Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Bekijk of download de PDF versie (13.84 MB - Opent in nieuw venster)


NB Alleen artikelen ouder dan een jaar zijn beschikbaar in het PDF formaat!
Download hier de gratis Acrobat PDF Reader.Bekijk ook: Auteursrechten

Kwartaalblad 1993 / 2   blz. 44 - 46

Standbeeld Jan Pieterszoon Coen 100 jaar geleden 'op heilige grond' onthuld

Auteur: Zoonen, A. van

Groot feest in Hoorn op 30 mei 1893

Honderd jaar geleden, op 30 mei 1893, werd op de Rode Steen in Hoorn het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen onthuld.
A. van Zoonen beschrijft in bijgaand artikel hoe het plan tot oprichting tot stand kwam en hoe de voorbereidingen vanaf 1884 verliepen.
Een pleidooi voor Coenfeesten in 1887

Op woensdag 9 januari 1884 vergadert de in 1871 opgerichte 'Vereeniging voor Volksvermaken' in 'Het Park'. Ze bespreekt de festiviteiten ter gelegenheid van de opening van de spoorweg Zaandam-Hoorn. In de rondvraag stelt onderwijzer Bakker van de school voor kosteloos onderwijs in de Muntstraat aan de vergadering voor om in 1887 de 300ste geboortedag van Coen met 'een blijvend aandenken' te vieren en de contributies van 1885 en 1886 daarvoor te bewaren. Voorzitter Aghina, stadsheelmeester en Hoorns manusje van alles (1), voelt voor het laatste niet veel, maar wil zich over het eerste beraden (2).
'De VVV stelt zich ten doel niet om maar het vermaak na te jagen of pret te maken maar om bij belangrijke gebeurtenissen, of anders van tijd tot tijd door gepaste inspanningen op te wekken tot beschaving en verdeling' (3).
Met andere opposanten vindt Bakker het dan ook in mei 1885 maar niets dat de vereniging in juni een groot Nationaal Schuttersfeest wil organiseren. Zij zien zo'n wedstrijd niet als een volksfeest en niet in overeenstemming met de doelstelling. Bovendien acht Bakker de kans groot, dat van zijn voorgestelde hommage aan Coen niets terecht komt. Vandaar dat hij stemming wil over de schietwedstrijd. Maar voorzitter Aghina redt het: 89-68 (4).
Nadat op woensdag 9 december 1885 is gebleken dat de uitgaven voor de schietwedstrijd ƒ 6820,83 hebben bedragen, het batig saldo voor de VVV nog slechts ƒ 15,37½ is en gezegd wordt dat voorlopig zuinig aan gedaan moet worden, herinnert Bakker weer aan zijn voorstel voor Coenfeesten in 1887 (5). Een maand later nodigen burgemeester Baron Van Dedem, VVV-voorzitter Aghina en de kenner van de stadshistorie H. Kroon Dz. 'belangstellenden uit tot eene bespreking van het denkbeeld om ter gelegenheid van de a.s. 300ste verjaring van de geboortedag van J. Pzn. Coen eene hulde aan zijn nagedachtenis te brengen'. In de bijeenkomst die plaats vindt in 'Het Park', wordt het voorstel om op vrijdag 7 januari 1887 Coenfeesten te houden positief en het plan om een standbeeld of zuil op te richten met bedenkingen ontvangen. Maar beide ideeën worden verder uitgewerkt (6).
Vrijdag 7 Januari 1887

De herdenking van Coen's geboorte wordt groots gevierd. Doopsgezind predikant Gorter en HBS-gymnastiekleraar Habbema hebben een feestprogramma opgesteld. Er wordt niet aan getwijfeld dat Coen in de Gravenstraat geboren is (7). Zijn geboortehuis daar prijkt in groen en vlaggedoek. Vanaf het Doelenplein wordt een grote historische optocht door de stad gehouden, die eindigt in de tuin van 'Het Park': 'Maar bij het volk langs de straten geen hoera's of bravo's (...) als teekenen van geestdrift'. Wel was de daaropvolgende matinée musicale in de Parkzalen druk bezocht. De gecostumeerde deelnemers aan de optocht vrolijkten er het geheel op en maakten laat in de middag in open rijtuigen nog eens een tocht door de stad. 's Avonds was er al helemaal geen doorkomen aan in grote zaal en kolfbaan van 'Het Park': 'men zat, men stond, men leunde tegen elkaar of keek smekend naar een steunpunt uit!'
Omdat het een volksfeest was, had de verslaggever daar vrede mee, maar van het concert ging veel verloren. Desondanks genoot de massa van vier prachtige tableaux vivants: 1. Een zitting van de Raad van Indië in 1618. 2. Het einde van een gevecht tussen Hollanders en Javanen. 3. De aankomst van Coen in Batavia in 1627. 4. Het sterfbed van Coen. Tot slot van het feest op vrijdag verschafte een geïmproviseerd bal tot diep in de nacht, of liever vroeg in de morgen, veel vermaak. Twee dagen later werd de totale feestviering op zondagavond voortreffelijk besloten door de rederijkerskamer 'Hofdijk' met de opvoering van het door stadgenoot H. Kroon Dz. geschreven stuk 'Jan Pieterszoon Coen' (8).
Bedenkingen, toch een standbeeld

Hoewel Aghina zich in 1884 en ook nog in 1885 terughoudend opstelde ten aanzien van de Coen-herdenking wordt hij in 1886 de zeer geestdriftige secretaris van een landelijk comité ter oprichting van een standbeeld voor Coen. Bij de Coenfeesten van 1887 wordt definitief gemeld dat het standbeeld er komt (9), in 1891 is het benodigde kapitaal voltekend (10). In de jaarvergadering van de VVV van woensdag 5 oktober 1892 is er de mededeling dat het standbeeld op 30 mei 1893 zal worden onthuld. In die vergadering schetste Aghina een beeld van de 'voor geen middelen /erugdeinzende Coen'.
Tien dagen later kan men in de ijzergieterij van Marijnen te Breda het model bezichtigen: 'de lijnen van het beeld zijn keurig mooi, het gelaat vol expressie. Coen wordt voorgesteld gekleed in het rijke costuum der 17e eeuw met halskraag, wambuis, schoudermantel enz.' (11).
De aanloop tot de onthulling

Het eerste half jaar van 1893 staat in Hoorn geheel in het teken van de onthulling van het standbeeld van Coen. In 'Hotel Krasnapolsky' te Amsterdam wordt op dinsdag 31 januari 1893 de afsluitende vergadering gehouden van de commissie ter oprichting van een standbeeld voor Coen (12).
De VVV kan op woensdag 19 april een definitief feestprogramma vaststellen, want dan is het voetstuk van het beeld al gearriveerd. Helaas blijkt dat de koninklijke familie wegens gezondheidsredenen niet bij de onthulling aanwezig zal zijn. Tal van autoriteiten zullen echter wel voor de plechtigheid naar Hoorn komen. Het feest wordt dan ook groots opgezet (13).
Het Westfries Museum organiseert een tentoonstelling gewijd aan West-Friesland en Jan Pieterszoon Coen. Het museum is van 21 mei tot 4 juni dagelijks van 10 tot 4 open voor een kwartje per persoon. Er komen 918 bezoekers (14).
Op de zondagen 21 en 28 mei geven de beide rederijkerskamers voor een stampvolle Parkzaal een voorstelling. 'Hofdijk' speelt op eerste Pinksterdag 'Uit Coen's leven', dat door Kroon geschreven is. Een herhaling als volksvoorstelling voor een laag entrée vindt plaats op donderdag 25 mei. 'Belangstellende toehoorders juichen de spelers toe met bravo's!' 'West-Frisia' speelt de zondag erop 'De Stichting van Batavia' door Mr. Jacob van Lennep. De kamer heeft kosten noch moeite gespaard om dit stuk in 5 bedrijven en bestaande uit 11 taferelen, verzorgd uit te voeren. Beide kamers worden geprezen voor de costumering en hun 'Decoratief' en voor de bewonderenswaardige wijze waarop de decorwisseling plaats vond (15). Ondertussen heeft de firma Wilson, Hoorns sigarenfabrikant, 'in de Blik- en Emballagefabriek van den Heer Scholten sigarenkistjes van geëmailleerd blik laten maken voor het nieuwe merk sigaren J.Pz. Coen. De kistjes, in 6 kleuren bedrukt, hebben als afbeeldingen: op de voorzijde De overwinning van Jacatra; op het kopstuk links Het Wapen, rechts een Portret van Jan Pz. Coen; op de achterzijde een gezicht op Batavia; op het deksel de Roode Steen te Hoorn met het standbeeld van Jan Pz. Coen'. Een kistje van 100 stuks 'Jan Pz. Coen' kost ƒ 2,50, voor 100 'Jan Pz. Coen prima' betaalt men ƒ 3,00.
Uitgever Geerts laat van zich horen met een geschrift over 'Jan Pz. Coen' door (wijlen) ds. K. Gorter, een Feestzang voor 1 cent op de wijze van de Zilvervloot en brengt in 20 afleveringen het gedenkboek 'Het land van Jan Pieterszoon Coen, de geschiedenis der Nederlanders in Oost-Indië aan het Nederlandsche volk verhaald' door Dr. WA. Terwogt uit (16).
Maar of de bevolking nu echt geestdriftig was, staat te bezien. Nu het moment nadert dat het standbeeld onthuld kan worden, merkt een krant op dat de inwoners van Hoorn meer aan hem verschuldigd zijn 'dan hetgeen tot heden door hen werd bijeengebracht om het standbeeld tot stand te brengen'. Een week later heet het dat er 'altijd nurksen zijn en zij zullen er wel blijven tot het einde der eeuwen'. Daarom wordt hen nog één keer toegevoegd: 'een standbeeld voor Coen, omdat hij in Hoorn geboren is én omdat wij Indië aan hem te danken hebben. Geen beminnelijke figuur maar een man van karakter, zonder welke geen volk ooit een roemrijke plaats in de wereldgeschiedenis heeft ingenomen' (17).
De onthulling

Maandag 29 en dinsdag 30 mei 1893 'moeten met gouden letters in de historie van Hoorn geschreven worden'. Op maandagavond vindt in 'Het Park' de opening van de feestelijkheden plaats. De zich in de grote zaal en kolfbaan verdringende toeschouwers luisteren naar een concert en zien er acht tableaux vivants van de 'West-Frisia'. Vooral de laatste wordt met een daverend applaus ontvangen: 'Hoorns held omgeven door een drom van edelen, officieren, soldaten en inboorlingen van onze Indische bezittingen, allen op de werkelijkheid nabij komende wijze gecostumeerd en gegrimeerd'. Een blik in de tuin is verrassend. Het goede weer maakt een massa van lampions tussen het vele groen mogelijk, wat 'een werkelijk schoon effect oplevert'. Het vuurwerk slaagt daar om 11 uur uitstekend en krijgt zoals gewoonlijk de nodige aan- en opmerkingen van het publiek. Daarna was de zaal in feite te klein voor het bal-champêtre, waarvan de laatste bezoekers vroeg in de morgen van de dinsdag huiswaarts keerden. Hoe het er op dinsdag toegaat kunnen we uitgebreid terug vinden in 'Hoornse Herinneringen'. In de haven is er een fraai schouwspel van de met vlaggen getooide schepen, waaronder die van de marine. Op het station ontvangen wethouder J. Groot jr. en gemeentesecretaris Waning om kwart voor twaalf de autoriteiten, waaronder 4 ministers. Burgemeester Zimmerman verwelkomt hen daarna in het stadhuis. Op de Roode Steen spreekt Monseigneur Schaepman een kernachtige rede uit. Minister van Koloniën en oud-burgemeester van Hoorn Baron Van Dedem zegt een dankwoord. Hij was een kind van zijn tijd en kon niet voorzien dat honderd jaar later niet meer door iedereen zijn woorden bij de overdracht van het beeld van het stadsbestuur gedeeld worden: 'Coen's standbeeld is te midden van zijn stad- en stamgenooten veilig. Zoolang Hoorn, zoolang West-Friesland, zoolang Nederland zijn geschiedenis niet zal vergeten, zoolang zal deze plek als heilige grond worden geëerd'. Dr. Aghina leest de oorkonde voor en er weerklinkt een luid hoera als het omhulsel valt en het beeld zichtbaar wordt. Na de onthulling nuttigen 40 hoge gasten in het stadhuis een uitgebreid 'Déjeuner Dinatoire'. Aghina wordt daarbij voor zijn vele werk koninklijk onderscheiden.

De overige belangstellenden op het plein verspreiden zich door de stad, vermaken zich 's middags bij de harddraverij waaraan 12 paarden deelnemen, genieten 's avonds van een gondelvaart, bewonderen dan het vuurwerk op de Karperkuil en begeven zich daarna laat in de avond massaal naar 'Het Park' voor een 're¨nie'. Daar dankt burgemeester Zimmerman dokter Aghina nog eens voor het vele werk dat hij verzet heeft (18).
Besluit

Het werk zit erop. Het standbeeld staat. Binnen korte tijd zijn er wat mankementen, waardoor het beeld terug moet naar Breda. Het is even weer kaal op het plein. Als het beeld er weer is, willen sommigen er een hekwerk omheen aanbrengen. Maar dat blijft uit. Afstand zou geen pas geven.
In al zijn glorie wordt en blijft het beeld eigendom van de burgerij, van jong tot oud. Want al in 1900 vermaken jongens en meisjes zich er met krijt: 'In plaats van nu alleen figuren op de straatsteenen te maken, worden bijna overal de deuren, gevels, muren, ja zelfs het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen vol gekrast en daardoor bedorven' (19). En zo zal het blijven, een monument dat niet alleen de geschiedenis eert, ontzag en eerbied wekt, maar ook protest oproept en dienst doet bij en als volksvermaak (20).

Noten:
1. Aghina was in 1862 benoemd als stadsheelmeester. In het openbare leven was hij onder meer voorzitter van de VVV, enige tijd secretaris van 'Sappho', korte tijd deelnemer aan de Maatschap 'Parkvereeniging', President van het RK Armen- en Weeshuis, Vice-President van de Commissie van Toezicht op het Westfries Museum, raadslid etc.
2. (HC Zo 13 Januari 1884)
3. (HC Zo 21 December 1884)
4. (HC Zo 13 December 1885)
5. (HC Wo 10 februari 1886)
6. Vgl. J.C. Kerkmeijer, De Historische Schoonheid van Hoorn, bewerkt door H.O.J. de Ruyter de Wildt. Hoorn, 1982. Blz. 65
7. (WFNHC 12 Januari 1887)
8. (WFNHC Za 8 Januari 1887)
9. (HC Wo 28 Januari 1891)
10. (HC Wo 28 Januari en Zo 8 februari 1891, WFNHC 12 Januari 1887, WFNHC Wo 5 en Za 8 October, WFNHC Wo 19 October 1892)
11. (WFNHC Za 4 Februari 1893)
12. (WFNHC 22 April 1893)
13. (WFNHC Za 7 Januari en 10 Mei 1893)
14. (WFNHC 8 April, 26 April, 17 Mei, 20 Mei, 27 Mei en 31 Mei 1893)
16. (WFNHC 10 Mei, 17 Mei, 27 Mei 1893)
17. (WFNHC Za 20 en 27 Mei 1893)
18. (WFNHC 31 Mei 1893)
W. Braasem/H.O.J. de Ruyter de Wildt, Hoornse Herinneringen. Hoorn, 1972, blz. 53-59.
19. (DNC Wo 23 Mei 1900)
20. (DWF Za 1 mei 1993)

Gebruikte afkortingen:
DNC De Nieuwe Courant, Nieuws- en advertentieblad
DWF Dagblad voor West-Friesland
HC Hoornsche Courant
WFNHC West-Friesland. Nieuwe Hoornsche Courant.

 

  Terug naar vorige pagina

 

Leden van de Vereniging Oud Hoorn ontvangen het Kwartaalblad op het huisadres. Losse nummers, voorzover voorradig, zijn verkrijgbaar gedurende de openingsuren van het Oost-Indisch Pakhuis.

Kwartaalbladen t/m 2000 prijs per stuk € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor leden € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor niet-leden € 6,00

Vrijwel alle kwartaalbladen zijn in te zien in ons archief in het Oud Hoorn verenigingsgebouw.
Kwartaalblad index 1979 t/m 2004, Arie van Zoonen
Samenvattingen 2002-2013, Frans Zack
Samenvattingen 2014-2021, Ben Leek
PDF versies 1979-2009 en database artikelen beeldbank, Gerard van Stijn