Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Bekijk of download de PDF versie (15.18 MB - Opent in nieuw venster)


NB Alleen artikelen ouder dan een jaar zijn beschikbaar in het PDF formaat!
Download hier de gratis Acrobat PDF Reader.Bekijk ook: Auteursrechten

Kwartaalblad 1992 / 2   blz. 71

Geschiedenis Oud Hoorn 1 (1/3)

Auteur: Hoogeveen, Leo

Nadat ik in het vorige nummer een en ander heb verteld over de voorgeschiedenis van Oud Hoorn, hoop ik in de drie overige nummers in dit jubileumjaar aandacht te besteden aan de geschiedenis van onze vereniging in de afgelopen 75 jaar. Het verhaal zal geenszins een uitgediepte en afgeronde studie worden, maar meer een inventariserend karakter dragen. Nooit eerder is de geschiedenis van Oud Hoorn op papier gezet, maar ik hoop hiermee materiaal aan te dragen voor verder onderzoek.

Oprichting
In zijn jaarverslag van het Westfries Museum over 1915 formuleerde secretaris Brouwer voor de zoveelste maal zijn zorgen over het behoud van oude panden.
“Mochten wij meermalen aanleiding vinden om in onze jaarverslagen te spreken van de bijzondere zorg van ons gemeentebestuur voor het onderhouden en herstellen onzer antieke stedelijke gebouwen, en daarbij den wensch uiten dat de eigenaars van particuliere huizen zouden medewerken om, in navolging daarvan, ook deze in hun tegenwoordigen toestand te behouden of onder deskundige voorlichting te doen herstellen, zoo moeten wij tot ons leedwezen constateeren, dat al zeer weinig te bemerken is van een streven in die richting onder Hoorn's burgerij. Vooral bij verkoop is de nieuwe eigenaar al zeer spoedig geneigd om “dien ouden rommel eens wat op te knappen”, en dat opknappen bestaat dan meestal in een hopelooze verminking of totale slooping en vervanging door een modern gebouw, dat, op zich zelf misschien niet onfraai, toch in ‘t geheel niet in zijn omgeving past en een intiem, antiek stadsgedeelte geheel bederft. Waar verzoeken en adviezen van onzen kant of van de zijde van andere vereenigingen of belangstellende particulieren in deze blijkbaar weinig of niet vermogen, daar is het meer dan tijd dat van overheidswege worde ingegrepen.
Veel is reeds verloren gegaan: pogingen aanwenden om, niet alleen in Hoorn maar in alle Oudhollandsche steden, te redden wat nog te redden is moet de taak worden van de rijksregeering, maar vooral van de gemeentebesturen, zal niet de zooveel voordeel brengende stroom van vreemdelingen, die hier juist het typisch Hollandsche komen zoeken, steeds trager gaan vloeien en eindelijk geheel opdrogen”.

Bij de bespreking over de toestand van de Fraghtwagen in 1916 kwamen praktische problemen naar voren. De wens van de toenmalige eigenaar om subsidie te ontvangen stond haaks op het feit dat het Rijk in deze tijdsomstandigheden niets gaf en de Oudheidkundige Bond en Heemschut geen geld hadden.
Uit de notulen van de commissie van toezicht op het Westfries Museum van 19 juli 1916:
“De heer Kerkrneijer zou daarom wenschen hier een Vereeniging tot behoud van antieke monumenten te stichten, maar de voorzitter ontraadt dit”. De voorzitter was burgemeester De Jongh. Misschien werd hier de kiem gelegd voor wat door diens verre opvolger Janssens tijdens de nationale monumentenstudiedag in de Noorderkerk op 27 maart 1992 werd omschreven als “haat-liefde-verhouding (in alfabetische volgorde)” tussen gemeente en vereniging.
Op 18 oktober 1916 - de burgemeester was wegens uitstedigheid afwezig - kwam Kerkmeijer terug op zijn idee een vereniging tot behoud van oude gebouwen op te richten. Hij gaf als zijn gevoelen te kennen dat dit “toch een onafwijsbare eisch des tijds” zal blijken te zijn. Hoofdzaak in deze was wat geld disponibel te hebben voor eventuele subsidies, en hij verwachtte dat dit alleen mogelijk zou zijn door tussenkomst van zulk een vereniging. De zaak werd aangehouden totdat de ‘Burgemeester-voorzitter’ teruggekeerd zou zijn.
Op 22 november 1916 sprak Kerkmeijer opnieuw in de commissie over zijn plan een vereniging op te richten. De betreffende passage uit de notulen laat ik hier onverkort volgen.
“Vervolgens krijgt de heer Kerkmeijer het woord om te spreken over de door hem noodzakelijk geachte oprichting eener ‘Vereeniging voor het behoud van antieke gebouwen’. Reeds vroeger bracht hij dit idee hier ter sprake, maar vond bij de leden weinig sympathie. Toch acht hij de zaak van zeer urgent belang en de adviezen in het belang der restauratie van de ‘Fraghtwagen’ geven hem weder eenigen moed. Hij heeft een artikel voor de Hoornsche Courant geschreven om de burgerij op het belang der zaak te wijzen en leest dit aan de vergadering voor”. (N.B. Zie voor de tekst: Oud Hoorn 4 (1982) p. 15-16, LH).
“Algemeen vindt dit artikel instemming. De voorzitter zegt dat hij vroeger gehoopt had dat de door de Gemeente geprojecteerde gevel- of schoonheidscommissie ook deze zaak zou kunnen ter hand nemen, maar die kan zich alleen met nieuwbouw bemoeien. Evenwel acht Spreker het huidige tijdstip al zeer ongeschikt om nog eene vereeniging te stichten naast de vele hier reeds bestaande. Men zal zoo moeielijk geld van de ingezetenen voor dit doel loskrijgen. Wanneer eens een vereeniging of instelling, bijvoorbeeld de Vaderlandsche Maatschappij of een vermogend ingezetene een bedrag van eenig belang wilde beschikbaar stellen, dan zou men iets kunnen doen.
De heer Kerkmeijer houdt nog een warm pleidooi voor zijn denkbeeld en zegt dat hij er in elk geval mede zal doorgaan en beproeven eenig geld bijeen te brengen.
De heer De Goede vraagt of die vereeniging alleen in Hoorn zal werken of in geheel West-Friesland, waarop de heer K. antwoordt: in Hoorn en naaste omgeving.
De heer De Vries vraagt: waarom een nieuwe vereeniging? Kan onze Commissie de zaak niet ter hand nemen en geld bijeen trachten te krijgen? De heer Kerkmeijer antwoordt: dat kan niet omdat onze Commissie geen rechtspersoonlijkheid bezit.
Toch zou, naar de meening van den voorzitter en den heer Faber, onze Commissie of een aantal harer leden het initiatief kunnen nemen en het bestuur der nieuwe vereeniging kunnen vormen, terwijl de secretaris het beter acht dat onze Commissie, in vereeniging met andere corporaties op kunstgebied, bijvoorbeeld het Teekengenootschap ‘Debutade’ een oproep doet tot de burgerij om een bijeenkomst te houden tot het stichten der nieuwe vereeniging, die dan, na constitueering, zelf haar bestuur moet kiezen.
De voorzitter stelt voor in deze zin te handelen, nadat eerst de heer Kerkmeijer zijn artikel in de krant heeft geplaatst en bewijzen van instemming heeft gevraagd en gekregen.
Aldus wordt besloten”.
Op 11 april 1917 kwam de oprichting van de vereniging naderbij en viel ook voor het eerst de naam: “Oud-Hoorn”.

 

  Terug naar vorige pagina

 

Leden van de Vereniging Oud Hoorn ontvangen het Kwartaalblad op het huisadres. Losse nummers, voorzover voorradig, zijn verkrijgbaar gedurende de openingsuren van het Oost-Indisch Pakhuis.

Kwartaalbladen t/m 2000 prijs per stuk € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor leden € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor niet-leden € 6,00

Vrijwel alle kwartaalbladen zijn in te zien in ons archief in het Oud Hoorn verenigingsgebouw.
Kwartaalblad index 1979 t/m 2004, Arie van Zoonen
Samenvattingen 2002-2013, Frans Zack
Samenvattingen 2014-2019, Ben Leek
PDF versies 1979-2009 en database artikelen beeldbank, Gerard van Stijn