Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn en het binnenwater Jubileumnummer Kwartaalblad 2003 / 5

Slot Pagina 24

In dit artikel zijn aan de hand van bestaande publicaties enkele fysisch-geografische aspecten van Hoorn en het omliggende deel van west-Friesland behandeld. Als leidraad is de Kroniek van Hoorn door Velius gebruikt. Speciale aandacht is gewijd aan (a) de veenbedekking van West-Friesland en de natuurlijke waterhuishouding van het veen, (b) de betekenis van 'de Tocht' voor resp. de afwatering van het achterland van Hoorn, met name de Oosterpolder, en het marktverkeer naar Hoorn, en (c) de ligging t.o.v. NAP van de oudste bewoningssporen op de lokatie van de Winston bioscoop. Het artikel kan in de volgende punten worden samengevat.

De natuurlijke afwatering van het veendek van West-Friesland verliep tot het begin van de ontginning (tussen 800 en 1000 AD) zeer waarschijnlijk niet via riviertjes, maar grotendeels diffuus ondergronds door de bovenste halve meter van het levende hoogveen.

De Tocht is waarschijnlijk een gegraven waterloop, waarlangs vermoedelijk een betrekkelijk klein gebied afwaterde op de Zuiderzee. De Tocht is van de 13e tot de 19e eeuw van grote betekenis voor Hoorn geweest als onderdeel van de route waarlangs het marktverkeer Hoorn kon bereiken.

Nieuw is de hypothese, dat in de 13e en 14e eeuw het water van de Tocht tijdens de dagelijkse vloed op de Zuiderzee, wanneer de sluis bij de Rode Steen gesloten was, werd geborgen op een terrein (poel) ter plaatse en ten oosten van het latere Kerkplein.

Na de demping van het deel van de Tocht vlak voor de Rode Steen in of kort na 1420 is het water van de Tocht langs verschillende andere routes naar de Zuiderzee geleid, vermoedelijk eerst ófwel naar een spui in het Grote Oost tussen de Schoolsteeg en de Bottelsteeg (niet aangetoond) ófwel via het Gerritsland naar een spui op de hoek van de Slapershaven (aangetoond). Later zeer waarschijnlijk vanaf het Nieuwland via de Turfhaven naar sluizen aan de west- en oostkant van de stad, resp. bij de Kuil en bij de Slapershaven/Oude Oosterpoort. Nog later, of mogelijk al vanaf 1420, werd de afwatering van de Oosterpolder buiten Hoorn om geleid naar een uitwateringspunt in de Westfriese Zeedijk aan het eind van de Holenweg. De Tocht verloor daardoor (grotendeels) zijn afwaterende functie, maar bleef bestaan als een belangrijke toegangsweg te water naar Hoorn vanuit West-Friesland.

In of rond 1579 is een deel van het stadswater gemeen gemaakt met de Zuiderzee. Hierdoor werd een scheiding noodzakelijk tussen het (zoute) stadswater en het (zoete) polderwater. Dit bracht op zijn beurt met zich mee, dat tussen het Munnickeveld en de Turfhaven een overhaal is gebouwd om schuiten uit het achterland toegang te geven tot de stad.

De lage ligging van ca. 2,5 m -NAP van de oudste bewoningssporen op de lokatie 'Winston theater' moet zeer waarschijnlijk worden toegeschreven aan inklinking (zetting) van de bodem (ondergrond) ter plaatse en niet aan een relatieve stijging van de zeespiegel van enkele meters tussen 1200 AD en heden.

Verschillende personen hebben commentaar geleverd op conceptversies van het artikel, onder wie Jan de Bruin van het Westfries Archief. Hij wees me op het belang van de Oosterpolder voor de waterstaatsgeschiedenis van Hoorn en omgeving. Uit gesprekken met hem werd me ook duidelijk, dat nog veel archiefmateriaal niet is doorzocht, dat licht zou kunnen werpen op allerlei aspecten van de waterstaatsgeschiedenis van Hoorn en West-Friesland.

Noot
Ter wille van de leesbaarheid is de spelling van een aantal citaten uit Velius enigszins gemoderniseerd. De woordvolgorde is niet gewijzigd. De gemoderniseerde citaten staan niet tussen aanhalingstekens.