Stadswandeling Religieuze beelden

Introductie

In de historische binnenstad van Hoorn zijn tal van gevelstenen te vinden met religieuze afbeeldingen. 'Horinees' Chris Schrickx heeft een inventarisatie gemaakt en een wandeling samengesteld langs deze opmerkelijke beelden. Het is tevens een wandeling geworden waarbij een groot deel van de Hoornse binnenstad kan worden bekeken. In tegenstelling tot onze andere stadswandelingen die onder begeleiding van een gids van Oud Hoorn plaatsvinden, kunt u deze wandeling zelf maken aan de hand van de beschrijvingen en het kaartje.

kaart wandeling

Duur: ongeveer 1,5 uur.
Start- en eindpunt: Pand van Oud Hoorn,
Onder de Boompjes 22, Hoorn  

Zelf wandelen

Klik hier voor een printbare versie van de route, met plattegrond en beschrijvende tekst.
Aan de hand van deze volledige versie kunt u de wandeling zelf maken.

Virtueel web wandelen

Klik hieronder op "Volgende" om vanachter uw computer de wandeling te maken of om alvast een voorproefje te nemen op wat u ziet als u de wandeling zelf maakt.

1. Achter de Vest

kaart We gaan direct om de hoek de Pakhuisstraat in en daarna weer linksaf; neem het wandelpad op de vestingwal. Aan de linkerkant komen we twee poortjes tegen, ter weerszijden van de Gemeentelijke Gymnastiekzaal, die toegang gaven tot de 'Hoornse schutterijen'.

Sint Jorispoortje (patroon van de St. Jorisdoelen). Dit oudste schuttersgilde gebruikte de kruis- of voetboog.

St.Joris wordt meestal afgebeeld als ridder te paard, terwijl hij de draak met een lans doorsteekt. Soms ligt de overwonnen draak aan zijn voeten. Ook andere scènes uit de middeleeuwse legende komen voor.

Patroon van: o.a. boeren, kuipers, zadelmakers, soldaten, militairen, gevangenen, ruiters, vee, strijd in elke vorm.
Patroon tegen: oorlogsgevaar, bekoringen, koorts, pest.
Patroon voor: het weer.
Helper in nood.
Patroondag: 23 april.

Sint Sebastiaanspoortje

Van de heilige Sebastianus is niet veel bekend. Veel legenden zijn over deze bijzondere persoon verteld. Hij werd in de derde eeuw geboren in Milaan en was soldaat in het leger van keizer Carinus (283-285). Hij was van christelijke ouders en stelde het tot doel; zij die leden onder de christenvervolging te helpen. Na de dood van Carinus werd Diocletianus (284-305) de nieuwe keizer en onder zijn bewind laaide de christenvervolging weer op. Toen de keizer ervoer dat zijn voorbeeldige soldaat Sebastianus christen was, liet hij hem aan een paal binden en met pijlen doorboren, daarna werd hij gegeseld tot de dood er op volgde. Een legende vertelt dat een jonge weduwe, Irene genaamd, het levenloze lichaam van de martelaar wilde afnemen en begraven, toen zij plotseling bemerkte, dat Sebastianus nog leefde. Na te zijn genezen ging hij naar de keizer en beschuldigde hem openlijk van zijn misdaden tegen de christenen. Daarop liet de keizer hem vastnemen en door soldaten in het Circus van Rome, met stokken doodslaan. Dit zou zijn gebeurd op 20 januari 288. Hij werd door Lucina, een vrome christen, uit het Circus weggehaald en aan de Via Apia bij de apostelbasiliek begraven. In de negende eeuw werd de Heilige Sebastianus de titelheilige van deze basiliek.

Patroon van: stervenden, ijzerhandelaren, pottenbakkers, tingieters, tuinmannen, leerlooiers, soldaten, oorlogsinvaliden, waterbronnen.
Patroon tegen: de pest, veeziekten, melaatsheid.
Helper in nood.

foto linksfoto
Sint Sebastiaanspoortje

2. Koepoortsweg

kaart We vervolgen onze weg over de oude stadswal van Hoorn langs de Mariatoren en gaan aan het eind rechtsaf over de brug. Aan de overkant van de straat, vlak voor de spoorwegovergang zien we twee gevelstenen.

(huisnummer 5, anno 1648) De Koepoortsweg was vroeger een belangrijke toegangsweg naar de stad. Waar nu de brug over de Draafsingel is, stond vroeger de Koepoort. Waarschijnlijk fungeerden de gevelstenen hier als een soort reclame voor de markten die in de stad werden gehouden.

foto linksfoto rechts

Laurentius (Augustusmarkt, sinds 1485).

Laurentius zou zijn geboren in Spanje en al op jonge leeftijd in Italië terecht gekomen zijn. Hij was de aartsdiaken van paus Sixtus II in Rome. Ten tijde van de vervolging door keizer Valerianus werden Laurentius en de andere diakens met de heilige vader gevangengenomen. Terwijl de anderen standrechtelijk om het leven werden gebracht, nam men Laurentius mee voor verhoring en foltering. Paus Sixtus was voor Laurentius niet alleen zijn meerdere, maar tevens zijn vaderlijke vriend en vooral een voorbeeld. Veel is van Laurentius niet bekend; het meeste over hem steunt op legendes. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Al in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele kerk verbreid. Laurentius is de derde patroon van de stad Rome. Hij wordt vereerd als patroon van de armen alsook van bibliothecarissen, omdat hem als diaken de zorg voor de boeken was opgedragen. San Lorenzo is de basiliek in Rome die aan hem gewijd is. Daar ligt hij, samen met diaken Stafanus begraven.

Volgens de legende liep Laurentius tijdens de terechtstelling van Paus Sixtus II wenend met hem mee en riep: "Waar gaat u heen, zonder uw zoon, vader?" De paus troostte zijn aartsdiaken en voorspelde hem zijn eigen terechtstelling als martelaar. Hij gaf Laurentius nog de opdracht de gehele kerkschat onder de armen te verdelen. Na de moord op paus Sixtus II maakte keizer Valerius aanspraak op de kerkelijke schatten en beval Laurentius de schatten te brengen. Hij kreeg drie dagen bedenktijd. In deze tijd verdeelde hij de goederen onder de armen van de stad Rome en bracht alle noodlijdenden van de stad op de derde dag voor keizer Valerius.Hij bevestigde dat alle schatten van de kerk voor de keizer stonden. De keizer ontstak in toorn en liet Laurentius vastnemen en ter dood veroordelen. Men sloeg hem met loden kogels en legden hem tussen een rooster op het vuur. Zijn sterfdag was op 10 augustus 258.

Patroon van: diakens, bibliothecarissen, glasblazers, glazeniers, brandweer, koks, archivarissen, scholieren, studenten, administrateurs, bierbrouwers, banketbakkers, wasvrouwen.
Patroon tegen: huidziekten, oogkwalen, spit, ischias, vuurrampen, het vagevuurleed, de pest.
Patroon voor; zielen in het vagevuur, goede wijnoogst.

Sint Maarten (patroon van de najaarsmarkt, goedgekeurd door Filips de Goede in 1446)

foto linksfoto rechts

Geboren in 316 te Sabria in Hongarije, in de landstreek Pannonie, liet Martinus zich als jongen van 10 jaar in de kerk opnemen als catechumeen (doopleerling). Vijf jaar later trad hij in het leger en diende onder keizer Constantius en keizer Julianus. Op 18 jarige leeftijd werd hij gedoopt en bleef nog twee jaar in dienst. Bij de stadspoorten ontmoette hij eens een naakte bedelaar, die hem om Christus' wil een aalmoes vroeg. Omdat hij niets dan zijn wapen had, gaf hij hem een stuk van zijn soldatenmantel. In die tijd behoorde een helft van de kleding aan de keizer en de andere helft was persoonlijk bezit. In een droom verscheen hem de avond daarop Christus met de helft van zijn mantel om zich heen geslagen. "Wat je voor de geringste van mijn broeders hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan". Zijn besluit stond toen vast. Hij begaf zich naar de Heilige Hilarius, bisschop van Poitiers. Deze werd de leraar en voorbeeld van Martinus. Onder zijn leiding leefde hij als monnik en werd hij gewijd tot exorcist (duivelbanner).
Toen hij priester was, begon hij als missionaris in zijn eigen geboortestreek. Zijn moeder zou als eerste zich bekeerd hebben. Woedende Arianen en heidenen verdreven Martinus uit zijn geboortestreek. Terneergeslagen begaf hij zich naar het eiland Gallinara voor de Italiaanse Rivièra. Daar leefde hij voor enkele jaren als kluizenaar. Zijn kinderdroom was vervuld. In het jaar 360 werd hij door Hilarius, die al vanaf 356 bisschop van Poitiers was, naar Gallia teruggeroepen. Hij bouwde er ten zuiden een kluizenaarscel en verbleef daar vele jaren. Uit deze eenvoudige cel zou later het eerste klooster van Gallie groeien.
Hij werd in 372 door het volk en de clerus gekozen tot bisschop van Tours, waar hij een klooster bouwde en daar met tachtig monniken een buitengewoon heilig leven leidde. Hij wilde niet in het bisschopshuis wonen, maar verkoos liever de armoede. Zijn vriend en levensbeschrijver Sulpicius Severus was vaak ooggetuige van zijn wonderdaden. Vol overgave verkondigde Sint Maarten overal het H.Evangelie en bestreed het heersende heidendom. Hij was geliefd bij de gehele bevolking vanwege zijn gerechtigheid en voorbeeldige leven. In de Germaanse oudheid werd vuur gebezigd, dat in het volksleven het symbool was van de licht- en warmtegevende zon, waar men afscheid van nam, in het najaar. Misschien dacht men het sint Maartensvuur bovendien als een zinnebeeld van het huiselijke haardvuur, dat met de aanvang van de winter in onze noordelijke landen eerst echt het middelpunt van het gezin werd. De jonge kinderen trekken nog steeds op de sterfdag van St. Maarten met lampions zingend door de straten en worden grote St.Maartenvuren ontstoken.
De heilige Martinus stierf op 11 november rond het jaar 398 op 80 jarige leeftijd te Candes, een parochie in zijn bisdom.

Patroon van: soldaten, cavaleristen, militairen, ruiters, hoefsmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, herders, waarden.
Patroon tegen: belroos (wondroos; acuut besmettelijke huidziekte door infektie met streptococcen), uitslag, slangenbeten.
Patroon voor: een goede wijnoogst.

3. Munnickenveld

kaart We lopen weer terug over de brug en gaan rechts over het smalle, groene 'kippenbruggetje'. Daarna rechts over het witte bruggetje.

(Claas Stapelshof). Dit poortje, dat nu toegang geeft tot het Claas Stapelshof, gaf vroeger toegang tot de Latijnse school in de Kruisstraat.

- Spreuk boven poort: 'Christo Duce et auspice Christo Caelo Musa Beat' ('Christus als leidsman en onder zegening van Christus brengt de muze het hemelse geluk').

Het laatste deel van de Latijnse tekst is afkomstig uit "Carmina" (IV 8.29) van de Romeinse schrijver Horatius, die uiteraard op de Latijnse school onderwezen werd. Het opschrift is een samengaan van het Christelijke en Latijnse element binnen de school.

Links van de poort zien we nog een gevelsteen:

foto rechts
Judith en Holofernes
Verbeeldt het verhaal uit het boek Judith (apocriefe geschriften)

Judith is een joodse heldin en symbool van de strijd van de joden tegen hun onderdrukking. Zij wordt doorgaans afgebeeld met in haar handen het hoofd van Holofernes, de Assyrische veldheer van Nebukadnezar die door haar onthoofd werd met zijn eigen zwaard. Het Assyrische leger had de joodse stad Betulia belegerd. Toen de inwoners op het punt stonden zich over te geven, verzon Judith, een rijke en knappe weduwe, een list om hen te redden. Ze maakte zich mooi en waagde zich met haar dienstmaagd binnen de Assyrische linies. Onder vals voorwendsel kreeg zij toegang tot de commandant, Holofernes, en stelde hem een gefingeerd plan voor om de joden te onderwerpen. Holofernes werd verliefd op haar en nodigde haar uit voor een feestmaal. Hij was van plan haar te verleiden, maar toen ze na het feest alleen waren, viel hij dronken in slaap. Judith greep snel Holofernes' zwaard en sloeg Holofernes zijn hoofd af. Haar dienstmaagd stond klaar met een zak om het hoofd in te doen. Ze liepen het kamp uit en bereikten Betulya voordat de daad ontdekt werd. De afbeelding van Judith komt het eerst voor in de middeleeuwen, als een prefiguratie van Maria die de ondeugd overwint, en wordt wel verbonden met de allegorische figuur van de nederigheid. Het bloedige verhaal van Judith was echter in de renaissance bij kunstenaars en opdrachtgevers opvallend populair. Haar overwinning maakt soms deel uit van een serie van andere, meest bijbelse vrouwen die door hun list een man overwinnen. In de kunst van de Contrareformatie drukt zij de overwinning op de zonde uit.

4. Spoorstraat

kaart We lopen door en zien de zijgevel van het Pietershof.

Sint Petrus of Sint Pieter boven het poortje uit 1617.

Ooit was hier de hoofdingang van het klooster. Later (1572) overgenomen door de stad Hoorn en ingericht als 'Oude Mannen- en Vrouwenhuis'.

foto linksfoto rechts

Petrus was al in Jeruzalem een vooraanstaande verdediger van het christelijke geloof. Zijn oorspronkelijke naam is Simon en hij leefde in Kafarnaum (Israël) waar hij als visser zijn brood verdiende. Samen met zijn broer Andreas werd hij door Jezus tot zijn apostelen genoemd. "En gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik Mijn kerk bouwen". Petrus wordt door Jezus benoemd tot eerste opvolger en hoofd van de Kerk. De eerste paus. Al zeer snel groeit de Kerk in Jeruzalem door de wonderwerken die Petrus door Jezus mag doen. Hij werd een vurige prediker en ondernam veel missiereizen naar Antiochië en Klein-Azië en ten slotte naar Rome ten tijde van keizer Nero. Rome was het centrum van de toenmalige wereld en Petrus wilde van hieruit het geloof in de Verrezen Christus aan de mensheid verkondigen. Nero wilde dit verhinderen en liet Petrus gevangen nemen en hem ter dood veroordelen. Petrus onderging de uitspraak gelaten en het enige wat hij vroeg, was om niet zoals zijn Heer te mogen sterven maar omgekeerd. (Hij had Jezus tijdens zijn gevangenneming driemaal verloochend). Petrus stierf in het jaar 67? In het Romeinse circus de kruisdood. (met zijn hoofd naar beneden).

Patroon van: de pausen, slagers, glazeniers, ruitenzetters, meubelmakers, horlogemakers, slotenmakers, smeden, loodgieters, pottenbakkers, metselaars, steenbakkers, nettenmakers, steenhouwers, vissers, schippers, schipbreukelingen, boetelingen, de belijders, de maagden.
Patroon tegen: diefstal, slangenbeten, hondsdolheid, koorts, bezetenheid, voetkwalen.

Zoals (bijna) alle heiligen is Petrus te herkennen aan zijn attribuut, de sleutel (van de hemelpoort).

5. Veemarkt

kaart We gaan rechtsaf over het Dal, langs de fraaie voorgevel van het Pietershof, naar de Veemarkt.

Schuin aan de overkant boven de ingang van het witte gebouw zien we een fraaie gevelsteen. Het gebouw is vroeger een zusterklooster geweest en deed daarna dienst als opslagplaats van de markt.

foto linksfoto rechts
Huisnummer 19 Anno MDCCXXIII

'Synte Pieters Scheepye mag hellen maar niet vergaen op Gods woort blyf ick vast staen, anno 1723 '
Hier was vroeger een zusterklooster, later heeft het pand gediend als opslag voor de markt.

6. Kleine Noord

kaart Linksaf lopen we door de Turfsteeg naar het Kleine Noord. Rechts staat de Noorderkerk.

Noorderkerk

foto linksfoto rechts

Zandlopers, een kaars die net uitwaait, schedel en beenderen, skelet, doodskist, het zijn allemaal tekens van "momento mori" (gedenk te sterven). De middelste deur in empire stijl stamt uit het begin van de 19e eeuw. Het beeldhouwwerk boven de deur (een skelet met zeis, staande zandloper en korenaren; anno 1647) draagt de tekst:
En Messem Immortalitatis (ziehier de oogst der onsterfelijkheid).
Dat betekent: de rijke gaat niet dood, zijn leven verandert alleen; hij ligt met het hele geraamte op een mat en een kussen. De oogst der onsterfelijkheid is het graan, dat met de zeis geoogst wordt. De zandloper staat rechtop, is dus in gebruik. Het onsterfelijke graan is de mensen gegeven door Demeter, de Griekse godin van de landbouw. Ze was op zoek naar haar dochter Persephone, die geschaakt was door Hades, de god van de onderwereld. Tijdens het zoeken werd ze gastvrij onthaald door de koning en koningin van Eleusis. Uit dankbaarheid kreeg hun oudste zoon Triptolemus de graankorrel. Het opschrift "Hic meta doloris" (hier is het einde van alle smart) is op een cartouche in het boogveld van de zuideringang aangebracht en dateert van ca. 1660. De arme dode wordt via de zij-ingang de kerk binnengebracht: zijn smart is over. Daar doet de zandloper géén dienst en de botten vormen géén geheel geraamte.

foto linksfoto rechts

Paneel boven de deur in de scheidingswand naar de Armenkerk aan weerszijden van het stadswapen het cryptogram: "Wylt (Horen) 't woord". Aan de koorzijde: "Gaet (Horen) 't woord" met het jaartal 1714.

7. Breed

kaart We lopen het Kleine Noord nu af in de richting van het Grote Noord. Direct rechts om de hoek van het Breed (huisnummer 1?) zit een gevelsteen in de gevel verstopt.

Huisnummer 29?
'hier stond In de jonge Tobyas'
Op de prent is Tobyas te zien die een vis vangt. Een engel kijkt van bovenaf mee. Tobit is blind doordat hij vogelpoep in zijn ogen heeft gekregen. Hij heeft geld geleend dat zijn zoon Tobyas naar de eigenaar terug moet brengen. Een engel wijst hem de weg en is erbij als hij een grote vis vangt. De engel zegt hem de vis mee naar huis te nemen. Thuis blijkt dat de gal van de vis dient voor de genezing van Tobits' ogen.

Tobit anders genoemd Tobias

foto

Het is verwarrend, zowel de vader als de zoon heten Tobias. Het is een apokriefe vertelling. Tobit, zijn vrouw Anna en zoon Tobias zijn heel gelovig.
Het begint met het feest van Pinksteren en er is een feestmaal bereid. Tobit zei tegen Tobias: "Ga heen ,en breng mede wie gij vinden zult van onze broederen, die gebrek heeft en des Heren gedenkt, en ziet, ik zal op u wachten". Maar Tobias komt met slecht nieuws thuis: "Vader, én uit ons geslacht ligt verworgd en geworpen op de markt". Tobit brengt de overledene in een zeker huis, at daarna in treurigheid zijn maaltijd en na zonsondergang begroef hij de overledene. Omdat hij toen onrein was, sliep hij buiten bij de muur van de voorplaats en hij wist niet dat er mussen in de muur waren. "En mijn ogen opgedaan zijnde, zo wierpen de mussen hete mest in mijn ogen, en daar kwamen witte schellen op mijn ogen en ik ging tot de medicijnmeesters, maar zij hielpen mij niet....." De blinde Tobit kon verder niet werken en werd door Anna onderhouden, die met handwerk van wol loon verdiende en een bokje ten geschenke kreeg. Maar Tobit, dacht dat Anna daar niet eerlijk aan gekomen was en had wroeging en berouw van zijn slechte gedachten en bad tot god. Tezelfdertijd had Sara, een dochter van Raguël, het ook moeilijk. Zij was al aan 7 (!) mannen uitgehuwelijkt, maar voordat de huwelijksnacht aangebroken was, had Asmodeüs, de boze geest, die bruidegommen gedood. Zij was eniggeborene en als zij zou sterven zonder kinderen na te laten had haar vader Raguël geen erfgenaam en Sara bad tot god om zich over haar te ontfermen.

"En het gebed dezer beiden werd gehoord voor de heerlijkheid des groten Gods. En Rafaël werd uitgezonden om deze twee te genezen: namelijk om de witte schellen van Tobias' ogen af te doen, en om Sara, de dochter van Raguël, aan Tobias de zoon van Tobias tot een vrouw te geven, en Asmodeüs de boze geest te binden, aangezien het Tobias toekwam haar tot een erve te verkrijgen."

Vader Tobit had nog geld tegoed en zoon Tobias moest dat gaan halen helemaal in Medië, waar Sara woonde. Hij moest een reisgenoot zoeken, die tegen betaling hem kon vergezellen. "En hij ging heen om een man te zoeken, en hij vond Rafaël, welke was een engel, maar hij wist het niet."
Tobias (de vader) vraagt hoe de metgezel in spé heet en deze zei: "Ik ben Azarias, de zoon van de grote Ananias, een uwer broederen." Zij komen tot een loon overeen. Tot groot verdriet van Anna gaat Tobias haar enig kind op reis en ze is bang hem nooit meer terug te zien.
De mannen gingen op reis en tegen de avond kwamen zij aan bij de rivier de Tigris. "En de jongeling klom neder om zich te wassen, en een vis schoot op uit de rivier. En hij wilde de jongeling verslinden. Maar de engel zeide tot hem: Grijp de vis aan. En de jongeling vatte de vis en wierp hem op het land. En de engel zeide tot hem: Snijd de vis in stukken, en neem het hart, en de lever, en de gal, en leg ze weg om te bewaren." Dat deed Tobias en de rest van de vis werd gebraden en opgegeten en zij reisden verder. "En de jongeling zeide tot de engel: Azarias, broeder, wat is van het hart, en de lever, en de gal van deze vis?
En hij zeide tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden.
En bestrijk met de gal een mens, die witte schellen heeft op zijn ogen, en hij zal genezen worden".

Aangekomen in Medië zegt de engel, dat ze ter herberg zullen gaan bij Raguël en dat hij zal vragen of Sara Tobias tot huisvrouw gegeven zal worden. Maar Tobias heeft gehoord, dat er zeven mannen zijn omgekomen in de bruidskamer van Sara en hij vreest voor zijn leven en hij is de enige die zijn ouders kan begraven.
De engel stelt hem gerust. En dat hij zich geen zorgen om de duivel moet maken. "Want deze zelfde nacht zal zij u tot een vrouw gegeven worden, en als gij ingaat in de bruidskamer, zo zult gij as nemen van het reukoffer, en zult daarop leggen van het hart en van de lever van de vis, en zult roken. En de duivel zal het ruiken en zal vluchten, en zal in alle eeuwigheid niet wederkomen."

"En als zij nu het avondmaal geëindigd hadden, zo brachten zij Tobias tot haar. En als hij ging, dacht hij aan de woorden van Rafaël, en nam de as der reukofferen, en legde het hart en de lever van de vis daarop en maakte rook. En als de duivel de reuk rook, zo vlood hij naar de bovenste delen van Egypte, en de engel bond hem daar." Toen ze bij elkaar waren, stond Tobias op van het bed en sprak een gebed "Beveel dan dat men mijner ontferme, en dat ik met haar samen oud mag worden. En zij zeide met hem Amen. En zij sliepen beiden de nacht over."
Tobias mocht niet meer weg van Raguël en de bruiloft moest nog gevierd worden en het geld moest nog gehaald worden in Ragis bij Gabaël, die ook op de bruiloft moest komen. "En Tobias riep Rafaël, en zeide tot hem: Azarias, broeder, neem met u een jongen, en twee kemels,...en haal mij het geld."
Zo geschiede. Rafaël en Gabaël kwamen met de verzegelde geldzakjes op de bruiloft en Tobias zegende zijn vrouw.

Ondertussen waren Tobit en Anna zeer ongerust of hun zoon ooit nog terug zou komen en "des daags nu at zij niet, en des nachts hield zij niet op haar zoon te bewenen". Tobias verzocht zijn schoonvader hem te laten vertrekken naar huis. "En Raguël stond op, en gaf hem Sara zijn vrouw, en de helft van zijn goederen, slaven en beesten, en geld."
Edna, zijn schoonmoeder, hoopte dat het haar gegeven zou worden, dat zij Tobias' kinderen zou zien uit Sara haar dochter. Tobias en zijn gezelschap reisde totdat zij kwamen te Nineve.
Rafaël stelde voor om vooruit te reizen en Tobias moest de gal van de vis in de hand nemen. Anna zat op de uitkijk en zag de mannen aankomen en ging het snel aan Tobit zeggen. Toen liep ze naar haar zoon toe, viel hem om de hals en "zij weenden beiden". Rafaël had Tobias verteld, dat zijn vader de ogen zou openen. "Strijk gij de gal in zijn ogen, en als het hem bijt zo zal hij ze wrijven, en de witte schellen uitwerpen, en hij zal u zien."
"En Tobias kwam uit naar de deur en stiet zich daaraan; doch zijn zoon liep hem tegen, en greep zijn vader; en streek de gal op de ogen zijns vaders, zeggende: Heb goede moed vader; en als zij gebeten waren, wreef hij zijn ogen, en de witte schellen werden afgepeld van de hoeken zijner ogen. En ziende zijn zoon, viel hij aan zijn hals, en weende en zeide: Geloofd zijt gij, o God." Tobias vertelde zijn vader de dingen die in Medië gebeurd waren en Tobit liep zijn schoondochter tegemoet tot aan de poort van Nineve. Iedereen die het maar horen wilde vertelde hij, dat God zich over hem had ontfermd. Sara was meer dan welkom en "de bruiloft van Tobias werd zeven dagen lang gehouden met vreugde."

De man die met Tobias meegereisd was moest nog betaald worden. Tobias wilde hem de helft geven, dat hij had meegebracht. Nu onthulde de man zijn ware identiteit en dat God hem gezonden had om Tobit en Sara te genezen.
"Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen, die de gebeden der heiligen voor God brengen..."
"Al deze dagen ben ik door u gezien, en heb noch gegeten noch gedronken, maar gij hebt een gezicht daarvan gezien. En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die mij gezonden heeft, en schrijf al wat geschied is in een boek. En zij stonden op, en zagen hem niet meer. En zij prezen openlijk de grote en wonderlijke werken Gods, hoe de engel des Heren door hen gezien was."

En zij leefden nog lang en gelukkig, want Tobit was 58 jaar oud toen hij het gezicht verloor en na 8 jaar werd hij weer ziende en deed aalmoezen. Hij werd zeer oud en riep zijn zoon en zes kleinzonen bij zich. De profeet Jona had voorspeld, dat Nineve verwoest zou worden en Tobias moest naar Medië gaan met zijn gezin. Toen Tobit dat gezegd had, "begaf hem de ziel op het bed. En hij was honderdachtenvijftig jaren oud."
Tobias begroef zijn vader "en als Anna, zijn moeder, gestorven was, zo begroef hij die bij zijn vader. En Tobias met zijn vrouw en kinderen vertrok naar Ecbatana, tot Raguël, zijn schoonvader."
Hij kwam tot een goede ouderdom en begroef zijn schoonouders en erfde hun goed en het goed zijn vaders Tobias. Hij stierf in Medië op de leeftijd van 127 jaar en had eer hij stierf vernomen van de ondergang van Nineve.

8. Ramen

kaart We lopen het Grote Noord in, de grootste winkelstraat van Hoorn. De eerste straat links is de Duinsteeg. We lopen deze uit tot aan de Ramen. Rechtsaf. Schuin aan de overkant staat de Lutherse kerk.

Lutherse kerk

- Psalm 84.2 'Hoe lieflijk zijn Uwe wooningen Heere Zebaoth!'
In de bijbel van Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem 1993 staat "Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Here der heerscharen!"

foto

9. Grote Noord

kaart We lopen verder via de Ramen en de Kruisstraat. Aan het eind gaan we rechtsaf de Lange Kerkstraat in. Aangekomen op het Grote Noord zien we schuin links aan de overkant de RK-kerk.

- Beeld van Jezus

Als de kerk open is moet u zeker een kijkje nemen in het gerestaureerde interieur. Vooral de middeleeuwse Pietà is heel fraai.

foto linksfoto rechts

10. Houten Hoofd

kaart Aan het eind van het Grote Noord steken we het plein (Rode Steen) over. Door de Grote Havensteeg komen we in het havenkwartier. We lopen rechtsaf Vismarkt, linksaf Nieuwendam, rechtsaf Pompsteeg en linksaf Italiaanse Zeedijk naar de Hoofdtoren. Beeldbepalend in de Hoornse haven is de Hoofdtoren met het de steiger 'Houten Hoofd'.

'Gaat in door de enge poort' (Matteus 7,13)
'Geeft de keizer wat hem toebehoort en geeft God dat god toebehoort' (Lucas 20)

foto linksfoto rechts

BIJBELCITATEN HOOFDTOREN
Uit: BIJBEL ( Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem 1993)

Matteüs 7: 13 - 23 Ingaan in het Koninkrijk der hemelen
13 Gaat in door de enge poort, want wijd is [de poort] en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan;
14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

Lucas 20: 20 - 26 Het recht des keizers
20 En om Hem na te gaan zonden zij spionnen uit, die zich voordeden als vrome mensen, om Hem op een woord te vatten , ten einde Hem te lunnen overleveren aan het gezag en de beschikking van de stadhouder.
21 En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, wij weten, dat Gij rechtuit spreekt en leert en niemand naar de ogen ziet, maar in waarheid de weg Gods leert;
22 is het ons geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?
23 Doch Hij doorzag hun sluwheid en zeide tot hen:
24 Toont Mij een schelling; wiens beeldenaar en opschrift draagt hij? Zij zeiden: Van de keizer.
25 En Hij zeide tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.
26 En zij konden tegenover het volk op geen woord van Hem vat krijgen. En zij verwonderden zich over zijn antwoord en hielden zich stil.

De Hoofdtoren is sinds 2003 in bezit van Vereniging Hendrick de Keijzer en wordt gerestaureerd.

11. Slapershaven

kaart We lopen over de Veermanskade, rechtsaf brug over, Oude Doelenkade en linksaf Slapershaven. Uiteindelijk komen we bij het kruispunt met het Grote Oost. De hoekpanden zijn de Bossu-huizen.

Op de hoek van de Slapershaven en het Grote Oost staan de Bossuhuizen. Deze drie 17e eeuwse woonhuizen hebben een doorlopend ge├»llustreerde gevel, waarop versregels en reliëfs in woord en beeld de zeeslag van de West-Friezen en de watergeuzen tegen de Spaansgezinde vloot onder aanvoering van de graaf van Bossu weergeven.

foto rechts

Op het fries staat een gedicht van Jacob Coenraetsz Mayvogel:

tot eer van haer geslacht
tot lof van dese daed
die klampen hem aen boort,
die weten nog wel raedt hier is een
hoorens hop,
en sonder twyefel dit daer sijnder ook int midden,
daer sijnder op het land die godt met mooses bidden,
tot dat men overwint gelijck het is geschiet,
waer van men huijden noch een klare teken siet.
daer gaet het op een veghten
daer siet men t eene schip
aen t ander heghten
daer siet men reghte liefde
daer doet men onderstant
daer veght men zonder gelt,
voor 't lieve vaderland

Op één van de Bossuhuizen is ook de mythologische godin van de liefde Venus afgebeeld. Zij is "geboren" uit het schuim der zee en wordt staande op een schelp aan land geblazen. Venus is de Latijnse naam voor Aphrodite. De godin gold in het bijzonder als beschermgodin van de zeevarenden.

Hoekpand (Grote Oost 132) bevat de tekst (ook van Mayvogel):

o loffelijke daed o schoone gulde tyden,
wie dat er aen gedenkt die moet hem nog verblyden,
het land dat schut en beeft den vyand die komt aen,
hij wil met amelek gantsch israel verslaen,
hij komt met grote macht maar godt heeft ons gegeven,
ook arons ende hurs wiens namen zijn geschreven.

Het gevecht op 12 oktober in 1573 ging de geschiedenis in als de Slag op de Zuiderzee. Bossu verloor, werd gevangen genomen en heeft drie jaar lang opgesloten gezeten in het Weeshuis aan de Korte Achterstraat. (zie ook 15. Korte Achterstraat). De slag op de Zuiderzee vindt plaats in 1573, in het begin van de roerige Tachtigjarige oorlog. De steden en gewesten van de Nederlanden vormen dan nog geen eenheid in de strijd tegen de Spaanse overheersing. Zo blijft Amsterdam bijvoorbeeld lange tijd trouw aan Spanje. De strijd ter land en ter zee verloopt moeizaam. Als de Watergeuzen in 1572 Den Briel innemen, scharen veel steden in Noord-Holland, waaronder Hoorn, zich aan de zijde van opstandelingenleider Willem van Oranje. Een jaar later komt de oorlog in dit gebied tot een hoogtepunt. De Watergeuzen en de West-Friezen proberen de haven van Amsterdam te blokkeren. De Spaanse stadhouder Maximiliaan de Hennin, heer van Bossu, zendt een zeemacht op de Oranje-aanhangers af. Er volgt een zeeslag die zes dagen en nachten duurt. Ondanks de overmacht slagen de West-Friezen onder aanvoering van Cornelis Dirkszoon, burgemeester van Monnickendam, erin Bossu te verslaan.

12 .Oosterpoort

kaart We gaan rechtsaf over de brug en vervolgen onze weg over het Kleine Oost. Aan het eind staat de Oosterpoort.

We lopen door de poort en lezen vanaf de brug de Latijnse tekst:

nil prosunt vigilum excubiæ nihil arma, minæ que murorum ingentes raucæue tonitrua cannæ 1578 ni deus hancce velis regere ac tutarier irbem.

' Niets baat het waken der wakers, niets wapenen, de geweldige dreigingen der muren, noch de donder van het rauwe geschut, zo Gij, o God, deze stad niet zou willen richten en beschermen' (Psalm 127.1).

foto

Psalm 127.1 (bijbel van Nederlands Bijbelgenootschap, 1993, Haarlem

Als de Here het huis niet bouwt,
tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan;
Als de Here de stad niet bewaart,
tevergeefs waakt de wachter.

13. Zon

kaart We gaan weer terug over het Kleine Oost en de brug en gaan rechtsaf. Op de hoek staat een fraai pand.

'Van Godt comt het al'

foto

14. Kerkplein

kaart Via de Zon en het Gerritsland (helemaal uitlopen) komen we rechtsaf Breestraat en linksaf op het Kerkplein.

Boterhal of Sint Jans Gasthuis
Recht voor ons staat 'de Boterhal' uit 1563.

foto linksfoto rechts

Het gasthuis is én van de fraaiste voorbeelden van vroegrenaissance gebouwen in ons land. Boven de gevelsteen is een beeld van Johannes de Doper te zien. De gegroefde stenen aan weerszijden van de deur zouden een genezende werking hebben. Het verhaal gaat, dat inwoners van Hoorn vroeger de stenen aanraakten om ziekten af te weren.

Het gebouw is tot 1840 in gebruik geweest als ziekenhuis. Later werd het kledingmagazijn van het leger en plaats waar eieren en boter verhandeld. Dit verklaart de naam Boterhal. Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als expositieruimte van de Kunstenaarsvereniging Hoorn en Omstreken.

Johannes werd ongeveer een half jaar voor Jezus geboren. De ouders van Johannes waren Elisabeth en Zacharias. Ze waren beide al op hoge leeftijd. Elisabeth was onvruchtbaar. De engel Gabriel echter meldde aan haar man, Zacharias, dat zijn vrouw moeder zou worden van een zoon. Ze zouden hem de naam Johannes moeten geven. Zacharias wilde daarvoor een teken en de engel ontnam hem zijn spraak. Bij de geboorte van hun zoon zou Zacharias zijn spraak weer terugkrijgen, sprak de engel Gabriel. En zo geschiedde het.

Johannes trok op dertig jarige leeftijd de woestijn in en kondigde overal de komst van de Messias aan. Hij predikte een doopsel van bekering en wees het Lam Gods aan. Omdat hij voor zijn geboorte al Jezus hoorde en vervuld werd van Gods geest, wordt bij Johannes niet alleen zijn sterfdag (29 augustus) maar ook zijn geboortedag (24 juni) gevierd. Toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven. En hij bevestigde haar met een eed: Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk. Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: Wat zou ik vragen? Deze antwoordde: Het hoofd van Johannes de Doper. Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

Patroon van: wevers, kleermakers, schilders, leerlooiers, timmerlieden, smidse, kuipers, schoorsteenvegers, herbergiers, bontwerkers, wijnbouwers, architecten, drankbestrijders, bioscoopbezitters, herders, dansers, muziekanten, zangers, huisdieren, schapen, lammeren, vasten, Karmelieten, Maltezer ridderorde.
Patroon tegen: hoofdpijn, schorheid, duizeligheid, epilepsie, kinderziekten, angst, hagel

15. Korte Achterstraat

kaart Rechtsaf gaan we door de Nieuwstraat. Muntstraat oversteken en rechtdoor (achter de Hema langs).

Eerst langs de Mariakapel, onderdeel van middeleeuws klooster. Later gereformeerde kerk.

foto linksfoto rechts

In de gevel staat:
- 'Vrede door het bloed des kruises' (Col. 1 XX).
Vervolgens langs het Protestants Weeshuis uit 1574. Het ingangsportaal dateert uit 1729.

Na de Slag op de Zuiderzee in 1573 zat de door de Geuzen verslagen admiraal graaf Maximiliaan van Bossu hier gevangen. Het opschrift op de gedenksteen herinnert aan deze gevangenschap. Het is een afschrift van de tekst boven de vroegere gevangenispoort.

Aan de achterzijde ligt een binnenhof, de Weeshuistuin (te bereiken vanaf Weeshuistuin, langs het water), die is voorzien van een fraaie waterpomp en loden beelden van weeskinderen.

16. Achterstraat

kaart We lopen de Korte Achterstraat verder uit en steken over naar de Achterstraat. Het grote hoekgebouw is 'De Doelen'.

foto linksfoto rechts

Sint Sebastiaan (patroon van de schutters, zie ook 1. Achter de Vest, St. Sebastiaanspoortje) In dit gebouw heeft vroeger de Hoornse schutterij gezeten. Op het achter het gebouw gelegen 'Doelenplein' (thans parkeerterrein) werden de schietoefeningen gehouden.

Vanaf 1615 kwamen de Hoornse schutters bijeen om te vergaderen, te eten en te feesten. Het gebouw bestaat uit drie delen:
-een pilastergevel uit 1648 waarvan de top verloren is gegaan
-een gevel van Hendrick de Keyser uit 1615, waarvan de top eveneens verdwenen is
-een breed gedeelte uit 1778

De natuurstenen entreepoort uit 1615 wordt gekroond door een beeldengroep, die de marteling van de Heilige Sebastiaan voorstelt. Er is een gevelsteen met maar liefst twee eenhoorns.

Dit gebouw is sinds 2003 in bezit van Vereniging Hendrick de Keyser.

Idee : Chris Schrickx
Teksten : Diana van den Hoogen
Fotografie : Frans Zack, Theo Wittebol
Kartografie : Ron Dol
Techniek : Hillebrand Peerdeman, Stefan Jager