Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Bekijk of download de PDF versie (7.96 MB - Opent in nieuw venster)


NB Alleen artikelen ouder dan een jaar zijn beschikbaar in het PDF formaat!
Download hier de gratis Acrobat PDF Reader.Bekijk ook: Auteursrechten

Kwartaalblad 1982 / 4   blz. 76 - 79

Het verleden van Breed 12

Auteur: Saaltink, H.W.

Het laatste van de vier huizen, die de Vereniging "Oud-Hoorn" in de binnenstad verworven heeft. Dit artikel wordt dus ook het laatste in de reeks "Het verleden van ...", waarin ik, zoals u weet het verleden van de panden, die in de loop van de tijd eigendom van de vereniging werden, behandel.
De vorige maal heeft Hoogeveen op zeer deskundige wijze een beschrijving gegeven van de geschiedenis van het huisje aan de Schoolsteeg. Nu dus het huis aan het Breed met zijn typische halsgevel. Het jongste verleden laten we hier rusten. Daarover kunt u het nodige lezen in het artikel van De Graaf van enkele jaren geleden (1).
De reeks wordt hiermee afgesloten, maar wellicht kan de serie huizenhistoriën in een andere vorm worden voortgezet, indien daarvoor belangstelling aanwezig is.


Breed 12: voor de restauratie. Foto Archiefdienst Westfriese Gemeenten.
Breed 12: voor de restauratie. Foto Archiefdienst Westfriese Gemeenten.


Methode

Het lijkt me overbodig opnieuw uitvoerig in te gaan op de methode, die voor het onderzoek naar degeschiedenis van de Hoornse huizen wordt qehanteerd. Ik heb dat al in een vorige Jaargang gedaan (2),terwijl Hoogeveen in het bovengenoemde artikel u daarover ook nog het een en ander vertelde. Hij gaf daarbij bovendien aan door welke uitbreiding van het archief het onderzoek zoveel gemakkelijker is geworden. En hij demonstreerde in een ander artikel (3) tot welke resultaten men kan komen met wat geduld, combinatievermogen en de juiste interpretatie van de relevante gegevens.

Bijna alle bronnen, die u nodig heeft om een Hoornse huizengeschiedenis samen te stellen, zijn nu bij de Archiefdienst aanwezig. Die bronnen zijn van tweeërlei aard ofwel opgemaakt door een notaris of door de overheid. De archieven van de Westfriese notarissen tot 1895 zijn nu bij de Archiefdienst te raadplegen en hetzelfde geldt voor de door de Hoornse schepenen voor 1795 opgestelde transportakten en de kadastrale registers van 1832 tot 1970.

En daarbij komt ook nog een uitstekend hulpmiddel, waarover we sinds kort beschikken, namelijk het Hoornse monumentenboek, dat door de Stichting Stadsherstel in samenwerking met onze eigen vereniging is gepubliceerd (4). Ik zou ieder, die aan een huisonderzoek begint, aanraden eerst dit boek op te slaan, om te voorkomen, dat men zelf naar iets gaat zoeken, wat door anderen reeds lang is gevonden.

In het kort de werkwijze voor Breed 12. Uitgegaan werd van de oudste kadastrale kaart van Hoorn, van 1832. Vergelijking met kaartje in het monumentenboek (5) toonde aan, dat het aantal percelen aan het Breed tussen de Westerdijk en het Achterom in de laatste 150 jaar niet was gewijzigd.
Hierdoor kon de plaats van het tegenwoordige eigendom van de vereniging op de kaart van 1832 vrij snel worden vastgesteld. Via de desbetreffende hulpmiddelen werd daarna de reeks eigenaars van 1832 tot op de dag van vandaag opgespoord.

Het was de bedoeling niet alleen de eigenaars te achterhalen, maar ook wat inzicht te verkrijgen in het gebruik van het huis. Hiervoor zijn de notariële akten onmisbaar, omdat ze veel meer gegevens verschaffen dan de inschrijvingen in de Openbare Registers, zoals deze door het kadaster bijgehouden boeken officieel heten.

Een notariële akte geeft bovendien bijna altijd de vorige overdracht, ook als deze niet voor een Hoornse notaris plaats vond. Soms gaat de reeks verwijzingen terug tot voor de instelling van het kadaster, zodat men een aansluiting heeft op de veel moeilijker te raadplegen bronnen uit de tijd van de oude Nederlandse Republiek.

Maar de sprong van de Openbare Registers naar de notariële akte is meestal moeilijk te maken, omdat in de eerste wel het jaar van de overdracht wordt genoemd maar niet de notaris die de betreffende akte heeft opgemaakt. En de beide partijen waren natuurlijk niet verplicht hun zaken voor een Hoornse notaris af te handelen.
In ons geval werden dan ook maar een paar van de notariële akten gevonden.
Gelukkig was er wat literatuur, die informatie over de gebruikers verschafte.

De bezitters en gebruikers

In 1832 was het huis het eigendom van Gerrit Hellingman, winkelier. Deze man moet het huis ook bewoond hebben, omdat het volkstellingsregister van 1830 slechts een enkele persoon van die naam noemt. Deze woonde aan het Breed, wijk 3, nr. 89. Gerrit was 36 jaar, geboren in Hoorn, gehuwd met de eveneens in Hoorn geboren 34-jarige Geertje Ronnenberg. Het echtpaar was protestant en had een 5-jarig dochtertje.

Tot het huisgezin behoorde tenslotte nog de 38-jarige dienstbode Cornelia de Graaf (6). Een enkel kind in een gezin met niet meer zo heel jonge ouders is voor die tijd erg laag, hoewel het mogelijk is dat er kinderen op jonge leeftijd overleden zijn.

Op 7 juni 1833 wordt voor notaris Korver te Oosthuizen de akte verleden, waarbij Hellingman het huis verkoopt aan Cornelis Schuit Dirksz., goudsmid (7).
Deze akte geeft ook een nauwkeurige omschrijving van het pand: een huis en grond van dien met deszelfs erf en een pakhuis en grond van dien achter elkaar staande, gelegen aan het Breed, uitkomende aan de Westerdijk, genummerd C 97 (waarschijnlijk een nieuw huisnummer), groot 1 roede, 86 ellen, belend Gerrit Jan Verbeek ten oosten en Jan Krab ten westen.


Het huis werd verkocht voor 1500 gulden en de koper behield het recht het huis tot vijf jaar na dato terug te mogen kopen. Mogelijk bevond Hellingman zich in financiële moeilijkheden en trad Schuit als geldschieter op, waarbij het huis als onderpand gebruikt werd.
Dit wordt des te waarschijnlijker, als we zien, dat de goudsmid het pand twee jaar later , op 15 april 1835, opnieuw bij notaris Korver, doorverkoopt aan Adam Groen Rijksz., hoefsmid voor exact hetzelfde bedrag.
Groen betaalde 680 gulden contant en zou de rest in zes jaarlijkse termijnen voldoen.

Voor het restbedrag van 820 gulden wordt nu uitdrukkelijk een hypotheek aangegaan. Hellingman komt verder niet meer ter sprake. Groen bezat volgens de kadastrale legger geen onroerend goed in de stad en zal dus het pand ook wel zelf bewoond hebben.
Hij verkoopt het op 11 januari 1843, volgens een akte opgemaakt door notaris Brons Boldingh, aan Pieter Schollee, tabaksverkoper te Hoorn (9).
Groen gaf als beroep bij zijn huwelijk in 1832 smid op, wat overeenkomst met de gegevens van de notariële akte van de aankoop. Bij de geboorte van een kind in 1836 en de verkoop van zijn huis noemt hij zich echter winkelier (10). Hij heeft het pand dus hoogstwaarschijnlijk als winkel gebruikt, ook al omdat in de verkoop van 1843 zijn begrepen drie toonbanken, een gortla (= gortbak) en een eest (= droogvloer voor tabak of thee).


Breed 12: voor de restauratie. Foto Archiefdienst Westfriese Gemeenten.
Daar waar later het Rijkslandbouwproefstation zou verrijzen. De hoek van het Breed en de Dubbele Buurt. Foto Archiefdienst Westfriese Gemeenten.

De Posthoorn

Daarna laten de notariël e akten ons in de steek. Pieter Schollee, die naderhand samen metzijn kinderen als eigenaar wordt genoemd en over een aanzienlijk huizenbezit in de Hoornse binnenstadbeschikte, verkocht het pand in 1859 aan Pieter Jacob Boon, logementhouder. We zullen in het laatst genoemde jaar alleen aan de kinderen behoeven te denken, want volgens de registers van de Burgerlijke Stand was op 7 november 1857 op 57-jarige leeftijd overleden Pieter Schollee, winkelier op het Breed, wijk 4, nr. ... (huisnr. niet ingevuld). Het huis schijnt dan niet meer als woning of winkel in gebruik te zijn geweest, want er is voortaan slechts sprake van een stal met erf en pakhuis.

Van Boon gaat het huis in 1877 door verkoop over naar Cornelis van Helden en van deze in 1890 naar Ige Igesz.
Deze beide figuren waren eveneens logementhouder. Men behoeft hierbij niet te denken aan een smoezelig onderkomen voor landlopers en dergelijke, een betekenis die het woord in latere tijden kreeg, maar gewoon aan een hote1.

Breed 12 werd in die jaren waarschijnlijk als stal of opslagruimte voor het hotel gebruikt. Men gaat zich dan afvragen welk etablissement dit dan wel geweest kan zijn. Toevallig vond ik dat Igesz. in hetzelfde jaar dat hij Breed 12 verkocht, ook het voormalig hotel "De Posthoorn" van de hand deed.
En volgens een oude foto uit de verzameling van de Archiefdienst bleek, dat de Posthoorn aan het Breed lag op de hoek van de Dubbele Buurt, dus schuin tegenover Breed 12. Schilderachtige hoekjes als op de hierbij afgedrukte foto, moeten er in het dode stadje aan de Zuiderzee op het eind van de 19e eeuw nog legio geweest zijn.

De Posthoorn en de belendende bierbottelarij werden in 1890 afgebroken om plaats te maken voor het Rijkslandbouwproefstation. Het derde nog veel gavere, duidelijk vroeg 17e-eeuwse verdween al even grondig. Alleen de drie gevelstenen hiervan met de wapens van Hoorn en Alkmaar en een marskramer bleven bewaard.
Ige Igesz. verkocht Breed 12 in 1890 aan Lodewijk de Vries, koopman te Hoorn.
De volgende eigenaar was Jacob Pietersz. Blokker, die het pakhuisje in 1919 verwierf.
Op de eveneens hierbij afgedrukte foto, die de toestand van voor de restauratie aangeeft, is nog flauw op de voorgevel de tekst te lezen: MAGAZIJN VAN JACOB BLOKKER PZ. De firma Blokker werd in 1925 omgezet in een Naamloze Vennootschap.
Deze schonk het huis in 1971 aan de Vereniging "Oud-Hoorn".

Conclusie

Het verhaal van dit huis aan het Breed, voor zover we dit konden navertellen, lijkt wel wat op dat van de stad zelf. Vanaf het tweede kwart van de 19e eeuw een langzaam verval van winkel-woonhuis tot pakhuis of stal. We zagen aan de overkant van de straat de bescheiden pogingen tot herstel door de vestiging van een overheidsinstelling. Een opleving daarna, waaraan het huis zelf nog geen deel had, maar die gedemonstreerd werd door de verschijning van een nieuwe middenstand, waartoe de Blokkers behoorden.


Het verhaal van de opkomst van het grootwinkelbedrijf Blokker is al verschillende malen verteld, zodat we het hier niet nog eens behoeven te herhalen (12).
Het herstel van het huis in het allerjongste verleden maakt deel uit van de opbloei van de stad in de laatste decennia.
Het is jammer, dat juist die nieuwe vlucht die de stad genomen heeft, voor het Hoornse monumentenbestand dikwijls weer minder heilzame gevolgen heeft.

Henk Saaltink

(zie ook A. de Graaf in Oud Hoorn 2, 1980/3, pg. 52-54)

 

  Terug naar vorige pagina

 

Leden van de Vereniging Oud Hoorn ontvangen het Kwartaalblad op het huisadres. Losse nummers, voorzover voorradig, zijn verkrijgbaar gedurende de openingsuren van het Oost-Indisch Pakhuis.

Kwartaalbladen t/m 2000 prijs per stuk € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor leden € 4,50
Kwartaalbladen 2001 tot nu, prijs voor niet-leden € 6,00

Vrijwel alle kwartaalbladen zijn in te zien in ons archief in het Oud Hoorn verenigingsgebouw.
Kwartaalblad index 1979 t/m 2004, Arie van Zoonen
Samenvattingen 2002-2013, Frans Zack
Samenvattingen 2014-2020, Ben Leek
PDF versies 1979-2009 en database artikelen beeldbank, Gerard van Stijn