk stond op het terrein van de St. Jozef jongensschool op het Achterom.