Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Horlogemakersvakschool Cornelis Verhagen Hoorn

Bulova

Omdat de leerlingen moesten werken met horloges, werden die speciaal voor dit doel aangekocht. Ze konden via de school tegen een aantrekkelijke prijs worden besteld. De fabrikant leverde ze als pakketten losse onderdelen. De leerlingen moesten ze in elkaar zetten. Met dit doel voor ogen ging de school een deal aan met enkele Zwitserse fabrikanten, zoals Buren en Bulova.
Rogier Tonnaer vertelt in zijn artikel dat er twee horloges met losse onderdelen in elkaar werden gezet: een chronograaf van Heuer (nu Tag Heuer) en een elektronisch stemvorkhorloge (Accutron) van Bulova. De Bulova Accutron was een van de eerste kwartsgestuurde uurwerken. Het uurwerk had een maximale en voor die tijd voorbeeldige loopafwijking van ongeveer 2 seconden per dag.

Bulova 214, circa 1965
Het Bulova horloge. Midden bovenaan
de twee zeer kleine, bruine spoeltjes.
Daaromheen en eronder de
metaalkleurige stemvork.

Met zijn doorzichtige wijzerplaat was het een bijzonder en opvallend horloge en daarmee voor iedere horlogemaker in spe een object van hogere orde. Je kon er goed de blits mee maken. De tijd werd geregeld door een minuscuul stemvorkje. Alle onderdelen, ook het stemvorkje en de piepkleine spoeltjes, waren door het glas aan de bovenkant zichtbaar. De trilling van het stemvorkje werd mechanisch op een tandradje overgebracht. De frequentie van het stemvorkje (360 Hz.) werd op haar beurt gecontroleerd door het kwarts en een klein elektronisch circuit.

Bulova 214 tekening
Tekening van een Bulova uurwerk.
De stemvork is omhoog gedraaid.

Het in elkaar zetten van een Accutron Bulova uurwerk betekende op de school een wel heel speciale opdracht, waar een apart diploma van de fabrikant bij hoorde. 'De opdracht werd voor een deel begeleid door importeur en fabriek', aldus Peerdeman. 'Eerst werd in een aantal theorielessen alles aan de hand van een Duits praktijkboek voorbereid. Het in elkaar zetten en afregelen gebeurde onder toezicht van een gecommitteerde. Dan had je je Bulova Accutron-diploma en mocht je je officieel reparateur noemen van dit aparte type uurwerk.'
Ook Pistoor staat dit onderdeel van de opleiding nog goed voor ogen. 'De stemvork van het Bulova Accutron- horloge heeft een hoge zoemtoon (360 Hz). Normaal gesproken hoor je het niet, maar als je het horloge 's nachts om je pols houdt, kan de hoge pieptoon irritatie wekken.'

 

Groter óf fuseren

Het ging de school aardig voor de wind. Ze groeide zo dat het voor subsidieverlening vereiste minimum aantal leerlingen van 72 ruim werd overschreden. Een subsidie die overigens niet werd verstrekt door het ministerie van Onderwijs, maar dat van Economische Zaken, weet Pistoor. Dit feit geeft wel aan hoe 'apart' deze opleiding was. 'De school was in haar Hoornse periode ook heel degelijk. Ik weet nog dat de inspecteur van Economische Zaken kwam en zei dat er een 'kloosterlijke rust' heerste.'

Leerlingen klas 4 ca. 1968
Vierdeklassers, schooljaar 1965 - 1965. Er zaten meisjes op de opleiding, maar ze waren altijd ver in de minderheid. Voor Rina Huysen, voor op de foto, moest een speciaal damestoilet gebouwd worden. (foto WFA).

In 1966 kreeg de school toestemming voor het afnemen van eigen examens, dus met gecommitteerden. Ze was niet langer een particuliere opleiding.
Grote veranderingen kwamen er met de invoering van de Mammoetwet in 1968. Een uitvloeisel van die wet was dat in vakopleidingen voortaan ook algemene vorming moest worden opgenomen. Schaalvergroting was eveneens een gevolg van de wet. De horlogemakersvakschool moest mee: het was groter worden of anders fuseren. Ook moest ze haar toelatingseisen strenger maken en zich meer richten op de algemeen vormende vakken. In 1979 ging Winnubst met ziekteverlof. Hij kon op zijn conto schrijven dat hij ruim 300 leerlingen in het vak had opgeleid. Ad Pistoor: 'De eis om te groeien van 100 naar 200 leerlingen bleek niet reëel. Er zouden daardoor mensen worden opgeleid zonder uitzicht op een baan. De eis zorgde voor veel onbegrip in Hoorn en leidde later in Amsterdam tot afbraak van de opgebouwde erkenning.'