Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Brief van het bestuur (archief)

Zienswijze Vereniging Oud Hoorn m.b.t. Ontwerpbestemmingsplan Binnenstad   (13-07-2009)


oudhoorn

Zienswijze Vereniging Oud Hoorn m.b.t. Ontwerpbestemmingsplan Binnenstad

Hoorn, 3 juli 2009

Vereniging Oud Hoorn beschouwt de strekking van het Ontwerpbestemmingsplan als positief. De gemeente wenst wat meer speelruimte voor horeca en detailhandel, maar staat grootscheepse ingrepen in de binnenstad niet toe. Oud Hoorn ziet dat de door de vereniging gemaakte opmerkingen met betrekking tot het Voorontwerpbestemmingsplan Binnenstad voor het merendeel zijn verwerkt. De rooilijnen zijn teruggebracht, zoals bijvoorbeeld bij de Baanstraat is te zien, over hoogtes en maten is meer duidelijkheid gegeven, wijzigingen in het stadsbeeld (beschermd stadsgezicht) worden moeilijker gemaakt en de Commissie welstand en monumenten krijgt een toetsende rol op cruciale punten, zoals de verhoging met een bouwlaag. Dubbelbestemmingen met archeologie en beschermd stadsgezicht worden telkens expliciet genoemd. Technische fouten zijn verbeterd. Het ophogen van zeker 140 panden met éen bouwlaag, waarvan in het Voorontwerp sprake was (de bolletjeskaart), is ongedaan gemaakt, hoewel de oude tekening nog in het plan is blijven staan. Ook het thema Cultuur heeft aandacht gekregen, gering weliswaar. Er is voorts een historische kwaliteitskaart (bijlage 6) aan het Ontwerp toegevoegd. Uit de Toelichting wordt echter niet duidelijk welke functie de kaart heeft. Is het een samenvatting of wordt nog een andere kwaliteit aan de kaart toegekend? Oud Hoorn had, wij hebben daar bij herhaling op gewezen, graag een actuele beleidsnota over het historisch erfgoed als onderlegger voor het bestemmingsplan gehad. Een definitie van wat onder beeldbepalend wordt verstaan (panden, groen, water) ontbreekt echter nog steeds. Het gaat om ca 1100 panden waarvan slechts van een deel een redegevende beschrijving aanwezig is, meest dan nog een uiterst summiere. In het Ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat de aandacht voor de beeldbepalende panden niet in het bestemmingsplan geregeld behoeft te worden, omdat dat in de Erfgoednota gebeurt. Die nota is er nog niet en in de conceptnota die onlangs aan de Commissie Welstand en Monumenten werd voorgelegd, ontbrak iedere verwijzing naar de beeldbepalende panden en hun status. Oud Hoorn blijft er bij dat een omschrijving van wat onder beeldbepalend wordt verstaan in het Bestemmingsplan moet worden opgenomen en pleit er tevens dringend voor om al het Hoornse binnenwater tenminste de kwalificatie beeldbepalend te geven.

Het proces

De manier waarop de gemeente zich van haar informatieve taak met betrekking tot dit Ontwerpbestemmingsplan Binnenstad heeft gekweten kan beter. Er is geen voorlichtings­bi­jeenkomst georganiseerd, waar kon worden ingegaan op de wijzigingen in het Ontwerp ten opzichte van het Voorontwerp. Degenen die het Ontwerpbestem­mingsplan wilden lezen dienden daarvoor of naar het stadhuis te gaan om daar 360 pagina's door te nemen, of al die bladzijden op hun pc te lezen, dan wel al die pagina's op hun huisprintertje te printen. Wie om een complete set tekst en kaarten vroeg kreeg als antwoord dat dat kon tegen betaling van € 500. Op deze wijze wordt het de burger uiterst lastig gemaakt om van zijn democratische rechten gebruik te maken. Op de website van de gemeente was het Ontwerp voorts de eerste vijf dagen niet vindbaar. En ook vanaf vrijdag 3 juli 2009 was het Ontwerpbestemmingsplan weer verdwenen en kwam men op zoek naar het Ont­werpbestemmingsplan bij het Voorontwerp van 2008. De brief waarin onze vereniging op de hoogte werd gesteld dat het Ontwerpbestemmingsplan ter visie was gelegd is nooit aangekomen, omdat deze naar een spookpostbusnummer in Alkmaar was geadresseerd. Ook dat was niet de eerste keer. Post over de bomen Onder de Boompjes verdween eveneens naar het verkeerde adres. Uiteraard is excuus gemaakt, maar het spijt ons te moeten constateren dat het bij meer ruimtelijke procedures op deze punten misgaat. En dan zijn wij maar éen van de betrokken partijen. Ook op ons verzoek in de artikel 10-reac­tie om een keer met elkaar rond de tafel te gaan zitten, is van de kant van de gemeente niet gereageerd.

Hinken op twee gedachten

In het Ontwerp wordt soms nog op twee gedachten gehinkt. De plannen voor de Vale Hen en Stationsgebied worden formeel buiten het bestemmingsplan gehouden (wat Oud Hoorn niet juist vindt), maar over het gebied Vale Hen worden tal van kaderstellende en voorwaardenscheppende opmerkingen gemaakt, terwijl het wat het Stationsgebied aan­gaat vrijwel stil blijft. Het is van tweeën een: of de plannen voor deze gebieden worden wat de bestemming betreft meegenomen of ze blijven er helemaal buiten. Dat laatste is de keuze van het college, maar dan moet dat consequent gebeuren en moeten er geen schoten voor de boeg gegeven worden voor deze gebieden. Immers hoe moeten die worden geïnterpreteerd? Wordt daar bij de vaststelling van het Voorontwerp door de gemeenteraad wel (impliciet) of niet mee ingestemd? Voor zover wij weten is het plan van Soeters en Eldonk van juni 2007 vorig jaar teruggenomen, zodat het ook geen pas geeft om de uitgangspunten daarvan onverkort in de Toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan op te nemen. Wanneer u nog niet op ontwikkelingen vooruit wilt lopen, kan worden volstaan met het opnemen van de huidige functies en bestemmingen zoals dat in de Verbeelding ook is gebeurd. Vale Hen heeft de bestemming V-P, het parkeerterrein Noorder Veemarkt V-P en V-VB (verkeer-verblijf) en het station en busstation e.o. B-OV (bedrijf-openbaar vervoer). Het zijn voor de binnenstad niet de geringste gebieden die echter inhoudelijk zo buiten beschouwing blijven.

Voor het binnengebied van het Kazerneterrein, gelegen tussen Veemarkt en Mosterdsteeg, is een plan in ontwikkeling. Het bestemmingsplan houdt reeds rekening met deze planontwikkeling. Een aantal bewoners aan de Baanstraat krijgt daardoor opeens in de achtertuin een scheidingsmuur van 6,5 meter hoog.

Hiërarchie in plannen

Het hinken op twee gedachten is mogelijk het gevolg van onduidelijkheid over de plan­hiërarchie. In de WRO wordt aangegeven dat elke gemeente een structuurvisie dient op te stellen, waar vervolgens de bestemmingsplannen uit voortkomen. Er wordt van hoog naar laag gewerkt. In Hoorn wordt de omgekeerde volgorde gehanteerd. Dat is op zich bijzonder; er is vanuit de plannen die er liggen geredeneerd, maar of het past? Wij betwijfelen dat. Verder dienen in de structuurvisie de gemeentelijke belangen omschreven te worden. De nieuwe wet verplicht de gemeenten niet voor niets een structuurvisie te hebben die het gehele grondgebied van de gemeente beslaat. De gemeente Hoorn heeft die niet. In de reactie aan ons, zegt u: De voorbereidingen voor het opstellen van een gemeentedek­kende struc­tuurvisie zijn gestart. En vervolgens: Met de Stadsvisie, en met diverse beleidsnota's op deelterreinen, zoals de toerismenota, de detailhandelsnota, de nota "Gebruik openbare ruimte binnenstad", en de horecanota "Hoorn Gastvrij", alsmede met de "Kadernota bestemmingsplan Hoorn-Binnenstad", beschikt de gemeente over vol­doende structuur­visieachtige stukken om het bestemmingsplan op te kunnen baseren. ‘Structuurvisieachtig' is toch echt geen vervanger voor structuurvisie, lijkt ons. En in de woordkeus bevestigt u dat ons inziens zelf.

Van belang is voorts te weten dat binnen een bepaalde periode (twee jaar?) voor elke plek in de stad actuele bestemmingsplannen gemaakt moeten zijn. Die plannen moeten ook nog eens digitaal beschikbaar zijn. Dat betekent dat voor de Vale Hen, maar ook het Stationsgebied een duidelijker visie moet komen dan nu beschreven staat. Als de ge­meente zich niet aan de termijnen houdt, dan mogen er geen leges meer worden geheven en dreigt het gevaar van ‘vrij spel' in de binnenstad.

De nieuwe wet poogt duidelijk een praktijk te voorkomen zoals die uit bijlage 2 Overzicht vrijstellingen blijkt, waarbij de afgelopen decennia veelvuldig via ontheffingen of uitzonderingen projecten en verbouwingen etc. tot stand zijn gekomen, terwijl dat noodzakelijke overzicht over het geheel ontbrak. Wij hebben in onze vorige reactie aangetekend dat het in het algemeen tot nu toe gelukkig goed gegaan is. Maar dat had ook anders kunnen zijn. Naar aanleiding van een opmerking onzerzijds merkt u op dat we ons geen zorgen over ontwikkelingen behoeven te maken omdat bestemmingsplannen eens in de tien jaar herzien moeten worden. In het licht van Bijlage 1 Overzicht vigerende bestemmingsplannen blijkt dat argument weinig steekhoudend. Er vigeren 12 bestemmingsplannen -Jeudje staat abusievelijk twee keer in de lijst- het oudste is van 1954 en nog nooit aangepast. Voor Vale Hen en Stationsgebied geldt het Globaal bestemmingsplan Binnenstad van 1982, dat meer dan een kwart eeuw geleden werd vastgesteld, terwijl al ruim dertig jaar wordt gepoogd om tot een algeheel bestemmingsplan voor de binnenstad te komen.

Samenhang, consistentie en evenwicht

Regels, Verbeelding en Toelichting zijn alle drie onderdeel van het bestemmingsplan. De Toelichting moet duidelijk zijn voor de vragen: wat, waarom en waar. De Toelichting mag uit andere nota's het wat, waarom en waar plukken, maar moet dat wel weergeven en er niet alleen naar verwijzen. Dat gebeurt in dit Ontwerp regelmatig. Het is weinig vriendelijk naar toekomstige gebruikers, maar lijkt ons ook niet toegestaan. De Toelichting moet ook duidelijk en het Bestemmingsplan eenduidig zijn.

Het Ontwerpbestemmingsplan is ook niet op alle punten evenwichtig. Thema's waarop recent beleid is ontwikkeld komen uitgebreid aan de orde, horeca bijvoorbeeld, maar ook de voorwaarden van het Hoogheemraadschap voor steigers in binnenwateren. Als het al nodig was om dat op te nemen dan was een bijlage voldoende geweest. Of om uw eigen woorden te citeren: een bestemmingsplan is geen …. De momenteel in voorbereiding zijnde bouwplannen worden stuk voor stuk behandeld met betrekking tot de Watertoets. Of ze de Welstands- en Monumententoets hebben doorstaan wordt terecht ook niet gemeld. Een bestemmingsplan is ook geen voortgangsrapportage. Waar in reactie op het commentaar van de Commissie voor Monumenten en Welstand Hoorn wordt gesteld dat de betrokkenheid van de commissie is gebaseerd op artikel 12 van de Woningwet en dat het niet nodig is om dat in het bestemmingsplan te bevestigen, kan ook worden gesteld dat niets zich tegen die aanvulling met deze ene zin verzet.

Bij de tervisielegging van het Voorontwerpbestemmingsplan Binnenstad werd opgemerkt dat er nog een discussie over verkeer en parkeren gevoerd zou worden, waarvan de uitkomsten in het Ontwerp een plaats zouden vinden. Van die discussie is in hoofdstuk 4 van de Toelichting nauwelijks of niets terug te vinden. Zo lag er niet alleen de wens van de gemeenteraad van een autoluwe binnenstad (Stadsvisie) maar ook om zwaar verkeer zoveel mogelijk terug te dringen.

Geconstateerd wordt ook dat aanpassingen niet altijd consequent door het hele Ontwerpbestemmingsplan zijn doorgevoerd. Toegezegd is bijvoorbeeld om de functie Cultuur en Ontspanning op te nemen. In de Bestemmingsregels (hoofdstuk 2 van de Regels) is een artikel over Cultuur en ontspanning opgenomen, maar in hoofdstuk 4 van de Toelichting, waarin de Uitgangspunten voor de functies worden gegeven, ontbreekt een paragraaf over Cultuur en ontspanning. Dat het bestemmingsplan geen cultuurnota is, begrijpen wij best. Maar het is een beetje een flauwe opmerking op onze vraag om een paragraaf over cultuur op te nemen aangezien deze in het Voorontwerp ontbrak. Het bestemmingsplan, brengen wij naar aanleiding van dit Ontwerp daar tegen in, is ook geen horecanota of Waterplan of een reglement m.b.t. steigers in het binnenwater. Dat in een bestemmingsplan ook niet wordt gediscussieerd over verplaatsing van een bibliotheek, snappen wij evenzeer; wij hadden het daar niet eens over, al zijn wij voorstander van verplaatsing van de bibliotheek naar het gebied van de Vale Hen. Maar als een keuze eenmaal is gemaakt dan hoort die bestemming consequent in de verschillende onderdelen van het bestemmingsplan te worden opgenomen.

Een vraag nog. Over de in de binnenstad geplaatste beelden. Zijn die nu beschermd? Ook dat lijkt ons noodzakelijk.

Omissies

Hoewel op veel plaatsen verbeteringen zijn doorgevoerd, zijn er op andere plekken punten blijven hangen. We hebben al gewezen op de beeldbepalende panden die niet zijn genoemd in het Ontwerp, maar evenmin in het concept van de Erfgoednota waar naar verwezen werd. Maar er ontbreekt meer. Niet het Waterplan van het Hoogheemraad­schap is bijvoorbeeld als bijlage bijgevoegd, maar de artikel 10 reactie (die er dus twee keer in zit). Zo kan niet worden nagegaan of de opmerkingen m.b.t. het Waterplan en de reactie van het Hoogheemraadschap op het Voorontwerp in het Ontwerpbestemmingsplan zijn verwerkt. Waar het Hoogheemraadschap bijvoorbeeld opmerkt dat afspra­ken over het onderhoud van het binnenwater tussen gemeente en Hoogheemraadschap worden gemaakt, niet over het beheer daarvan, en verzoekt die tekst te verbeteren, blijft in het Ontwerpbestemmingsplan beheer staan, zonder dat duidelijk wordt of dat bewust is gebeurd of een verzuim. Verder is door de raad vastgesteld nieuw beleid soms wel in de Beleidskaders verwerkt, zoals het samenvoegen van panden, soms niet, zoals het besluit naar aanleiding van de behandeling van het Voorontwerp om geen winterterrassen toe te staan. Maar op blz. 14 van de toelichting wordt met verwijzing naar de Nota Gebruik openbare ruimte binnenstad dat er op de Roode Steen winterserres mogelijk zijn waarvoor een bouwvergunning nodig is en dat hiervoor in het bestemmingsplan een specifieke regeling is opgenomen. Pas in de reactie op het commentaar van de RACM wordt aangegeven dat de winterterrassen zijn geschrapt. Dit dient dus gecorrigeerd te worden. Zo is ook op blz. 46 van de toelichting de tekst uit het Voorontwerp gebleven over de verplaatsing van het bunkerschip, wat in het Ontwerp van de baan is. Het bunkerschip is op de huidige plaats bestemd. Ook dit dient gecorrigeerd te worden.

De Toelichting dient eenduidig ten opzichte van de regels en het beleid te zijn en bovenal duidelijk en geen aanleiding tot interpretatieverschillen of misverstanden te geven. Ook het feit dat niet gekozen is voor ondergrondse vuilcontainers in de binnenstad, verdient volgens ons aandacht in het plan.

Soms is ook onduidelijk wat wordt bedoeld. Op blz. 37 van de Toelichting staat: De drie automatieken/loketverkoop (categorie 1.3) zijn op de Verbeelding op hun locatie vastgelegd. Dat klopt. Maar op een vraag van Oud Hoorn schrijft de gemeente: De passages over loketverkoop hebben betrekking op winkels en op horecabedrijven. Het is daarom voor winkels in de gehele binnenstad toegestaan. Op éen van de kaarten staat ook voor Centrum 1 - gearceerd - dat loketverkoop mogelijk is. Loketverkoop is zware horeca en past niet in de uitbreiding van horeca voor Centrum 1. Wij zijn daarop tegen, maar omdat de tekst allerminst duidelijk is, is de vraag wat nu precies wordt bedoeld.

Op al deze punten wreekt zich wat Vereniging Oud Hoorn naar aanleiding van het Voorontwerp reeds opmerkte; alle wijzigingen worden niet aan de opstellers van het plan doorgegeven en de externe bureaus zijn te onbekend met situaties en ontwikkelingen in in een complexe omgeving als de Hoornse binnenstad, waardoor nieuw beleid en nieuwe ontwikkelingen onvoldoende of niet zijn meegenomen bij de opstelling van het Ontwerpplan.

Wij adviseren u dan ook om voordat het Ontwerpbestemmings­plan tot Bestemmingsplan wordt gepromo­veerd, een ambtelijke leesgroep nog eens kritisch door de tekst te laten gaan, zodat er zich geen omissies meer in bevinden, waardoor in een later stadium alles opnieuw moet, zoals met andere bestemmingsplannen ooit gebeurde.

Oostereiland

Onduidelijk is ook de verbinding tussen de binnenstad en het Oostereiland. In het Ontwerpbestemmingsplan kan zowel gelezen worden dat er twee verbindingen komen (blz. 16), als dat het bij éen blijft (Toelichting 5.2.1), maar dan een verbrede brug, zoals onlangs door de raad vastgesteld. Op de kaart staat vaag éen verbinding. In de reactie op het advies van de Veiligheidsregio wordt een beslissing met betrekking tot de expliciete wens van de Brandweer/Veiligheidsregio voor twee bruggen in het midden gelaten. Strikt genomen lijkt er éen brug bestemd. De opmerking dat binnen de bestemming Water-Haven de realisering van waterbouwkundige werken waaronder bruggen, zijn toegestaan, is een dooddoener. Een verbinding met het Visserseiland door middel van een draaibrug, een pontonbrug, of een zelfbedienbaar veerpontje, uitsluitend voor wandelaars, lijkt Oud Hoorn wel wat. Zo ontstaat een aardige wandeling langs het water van het Hoornse Hop. Met betrekking tot het Oostereiland adviseren wij de opmerking dat Vale Hen en Ooster­eiland mogelijke andere inbreilocaties zijn (paragraaf Wonen), in ieder geval voor het Oostereiland te schrappen nu daarvoor keuzes zijn gemaakt. Vijfhonderd woningen op deze drie inbreilocaties, zoals het Ontwerpbestemmings­plan noemt, lijkt ons aan de royale kant. Vereniging Oud Hoorn hoopt niet dat de keuze voor de realisering van een twintigtal woningen op het Oostereiland de ontwikkeling van de andere functies gaat belemmeren, maar heeft begrip voor deze woningen als extra kostendrager.

Struingebied

Vereniging Oud Hoorn wil er nogmaals op wijzen dat zonder al te veel ingrepen de barrière tussen havens en binnenstad kan worden overbrugd. Het gaat om 100 tot 200 meter . Enkele goede verwijzingen volstaan. Tegen de terughoudende ontwikkeling die in het Ontwerpbestemmingsplan wordt voorgestaan heeft de vereniging geen bezwaar.

Woonschepen

Het aan regels binden van woonschepen is onvoldoende in het Ontwerpbestemmings­plan uitgewerkt. In de toelichting hoofdstuk 4.7 Havens is een paragraaf Woonschepen opgenomen. Daar wordt geconstateerd dat meerdere woonschepen nu een hoogte en vorm hebben die niet past bij de beeldkwaliteit van de grachten en havens van het beschermde stadsgezicht en dat (vermoedelijk alleen) het toestaan van deze woonschepen geregeld is in de gemeentelijke ligplaatsenverordening. Omdat woonschepen geen gebouwen in de zin van de ruimtelijke ordening zijn, kent de gemeente voor woonschepen een globale regeling: alleen de gebieden worden op de kaart afgebakend. Dat rekening wordt gehouden met het behoud van de aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, lijkt Vereniging Oud Hoorn, waar andere functies aan tal van voorschriften en maten gebonden zijn, een loze kreet. De maten die in artikel 24 Water - Haven worden genoemd zijn duidelijk niet van toepassing op woonschepen. Ons inziens kan ook niet worden verwezen naar een nog op te stellen Woonbotenverordening, zoals in de reactie op het commentaar van de WZNH wordt voorgesteld. Zo lang die er niet is, zal het bestemmingsplan de randvoorwaarden moeten stellen.

Relatie aanpalende bestemmingsplannen

Nogmaals willen we onze eerdere opmerking onder aandacht brengen inzake het Bestemmingsplan Hoornse Hop. Dat bestemmingsplan maakt het mogelijk om vanaf het water schuin onder het land te boren. Waar we er zeven jaar geleden als gemeente niet in slaagden om dat buiten het Bestemmingsplan Hoornse Hop te laten, is het de vraag of er in het Bestemmingsplan Binnenstad niet bepaald moet worden dat er vanwege de historiciteit en de monumentaliteit en de kwetsbaarheid van de binnenstad niet vanuit het Hoornse Hop onder de Binnenstad geboord mag worden.

Het bestuur van de Vereniging Oud Hoorn

Rita Lodde
secretaris

Egbert Ottens
voorzitter

Hoorn, 3 juli 2009

 

  Terug naar Brieven bestuur