Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Brief van het bestuur (archief)

Commentaar op structuurvisie   (13-09-2011)


Aan het college van
Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Hoorn,

onderwerp: reactie op structuurvisie 2010-2025

Hoorn, 24 augustus 2011

Geacht college,
De Vereniging Oud Hoorn heeft zich gebogen over de Structuurvisie 2010-2025. Ons commentaar is bijgevoegd.
Wij stellen het op prijs dat wij hiertoe de gelegenheid hebben gekregen en zullen de ontwikkelingen met belangstelling volgen.
Hoogachtend,

Namens het bestuur
M.J.Lodde-Tolenaar secretaris

----------------

Commentaar Vereniging Oud Hoorn op de Basisnotitie Structuurvisie Hoorn 2010-2025


Algemeen
De notitie Ondernemende stad aan het blauwe hart is geen gemakkelijke kost. Er wordt zeer veel aan de orde gesteld. Daarbij is het lastig om door het veelvuldig gebruikte jargon heen te prikken. Sommige grafieken zijn zo gecompliceerd dat ze onleesbaar zijn. Het vergt nog een grote inspanning om op grond van deze notitie tot een voor een breed publiek begrijpelijke versie te komen. Zo’n gepopulariseerde versie lijkt zinvol wil men de burgers op het ontwikkelingsproces van onze stad betrokken houden, zoals in de inleiding van de notitie nadrukkelijk wordt betoogd.

De Structuurvisie behoort sinds kort tot de verplichte documenten voor de onderbouwing van het lokale, ruimtelijke beleid. Bestemmingsplannen en projectplannen zullen hun basis moeten vinden in een periodiek te actualiseren en door de gemeenteraad vast te stellen Structuurvisie. Misschien doordat het een ‘verplicht nummer’ is, is sprake van een niet altijd heldere of zelfs een gebrek aan visie. Voor ons gevoel spreekt uit de notitie onvoldoende visie op de periode van vijftien jaar die wordt bestreken. Aan vergrijzing en mogelijke daling van het inwonertal worden in de visie bijvoorbeeld geen consequenties verbonden.

Het valt te begrijpen dat, gegeven de functie van de structuurvisie, een zo breed mogelijk en algemeen perspectief wordt geschetst. Zo past elk bestemmingsplan er in. Maar daarmee is de formulering wollig en lijkt alles vloeibaar te worden. Dat verklaart een aantal obligate opmerkingen in de notitie. Zoals over het vasthouden van jonge gezinnen. Welke gemeente wil dat niet? Hoewel soms heldere keuzes worden gemaakt lijkt het principe van ‘laat duizend bloemen bloeien’ vooral van toepassing. Alles lijkt zo te worden gezegd, geen onderwerp wordt gemist. Maar het is vaak verwarrend. Met wat minimale aanpassingen is de nota op 95 van de 100 Nederlandse gemeenten toepasbaar. En dat terwijl Hoorn, net als al die andere gemeenten, onderscheidend wil zijn.

Sommige aannames kloppen volgens ons niet. Hoorn is geen complete stad, de regio is geen complete regio. De vraag is of je daar met alle geweld naar moet streven. Een groot deel van de beroepsbevolking is op de randstad aangewezen. Hoger (beroeps)onderwijs ontbreekt hier. Het is een illusie om te veronderstellen dat er werkgelegenheid vanuit de randstad naar Hoorn overkomt. Om de forensenstroom in te dammen hoeven we slechts te wachten tot de eerste generatie in Amsterdam werkzame overlopers met pensioen gaat. Een meer zinvolle mogelijkheid is, zoals onlangs door de Hoornse politiek geopperd, de aanleg van een gratis glasvezelnet in Hoorn, waardoor de bereikbaarheid via de digitale snelweg een stuk dichterbij komt en thuiswerken wordt bevorderd. Dat biedt een antwoord op de constatering dat de jarenzeventig- en -tachtigwijken meer gedifferentieerd zouden moeten zijn. In veel huishoudens werken beide partners. Daar werd tijdens de aanleg van die wijken veel minder rekening mee gehouden. Het tweede probleem van die wijken is het tekort aan parkeervoorzieningen. Ook bij de aanleg van nieuwe wijken, zoals Kersenboogerd en nu Bangert en Oosterpolder is de parkeernorm vaak niet passend en ontstaan al in een vroeg stadium problemen.

De vraag vanuit welke schaal Hoorn moet worden benaderd wordt nauwelijks en als het gebeurt niet consequent beantwoord. Illustratief daarvoor is dat Hoorn wordt voorgesteld als het centrum van nieuwe agriculturele ontwikkelingen in de regio: agriport en seedvalley. Maar dat is een ontwikkeling ver buiten de stad, waar Hoorn geen bemoeienis mee heeft. Vanuit een ander perspectief of schaalniveau bekeken zou je zelfs kunnen stellen dat Hoorn een unieke positie op de noordflank van de randstad heeft.
Niet alleen de profilering naar buiten toe moet dus worden verbeterd, ook de visie van Hoorn op de randstad. In paragraaf 1.8 Branding en profilering wordt een poging tot een aanzet gegeven. Deze verdient uitwerking.

Bij de bestudering van de notitie hebben we ons vooral gericht op het aspect dat een centrale rol in de doelstelling van onze vereniging heeft: de historische binnenstad.

De historische binnenstad
De historische binnenstad met zijn havens is het ‘gouden ei’ van Hoorn. Of in termen van de structuurvisie de branding van de stad. Toch wordt de historiciteit niet als leidend uitgangspunt genoemd, maar de economie, al zijn de teksten op dit punt niet eenduidig. Toetsen (blz. 43) of interventies en ingrepen in de stad bijdragen aan een duurzame en historische stad (binnenstad en de linten) is minder stringent dan het vaststellen dat het bewaren van de historiciteit de eerste en belangrijkste voorwaarde is. Terecht wordt in het hoofdstuk Historische Stad m.b.t. de planvorming gesteld dat het ‘De opgave is om bij iedere interventie de onderliggende lagen te betrekken.’ Een ‘open deur’, hopen wij. Wij gaan ervan uit dat dit staand beleid is.
Juist door de historiciteit bovengeschikt te maken kan de economie van de binnenstad een impuls krijgen. Wij zijn van mening dat de Top 6-criteria van Hoorn, voor de binnenstad een andere volgorde behoort te krijgen dan voor de stad als totaal. De historische structuur kun je in principe maar één keer wijzigen, daarna vrijwel nooit meer, tenzij je zoals hier en daar in ons land is gebeurd het water weer terugbrengt in de stad. Voor de binnenstad prevaleert derhalve de historiciteit.

Als koopcentrum staat de binnenstad al jaren onder druk. De hoge prijzen voor winkelruimte spelen een rol. Verder en wellicht in belangrijker mate zijn het andere ontwikkelingen, zoals het groeiende aanbod in de regio en de sterke opkomst van het webwinkelen. Dat zijn autonome ontwikkelingen waar Hoorn weinig aan kan doen. Een ratrace met winkelcentra in de regio kent uiteindelijk alleen verliezers. Regionaal zal hier aandacht voor moeten komen. Naar analogie van het regionaal volkshuisvestingsplan zal er afstemming en prioriteitsstelling moeten plaatsvinden. Ook Runshoppingcentre en binnenstad zijn geen concurrenten van elkaar maar complementair.

De wijkvisie op de binnenstad spreekt van consolideren. Op de projectenkaart wordt gesproken over continue aandacht voor de economische versterking van de binnenstad. Verbetering van de infrastructuur in en rond de binnenstad, ontwikkelen van de ‘Poort van Hoorn’ en de versterking van de westzijde van de binnenstad (Westerdijk) hebben een hoge prioriteit. Elders wordt het ontwikkelen van een waterfront van Hoorn genoemd. Je kunt dan niet meer van consolideren spreken. Het gonst van de activiteiten die in en bij de binnenstad volgens de structuurvisie nodig zijn.

Om de kwaliteit van de binnenstad te behouden is een zeer actief beleid geboden. Permanent inspelen op de veranderingen (die sneller gaan dan die in de nieuwbouwwijken van na 1970) klinkt wellicht opmerkelijk uit de mond van Oud Hoorn. Maar leidend uitgangspunt voor die permanente ontwikkeling is de historiciteit van de binnenstad. Het is dus geen vrijbrief voor ongebreidelde winkelsamenvoegingen, winterterrassen, etc., maar een pleidooi voor een zorgvuldige omgang met het erfgoed, behoud van de kleinschaligheid, de fijnmazige structuur en de typerende bebouwing. Een beleid dat ook gestalte moet krijgen in een consequent handhavingsbeleid, toezicht en (dagelijks) onderhoud.
We missen een visie op de ontwikkeling van het oude schouwburgterrein nu het oorspronkelijke plan voor de Westerdijk is teruggenomen.

Poort van Hoorn
Tevergeefs hebben wij gezocht naar de relatie van ‘De Poort van Hoorn’ met de binnenstad. De ontwikkeling van gebieden die tegen de binnenstad aanliggen is voor de binnenstad even relevant, als de ontwikkeling van de binnenstad zelf. ‘De Poort van Hoorn’ beoogt de verbetering van de infrastructuur in en rond de binnenstad. De uitgangspunten voor de binnenstad dienen dus evenzeer voor ‘De Poort van Hoorn’ op te gaan. Consequenties, zoals voor het verkeer en parkeren in de binnenstad blijven ongenoemd. Een langjarige visie op het openbaar vervoer ontbreekt. Veel meer dan de stelling, dat de nieuwe westelijke ontsluitingsweg onder het spoor door een belangrijke verbetering is, zegt de notitie niet.

Oostereiland
Over het Oostereiland wordt nauwelijks gesproken, terwijl dit toch een ‘nieuw stuk Hoorn’ is waarvan een impuls op de stad kan uitgaan. Met deze ‘uitbreiding’ van de kustzone van Hoorn zijn wij zeer content: cultuur en recreatie en ook wonen hand in hand met een tot de verbeelding spreken restauratie. Een verrijking voor de binnenstad. Er zijn ons inziens mogelijkheden voor een verdere ontwikkeling van het havengebied, voor de iets verder van de stad gelegen recreatieterreinen en voor het Oostereiland, zoals de plannen voor een museumhaven en historische botterwerf.

Terug naar de kust

Verrast waren we, en content, met de focus van de stad op het water. Dat is een duidelijke andere insteek dan we decennia hebben gekend. Te lang heeft de stad zich van het water afgekeerd. Het versterken van de kustzone heeft onze instemming. Het hiervoor genoemde ‘gat’ aan de Westerdijk kan daarbij een belangrijke rol spelen, ook al rouleren er al decennialang plannen voor een boulevard langs het Hop van schouwburg tot het Oostereiland. Langs het water liggen grote kansen voor Hoorn en haar inwoners. Met name op plekken grenzend aan de binnenstad.
Helaas wordt de visie niet uitgewerkt of ze verzandt in het opperen van tegenstrijdige mogelijkheden, zoals voor het Julianapark: stadspark én hoogwaardige woonbebouwing. Bespaar Hoorn een nieuwe skischans in een dergelijke, unieke landschappelijke en historische ambiance. Geen hoge appartementsgebouwen aan het water! Dat zal niet de bedoeling zijn. Maar het staat nergens.

Voor het Julianapark wordt, als gezegd, op twee paarden gewed. Enerzijds uitgroei tot stadspark, wat vooral voor de aangrenzende woonwijken van belang is, én stedelijk recreatiegebied. Anderzijds wordt gesproken over toevoeging van hoogwaardige bebouwing. Waar voor de Grote Waal op een oeverontwikkeling wordt ingezet, wordt in het Julianapark al gepreludeerd op toevoeging van woningbouw. Het is bij de stabiliserende bevolkingsontwikkeling volstrekt onnodig om nu al locaties voor na 2025 aan te geven. Het Julianapark is het mooist gelegen park in onze gemeente. Het vervult een belangrijke functie voor de omliggende woonwijken en mag ons inziens geen speelplek worden van nieuwe stedenbouwkundige uitingen. Van belang voor het gebruik van het Julianapark zijn dagelijks onderhoud en toezicht. Dat laat op dit moment te wensen over. Goed en zorgzaam beheer leidt er toe dat anderen ook zorgzamer met dit groen omgaan en het verhoogt het plezier voor de Hoornse wandelaar en recreant.
Voor Marina Kaap Hoorn waren ooit enkele tientallen waterwoningen uitgangspunt naast de waterrecreatie. Nu wordt over woon-/waterrecreatiegebied gesproken. Deze formulering lijkt een veel verdergaande ontwikkeling mogelijk te maken dan hetgeen door de gemeenteraad is vastgesteld en is volgens ons ongewenst.

De complete stad
Op dit punt ervaren we dat de visie gelukkig in strijd is met het huidige beleid. De complete stad is een van de meest belangrijke uitgangspunten van de visie op economisch, sociaal en cultureel gebied. Wij ondersteunen dit volop. Sociale en culturele instellingen staan echter onder grote druk, terwijl deze het cement van de stad en de samenleving vormen. Ook hier geldt: wat weg is is weg. Met andere woorden: bij het huidige beleid waarin zware bezuinigingen op deze instellingen af komen is het zaak deze ten behoeve van de complete stad (leefbaarheid en diversiteit) overeind te houden.

Consolideren jarenzeventig- en -tachtigwijken
Er wordt ons inziens te negatief gesproken over de jarenzeventig- en -tachtigwijken (let wel meer dan 60 procent van de voorraad). Er zijn binnen die wijken zeker delen die extra aandacht behoeven. In de Grote Waal hebben we gezien dat ruimtelijke impulsen tot meer kwaliteit hebben geleid, maar ook dat te weinig onderhoud het tegenovergestelde met zich meebrengt. In het algemeen kunnen deze wijken, zeker in vergelijking met wat elders in ons land is gerealiseerd, de toets der kritiek doorstaan. Er moet niet te snel worden mee gesurft op de als negatief beleefde kritische notie van ‘bloemkoolwijken’. Zo wordt die kwalificatie vanzelf een self fulfilling prophecy. Uniformiteit is het probleem niet. Zie de waardering voor de interbellumwijken in Amsterdam. Transformatie biedt nieuwe mogelijkheden. Maar het is geen toverwoord. Bovendien als alleen de sociale voorraad moet worden getransformeerd zal het aandeel sociale huurwoningen dalen, terwijl zeker in deze tijd daar grote behoefte aan is. Wel is aandacht voor het beheer nodig. Meer dan nu en ook anders dan nu, waar zoals in fase 3 van de Grote Waal na een lange periode van veronachtzaming, de grove bijl het uitgangsprincipe lijkt. Goed beheer, in samenwerking met de buurt, wordt wel genoemd, maar de aandacht is toch te gering. Dat valt te verklaren vanuit het perspectief dat de nota vooral het toekomstige ruimtelijke kader schetst. Maar net als de economie een dragend thema is voor de toekomstige ontwikkeling van de stad, kan beheer dat zijn voor de ontwikkeling van de wijken. Het is verstandig om ook hier een standpunt in te nemen omdat het een rol kan spelen bij het beleid van diversificatie en transformatie van de wijken. Consolideren is volgens de notitie meer dan het bestendigen van een situatie. Wij willen dat nog eens benadrukken omdat consolideren vaak wordt verstaan als het vasthouden van een bepaalde situatie of positie. Het door ons voorgestane consolideren is een permanente activiteit. En het is goed om de bewoners daar zoveel mogelijk bij te betrekken.
Functiemenging in woonwijken lijkt aantrekkelijk. Maar de illustraties in de nota zijn wel erg naïef. Veel kleine bedrijfjes worden gestart vanuit de woning. Groeien ze dan zullen ze hun buurten uitmoeten omdat die ruimtelijk daarvoor niet zijn ingericht. Denk aan de toename van het verkeer en de hogere parkeerdruk.

Tot slot
Tot slot enkele andere opmerkingen:
- De eigendomssituatie in de na 1970 gebouwde wijken is een bepalende en beperkende factor voor de mogelijkheden tot ingrijpen.
- Het ontbreekt aan visie m.b.t. de automobiliteit en wat erover geschreven wordt komt over als wishful thinking. Automobilisten kiezen de kortste en de snelste route.
- De fiets-, schuif- en wandelroutes naar voorzieningen in de wijken en de stad zullen een punt van zorg zijn.
- Voor de Provinciale weg wordt terecht geconstateerd dat de oversteekbaarheid een probleem is. Zeker voor fietsers en voetgangers met vaak irritant lange wachttijden. Doorwaadbare(?) plaatsen, oppert de notitie. Wat schiet de fietser of de voetganger daar concreet mee op?


Vereniging Oud Hoorn
Augustus 2011
Zie ook website van Gemeente Hoorn mbt structuurvisie

 

  Terug naar Brieven bestuur