Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Stolpersteine wandelroute

4) Beatrixlaan 3

"Sluit je ogen en luister naar de fluisterende stemmen. Laat het je allerergste woede temmen. Elke dag wordt ons verteld wat we moeten doen. We worden behandeld als slaven zonder enkel fatsoen".

Stopersteine Agsteribbe
Stolperstein Louis en Cato Agsteribbe

Vervolg de Drieboomlaan tot stoplicht en daar rechtsaf: Liornestraat (6). Of een meer rustiger en toeristische route: ga rechtsaf de Willem Barentszstraat of Jan Mayenstraat in en linksaf: Commandeur Ravenstraat (7).

Langs het Truydemanshofje (8; Truydeman en syn Wyf gevelsteen Gr. Oost 114). Aan het eind trapje op en rechtsaf. De spoorweg oversteken. Direct na de spoorwegovergang m.b.v. stoplichtjes linksaf de J. D. Polstraat oversteken. Fietsers gaan via de Emmalaan met een grote bocht naar rechts om het Wilhelminaplantsoen heen en 2e straat linksaf naar de Beatrixlaan. Wandelaars kunnen het voetpad nemen door het zgn. 'Engelse park'. Naar links en over brugje en einde park naar rechts (Emmalaan) en links naar Beatrixlaan (9).
Voor Beatrixlaan 3 liggen drie struikelsteentjes.

Tijdens de oorlog woonden Louis en Cato Agsteribbe (foto hieronder) op de 'Parklaan', de naam 'Beatrix' was door de bezetter verboden. Louis was winkelbediende in een manufacturenzaak; Cato was kantoorbediende. Toen ze uit Hoorn werden weggevoerd was Cato twee maanden zwanger. Ze zijn eerst tijdelijk naar Amsterdam overgebracht. Daar is hun zoontje Hans geboren. Met zijn moeder is hij via het z.g. 'kinderkamp' in Vught en het doorgangskamp Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor gebracht. Daar zijn ze op dezelfde dag vergast, meteen na hun aankomst. Cato was 31 jaar, Hans slechts een half jaar oud.
Louis is waarschijnlijk van zijn gezin gescheiden geraakt en, ook 31 jaar, 'ergens' in Polen omgekomen.

Louis en Cato Agsteribbe
Louis en Cato Agsteribbe

 

Extra informatie

6) Liornestraat en fluitschip (West-Frieslands Oud & Nieuw 1957, pp.60-75. Pieter Jansz. Liorne en de Nederlandse Scheepsbouw (1) door I. Kuyper. Het was eigenlijk van onze koopvaardijvloot, dat de drang naar verruiming van de charters onzer schepen, en daarmede de ommekeer in onze scheepsbouw, uitging. In 1595 had de koopman en scheepsbouwkundige Pieter Jansz. Liorne, te Hoorn, het moeilijke probleem weten op te lossen: hoe een groot koopvaardijschip zó te bouwen en op te tuigen, dat het niet alleen alle bestaande scheepstypen in bezeildheid en laadvermogen overtrof, maar nog bovendien met een minder talrijke bemanning kon toekomen. Uitgaande van het vlieboot-type, met zijn sterk ingehaalde boorden (en dus smal op het dek), dat daardoor met weinig volk kon worden genavigeerd en verdedigd, construeerde hij het "fluitschip", dat, met het oog op de in Denemarken voor de Sond-tol gebruikelijke scheepsmeting, nog sterker werd ingebouwd.

De fluit werd het koopvaardijschip bij uitnemendheid van de 17e en 18e eeuw, een scheepsmodel dat èn door Engeland èn door Frankrijk van ons is overgenomen. Opmerkelijk is het, dat daarop vanwege de stad Hoorn tot "raad" op de vloot benoemd werd Pieter Jansz. Liorne, de befaamde uitvinder der "fluiten": de man dus, van wie de gedaanteverwisseling onzer koopvaardijvloot was uitgegaan!

 

7) Commandeur Ravenstraat (van Wikipedia): deze straat langs het spoor, dichtbij station Hoorn, is vernoemd naar Dirck (of Dirk) Albertsz Raven (Hoorn, 1589/90 - aldaar na 1639). Hij was schipper te Hoorn en later commandeur bij de walvisvaart, in dienst van de Noordsche Compagnie. Op 24 mei 1639 leed Dirck Albertsz als commandeur van het schip Spitsbergen schipbreuk bij Spitsbergen. Hij overleefde het ternauwernood: na zijn redding door commandeur Gale Hamkes uit Harlingen met zijn schip De Oranjeboom, waren er nog maar 20 van de 86 bemanningsleden over.

Raven verwerkte dit avontuur in een reisverhaal, het Journael ofte Beschrijvinghe van de Reyse ghedaen bij den Commandeur Dirck Albertsz Raven, na Spitsberghen, inden Jare 1639, ten dienste vande E.Heeren Bewindthebbers vande Groenlandtsche Compagnie tot Hoorn. Het reisverhaal werd in 1646, zeven jaar na de rampzalige expeditie, voor het eerst gepubliceerd in Hoorn en er verschenen nadien verschillende herdrukken. Het werd bovendien vanaf 1648 opgenomen achter het beroemde Journael ofte Gedenkwaerdighe Beschrijvinghe vande Oost-Indische Reyse van Willem IJsbrantsz Bontekoe van Hoorn. In 1971 verscheen een facsimile herdruk van deze uitgave van 1648. Dit boek is te koop bij Oud Hoorn.

 

8) Truydemanhofje: (en gevelsteen Grote Oost 114 boek Henk Overbeek pp.75-77 en 226): Op 30 november 1953 opende burgemeester mr. Canneman het splinternieuwe woonoord. Voorbereiding en bouw hadden drie jaar gevergd. Het bouwplan bevatte 45 woningen, verdeeld over vier vleugels, gebouwd om een gemeenschappelijke binnenhof. De bouw werd gegund aan fa. Wit uit Wognum (in 2012 kende Oud Hoorn dit bedrijf haar Monumentenprijs toe) en het schilderwerk aan fa. Verlaat uit Hoorn.

Gevelsteen Truydemanhof
Gevelsteen Truydemanhof

Het complex voor bejaarden werd ontworpen door gemeentearchitect C. Ruitenbeek (gemeentewerken Hoorn). Tot 1979 bleef het betrekkelijk stil rond het Truydemanhof. Het Grond-enWoningbedrijf van de gemeente Hoorn schreef op 17 april1979 B&W een brief met het verzoek in te stemmen met verbetering van het hof. Het complex bestond toen uit 44 woningen, een beheerderwoning en een recreatiezaal. Voor het maken van bergingen ten behoeve van de woningen moesten 2 woningen verdwijnen. De beheerderwoning en recreatiezaal bleven behouden. Verder zou een lift worden aangebracht.
Juni 1979 ging de gemeenteraad akkoord met een krediet voor de renovatie van het Truydemanhof. In 1987 werd het gemeentelijke woningbezit w.o. het Truydemanhof aan de Woningstichting (nu woningcorporatie IntermarisHoeksteen) verkocht. (uit: Kwartaalblad Oud Hoorn 1994, pag.60-61).

Gevelsteen Grote Oost 114
Gevelsteen Grote Oost 114

In de gevel van Grote Oost 114 bevindt zich een gevelsteen 'Truydeman en zijn Wijf'. Dit broodbakkersechtpaar dat zich in 1426 in Hoorn vestigde maakt deel uit van een legende. Hun ezel kon in zijn eentje het brood bezorgen. Op een keer kwam hij voortijdig terug bij de bakkerij, omdat hij gemerkt had, dat een klant vals geld of helemaal geen geld in het geldkorfje legde. Truydeman en zijn 'Wijf' Aleyde waren mild en zeer bewogen jegens de armen. Zij richtten een armenfonds op om eenmaal in de week brood en turf te bekostigen. Zij stelden zich ook borg voor het betalen van onderhoudskosten voor de Noorderkerk ('de Armenkerk') aan het Kleine Noord.
In 1429 betaalde het echtpaar de noordermuur van de toenmalige Grote Kerk. In de kerk was een glas-in-loodraam met een afbeelding van het paar. Dat is in 1703 met de ontploffing van de kruitmolen verloren gegaan. Truydeman ondertekende zijn brieven altijd met Tr. En z. Wijf.

 

9) Beatrixlaan heette Parklaan in de oorlog: (uit Kwartaalblad Oud Hoorn 2012, nr. 3, p. 132 Peter Tack: "Struikelstenen" in Hoorn): Straatnamen die betrekking hadden op in leven zijnde leden van het Koninklijk Huis, mochten in de oorlog op last van de bezetter niet worden gebruikt.