Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn en het binnenwater Jubileumnummer Kwartaalblad 2003 / 5

Bemaling Pagina 17

Wiersma (1981) heeft een uitvoerige studie gewijd aan de geschiedenis van de Grote Kerk te Hoorn. Hij gaat daarbij ook in detail in op de oudste geschiedenis van Hoorn, met name op de loop van de Gouw en de afwatering van het gebied rondom het Kerkplein. Figuur 15 toont, hoe Wiersma de ontwikkeling van Hoorn ziet van ca. 1200 tot ca. 1450. Figuur 16 laat in detail de visie van Wiersma op de situatie rondom de Grote Kerk zien. Wiersma (1981) baseert zijn zienswijze, weergegeven in deze twee figuren, voornamelijk op de aanwezigheid van delen van de riolering die bestaan uit overkluisde oude waterlopen (fig. 17). Hij ziet de loop via de Kerkstraat en de Rode Steen als gegraven, en de (veronderstelde) loop via de Breestraat als de oorspronkelijke. Waarom zou men een aftakking hebben gegraven via de Rode Steen? Omdat daar ook het water van het Nieuwe Noord langs liep en er een sluis lag? Later zou dan de gegraven loop door de Kerkstraat weer zijn gedempt en de afwatering van het Nieuwe Noord via de Breestraat-Schoolsteeg naar een (spui)sluis in de dijk (Grote Oost) bij de Bottelsteeg zijn geleid. De visie van Wiersma impliceert, dat er destijd op korte afstand van elkaar twee sluizen in de dijk hebben gelegen. Dit lijkt niet waarschijnlijk. Misschien wel een open sluis en een duiker.

De ontwikkeling van Hoorn van ca. 1200 tot ca. 1450 - Wiersma (1981)
Figuur 15. De ontwikkeling van Hoorn in vier fasen van ca. 1200 tot ca. 1450 volgens Wiersma (1981).
Waterlopen in zwart. Opvallend is de afwezigheid van de Zuiderzee in deze vier schetsen.
De afgebeelde kerk is de Grote Kerk van Hoorn.

In detail rondom de Grote Kerk:

De ontwikkeling van het terrein rondom de Grote Kerk
Figuur 16. De ontwikkeling van het terrein rondom de Grote Kerk op vier tijdstippen: 1350, 1400, 1429 en 1464 volgens Wiersma (1981). Waterlopen zijn gearceerd.

Terug naar Velius. De eerste vermelding na 1420 door Velius (p. 81) van een nieuwe sluis betreft de bouw in 1464 van een nieuwe spui achter 't Noort (=Grote Noord):

"Behalven dese voornoemde werken werden ook gemaekt de welften deur het kerkhoff, en die aen weder-zijden lanks de kerk heen gaen, en gebracht in de Nieuwestraet, die doen noch in 't midden open was. Daer wert ook een nieuwe spuy gemaekt achter 't Noort, ."

Het is niet duidelijk, waar de genoemde 'spui' precies heeft gelegen, welk water daardoor spuide, en op welk water de spui uitkwam. Het zou echter heel goed kunnen, dat Velius hier doelt op de spui van de Kuil, waardoor de Burgwal achter het Noord (het tegenwoordige Achterom) uitwaterde op de Zuiderzee. De Burgwal achter het Noord en de uitwatering op de Zuiderzee bij de Kuil staan ingetekend in fig. 2 (p. 54) in Van der Knaap en Veerkamp (1996). Deze figuur geeft de situatie in 1425 e.v. weer. In 1481 wordt de bedoelde Burgwal door Velius (p. 123) vermeld, als hij een grote brand aan het Grote Noord beschrijft. Het verlaat van de Kuil wordt voor het eerst in 1521 met name genoemd door Velius (p. 216):

"Ook werd de steenen brugge met het verlaet van den Kuyl eerst gemaekt, 't welk te voren maer van hout was, en soo oolyk, dat in watervloeden de stad daer deur dikwils in niet weynig perykel was ."

Centen plaats hierbij de volgende aantekening:

"Dit verlaat van den Kuil schynt het eerste geweest te zyn, dat in deze stad gemaakt is, om het binnenwater met het zeewater gemeenschap te doen hebben, en waar door de watermolen (die eerst op het Monnikkeveld, daar na aan de stadswal bij de Tocht gestaan heeft, waar van boven pag. 180, 181, 185, Aantek. 279 en 291 is gesproken) het binnen water waarschynelyk in zee maalde. Immers de sluis by de oude Ooster- of Gevange-Poort heeft men eerst lang daar na, in den jare 1579, beginnen te bouwen. Doch wanneer deze sluis of verlaat van den Kuil allereerst gemaakt is, vind ik nergens gemeld, de Heer Velius tekent hier aan, dat het te dezer tyd vernieuwt en van steen gebouwt wierd, daar het te voren maar van hout, en (gelyk ik vermoede) door ouderdom zeer slecht en olyk was: waar uit blykt, dat het er al lang te voren moet geweest zyn." (Aantekening 343 door S. Centen, Velius, 4e druk, 1740, bij het jaar 1521, p. 216)

Het is opvallend en vreemd, dat Centen het verlaat van de Kuil als het eerste beschouwt dat in de stad is gemaakt om het binnenwater met het zeewater gemeenschap te doen hebben. De eerste sluis in Hoorn was toch die bij de Rode Steen? Maar misschien valt een spuisluis (zoals die bij de Rode Steen) niet onder het begrip 'gemeen maken' van het binnenwater met het zeewater? Een andere onduidelijkheid schuilt in de volgende uitlating van Velius (p. 461) betreffende het jaar 1580:

"Ter zelver tijd of liever 't jaer 1580 werd de burgwal achter 't Noord ook gediept en verwyd, en met het zeewater gemeen gemaekt .."

Het 'gemeen maken met het zeewater' moet slaan op de Kuil. Maar daar was in ieder geval al vanaf 1521 een verlaat en een sluis (Velius, p. 216), en vermoedelijk al vanaf 1464 een spui (Velius, p. 81).


Hoorn Kuil 1582
Klik op het plaatje voor vergroting

De sluis bij de Kuil in 1582, voorzien van een verticaal beweegbare schot- of hefdeur met windas en spaakwielen.

Hoorn Kuil 1596
Klik op het plaatje voor vergroting

De sluis bij de Kuil in 1596, voorzien van twee hefdeuren met windassen en spaakwielen. Op deze wijze kon de sluis worden gebruikt als schutsluis voor de scheepvaart. In de schutkolk zijn twee scheepjes getekend.

Hoorn Kuil 1630
Klik op het plaatje voor vergroting

De sluis bij de Kuil in 1630, voorzien van een enkel stel naar buiten gerichte zgn. puntdeuren.