Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Brief van het bestuur (archief)

Planontwikkeling brug Oostereiland   (13-07-2009)


oudhoorn

Geacht college,

Met veel belangstelling en enthousiasme volgt de Vereniging Oud Hoorn de planontwikkeling rondom het Oostereiland. Het restaureren en transformeren van dit eiland tot een nieuwe (culturele) verblijfplaats vraagt een inspanning waarvoor wij u erkentelijk zijn. Helaas geldt die erkenning niet voor alle planonderdelen; het slopen van de toegangsbrug ten gunste van een veel grotere en zwaardere brug baart ons ernstig zorgen. Met een veelvoud van argumenten, sommige met de haren er bijgesleept, wordt door het college getracht aan te tonen dat de brug naar het Oostereiland, vervangen moet worden. Het merendeel van die argumenten blijkt onhoudbaar.

Het gehele Oostereiland staat als een ensemble, inclusief gebouwen, kades, openbare ruimten, toegangsbrug etc. op de gemeentelijke monumentenlijst. Elk (groot) monument, ook rijksmonumenten, omvat delen die niet oorspronkelijk zijn en soms zelfs van zeer recente datum. Dat laatste is onvermijdelijk om monumenten in de huidige tijd te kunnen gebruiken. Sedert de aanleg van het eiland in 1650 is de brug vele malen vernieuwd. Naar onze mening kan dat geen enkele reden zijn om de huidige brug te slopen. Bruggen en steigers zijn altijd sterk aan slijtage onderhevig en behoeven goed en regelmatig onderhoud. Dat geldt voor deze brug maar bijvoorbeeld ook voor het Houten Hoofd, een van de parels uit de Hoornse geschiedenis. Pas onlangs is het Houten Hoofd wederom gerestaureerd c.q. opnieuw gebouwd. Moeten wij nu ook vrezen voor het voortbestaan van dit monument? De gemeentelijke typering van de brug "allegaartje van constructiedelen" getuigt niet van enige achting voor het cultureel erfgoed. De louter civieltechnische benadering van deze brug bevalt ons niet.

Het is een gemeentelijke monument en het is een uniek gemeentelijke monument. Het college is van mening dat het hier gaat om een karakteristiek beeld maar niet om een historisch waardevol object. Het valt ons op dat deze mening niet onderschreven wordt door de ter zake gespecialiseerde adviseurs die u bij monumentale onderwerpen ter beschikking staan. De Commissie voor Welstand en Monumenten heeft negatief geadviseerd en het advies van uw afdeling Erfgoed ontbreekt. Slechts civieltechnische afdelingen hebben hun kennis en kunde mogen etaleren.

Een pand, een brug of een eiland wordt op een monumentenlijst geplaatst om daarmee bescherming voor de toekomst te bewerkstelligen. De krententuin, het Oostereiland en de toegangsbrug zijn indertijd op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Het college stelt nu dat dit indertijd op onjuiste gronden is geschied. Het was ook toen niet toegestaan om panden/bruggen etc. op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen alleen om de ontwikkelingen in de hand te kunnen houden. Domeinen zou tegen een dergelijke actie ongetwijfeld bezwaar hebben aangetekend. En als de bewering van het college juist is dan is het gehele ensemble op onjuiste gronden op de gemeentelijke monumentenlijst terecht gekomen en daarmee is het besluit nietig. Het is beter dat het college dit onzinnige argument laat varen. Dit klemt des te meer omdat het ook een bedreiging vormt voor de monumentensubsidie.

Voor het plaatsen van een pand op de gemeentelijke monumentenlijst is een goede onderbouwing vereist. Er is ook een goede onderbouwing nodig als een aanvrager een pand of een complex geheel of gedeeltelijk van die lijst wil afvoeren. Uw college had zijn besluit al gepubliceerd op 24 juni jl. terwijl u pas op 30 juni een onderbouwde aanvraag ter advisering aan de Commissie voor Welstand en Monumenten werd voorgelegd. Daarmee plaatst uw college zich buiten de procedure die u wel aan ingezetenen en belanghebbenden oplegt.

In 1993 heeft het college van B&W het Oostereiland op de lijst van de gemeentelijke monumenten geplaatst. De bij dit besluit behorende omschrijving eindigt met "Onder bescherming valt het gehele eiland met brug en kade muren." Op 24 juni jl. publiceert het college zijn besluit om de brug naar het Oostereiland als gemeentemonument in te trekken en af te voeren van de gemeentelijke monumentenlijst. Niet de brug maar het gehele eiland staat op de lijst. Volgens ons had het college de beschrijving uit 1993 moeten wijzigen en vervolgens had deze wijziging gepubliceerd moeten worden. Het is lastig om iets af te voeren dat er niet op staat. Het op deze manier voeren van deze procedure is een potentiële bron van juridisch gedoe.

Langs deze weg willen wij nogmaals kenbaar maken dat de Vereniging Oud Hoorn hecht aan het handhaven van de huidige brug naar Oostereiland. Technisch zijn er voldoende mogelijkheden om de brug te handhaven en zo nodig te versterken; dat aspect wordt ook door het college bestreden. Het is niet eerder voorgekomen dat een in goede staat verkerend gemeentelijk monument gesloopt wordt. Wij gaan echter geen bezwaarprocedure starten om het besluit van het college ongedaan te maken. De reden daarvoor is dat wij slechts zeer sporadisch gebruik maken van de mogelijkheden van een bezwaarprocedure. Niet elk meningsverschil kunnen/willen wij voorleggen aan de rechter. In dit geval leveren wij ons bezwaarschrift in voor de toezegging van het college om bij de nieuwe brug te kiezen voor kwaliteit (mooie vorm, goed materiaal) en een historisch verantwoord ontwerp van de landhoofden.

Hoogachtend,

namens het bestuur van de vereniging Oud Hoorn,

M.J.Lodde-Tolenaar,

secretaris.

 

  Terug naar Brieven bestuur