Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Brief van het bestuur (archief)

Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn   (15-11-2012)


Eerder hebben wij onze gedachten over en kanttekeningen bij de plannen voor de Poort van Hoorn kenbaar gemaakt in onze reactie op de notitie “Reactie Klankbordgroep Poort van Hoorn” en in de presentaties die op verschillende locaties door ons zijn verzorgd. In onze reactie op het Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn vragen wij met name opnieuw aandacht voor de volgorde van de plannen.

------------------------

Aan de raad van de gemeente Hoorn,


Hoorn, 11 november 2012


Onderwerp: Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn


Geachte raad,


Aan het college van Burgemeester en Wethouders hebben wij bijgaande reactie van de Vereniging Oud Hoorn op het Voorontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn gezonden.

Eerder hebben wij onze gedachten over en kanttekeningen bij de plannen voor de Poort van Hoorn kenbaar gemaakt in onze reactie op de notitie “Reactie Klankbordgroep Poort van Hoorn” en in de presentaties die op verschillende locaties door ons zijn verzorgd.

In onze reactie op het Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn vragen wij met name opnieuw aandacht voor de volgorde van de plannen.

Uw reactie wachten wij met belangstelling af.

Hoogachtend,

Namens het bestuur van de Vereniging Oud Hoorn

Rita Lodde-Tolenaar,
secretaris.


Bijlage Reactie op Voorontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn.

-------------------------------------

Reactie Vereniging Oud Hoorn op Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn

Vooraf
Op welke vraag of vragen wil de Structuurvisie Poort van Hoorn een antwoord geven? Op de site van de gemeente staat het als volgt: ‘Hoorn koestert zijn verleden, maar soms zijn ruimtelijke ingrepen in delen van de stad noodzakelijk om de centrumfunctie van Hoorn binnen West-Friesland in de toekomst te behouden. Een stadsdeel dat als eerste voor herstructurering in aanmerking komt is het stationsgebied. In dit gebied liggen belangrijke regionale voorzieningen, zoals het Westfries Gasthuis, scholen voor voortgezet onderwijs en het knoop(p)unt van het openbaar vervoer. Het is een belangrijke entree naar de binnenstad.’ Dit is duidelijk. En onze Vereniging Oud Hoorn staat daar volledig achter. Te lang is het stationsgebied veronachtzaamd.

De volgorde van de plannen
Maar vervolgens kan de vraag worden gesteld: waarom dan niet met het stationsgebied begonnen? De site vervolgt: ‘Een belangrijk uitgangspunt voor de vernieuwingen binnen de Poort van Hoorn is de aanpak van de infrastructuur.’ Ook dat kan Oud Hoorn nog volgen. De infrastructuur is een probleem. Alle verkeer naar de binnenstad vanaf de westelijke kant van de stad – en omgekeerd de stad uit – perst zich over Het Keern, waar de spoorwegovergang dikwijls voor oponthoud zorgt. Met name het vele busverkeer dat dit punt passeert draagt bij aan het probleem. Verplaatsing van het busstation naar de noordzijde van het station is in onze ogen een eerste, en met het oog op de overlast in de krappe en kwetsbare binnenstad, noodzakelijke vereiste. Het zou wel eens kunnen zijn dat daarmee een groot deel van de geconstateerde problemen waar de Structuurvisie het antwoord op wil geven, opgelost is. Als vereniging hameren we op dit punt omdat een verkeersdeskundige onlangs toegaf dat de verkeerstoename op het kruispunt De Weel-Het Keern als gevolg van de aanleg van de Carbasiusweg en -tunnel naar de binnenstad zal toenemen. Dat verkeer zal zich een weg moeten zien te vinden in de binnenstad. Immers: wat er inkomt moet er ook weer uit. Het Ontwerp geeft daar geen duidelijke informatie over en stelt ook geen randvoorwaarden.

Het nieuwe voorportaal van de stad
Het Ontwerp toont grote verwachtingen van de ontwikkeling van de noordzijde van het station. Het noordelijk stationsgebied wordt zelfs het ‘voorportaal’ van de stad genoemd. Kies daar dan ook onomwonden in de volgorde van de projecten voor. Daarmee worden zowel het probleem van de wachttijden bij de spoorwegovergang Keern als de verkeersdruk en -hinder in de binnenstad danig verminderd. In dit licht is de reactie van het college op het stuk van de Klankbordgroep defensief en teleurstellend. (Als voorbeeld: de supermarkt staat met de rug naar het gebied, verplaatsing zou een probleem zijn, terwijl elders wordt gesteld dat het Westfries Gasthuis zijn hoofdentree op het station moet richten).
De keuze voor de Carbasiusweg en -tunnel leidt getuige de verkeersdeskundige die hiervoor is aangehaald, waar het tegendeel door de politiek wordt beweerd, tot meer verkeer in de stad, terwijl de verkeersdoor- en -afvoer niet verbetert. De tunnel en de weg worden tweebaans aangelegd. Extra opstelruimte die er nu nog is op het Keern, ontbreekt. Het busvervoer zal zich na aanleg van de tunnel, zolang het busstation niet is verplaatst, nog lang door de nieuwe sluis, de tunnel, moeten bewegen. Het standpunt om de volgorde om te keren kreeg in de Klankbordgroep ruim steun. In de raad is onlangs toegezegd dat de definitieve discussie hierover nog gevoerd gaat worden. Wij rekenen er op dat dat debat nog gevoerd gaat worden en het geen voldongen feit is dat met de tunnel begonnen wordt omdat wel al voorbereidende werkzaamheden voor de Carbasiusweg en -tunnel worden verricht en niet voor andere elementen uit het plan.
Het niet in de binnenstad noodzakelijke parkeren moet ons inziens buiten de binnenstad worden gehouden. Ook daarom is een snelle visie op de ontwikkeling van het noordelijk stationsgebied vereist. Waarom de buslijn Amsterdam-Edam-Hoorn ook bij de verplaatsing van het busstation aan de zuidkant van het station moet halteren, ontgaat ons. Zo blijft de visie op twee gedachten hinken.

Ontwerp of Voorontwerp?
Tussen haakjes: De versie die digitaal beschikbaar is gesteld wordt abusievelijk nog steeds ‘Voorontwerp’ genoemd en ook de datum van deze versie is die van het Voorontwerp. Dat is niet alleen slordig maar kan ook tot misverstanden leiden. Immers: is de Voorontwerpversie nu wel of niet aangepast en op welke punten? Heeft deze omissie juridische consequenties?
Aanleiding voor misverstand kan ook zijn dat het nu voorliggende document soms een visie geeft, een stip op de horizon posteert, terwijl in sommige tekeningen en beschrijvingen al meer gedetailleerde uitwerkingen worden gegeven.

De realiteit
De Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn is ouderwets gestructureerd volgens de methode dat aanbod vraag creëert. Het plan is weinig flexibel van opzet en structuur hoewel beoogd wordt een periode van twintig jaar te omspannen. De onduidelijkheid over welke vraag beantwoord wordt, wordt nog versterkt door het ontbreken van een financiële onderbouwing. Wat zijn de consequenties voor de overige projecten, als de tunnel, het duurste element uit het totale plan, als eerste wordt gerealiseerd, en de werkzaamheden duurder uitvallen dan geraamd? Tot nu toe is er geen zekerheid van externe medefinanciers. Blijft het busstation dan aan de zuidkant van het station, met alle onopgeloste vragen van dien? Immers, dan zullen alle busbewegingen door de Carbasisiustunnel moeten plaatsvinden.
Wat betekent het voor de inrichting van het zuidelijk stationsgebied als het busstation is verplaatst en middelen ontbreken voor de realisering van de voorgestelde upgrading van het zuidelijke stationsgebied en de aansluiting tussen Westersingel en Spoorsingel?
Wat is met zoveel onzekerheden de realiteitswaarde van de totaliteit van de Structuurvisie?

Historie en monumentaliteit dragende principes
Basis voor de Ontwerp Structuurvisie Poort van Hoorn is het historische karakter en de historische structuur van de binnenstad. In het SWOT-schema scoren historiciteit en monumentaliteit hoog als sterke elementen van de stad. De binnenstad is ‘dé onderscheidende kwaliteit van Hoorn, die gekoesterd moet worden.’ De opgenomen monumentenkaart en de plattegrond met oude historische structuren tonen de kwetsbaarheid van het gebied voor grootschalige ingrepen. Het advies van de Task Force Ruimtewinst voor een zeer intensief ruimtegebruik in het totale Poort van Hoorn-gebied wordt gelukkig voor de aan de binnenstad grenzende gebieden, met verwijzing naar het standpunt van Vereniging Oud Hoorn, terzijde gelegd. Dat is winst.
Bij de maatregelen die met name in het zuidelijk stationsgebied worden voorgestaan, vormen het ‘zichtbaar maken en beleefbaar houden van de historie van de stad’ de dragende principes onder het Ontwerp. Daarmee hebben de aandachtspunten van Oud Hoorn een plek in het Ontwerp gekregen. Nu is het tijd om de ook door Oud Hoorn gevraagde visie op het erfgoed op te stellen, zoals op pag. 19 wordt toegezegd. En dan niet als vrijblijvend document, zoals het aan het slot van dit hoofdstuk wordt geformuleerd: ‘Bij het opstellen van masterplannen verdient het aanbeveling een visie op het erfgoed te gebruiken als ‘onderlegger’ van verdere planvorming.’ Het is geen zaak die aanbeveling verdient maar noodzaak om juist dit sterke punt van onze stad te waarborgen en beschermen.
Kan worden aangegeven hoe het college hier uitvoering aan gaat geven en wanneer er aan wordt begonnen?
Voor onze vereniging speelt nog een vraag: Welke visie ligt ten grondslag aan het terugbrengen van de aansluiting tussen Spoor- en Westersingel? Historisch gezien zijn het singels met een talud, niet uitgevoerd met kademuren, zoals het in sommige tekeningen in het Ontwerp voorbij komt. Voor alle duidelijkheid Het Noorder Plantsoen en de Noorder Veemarkt behoren tot het Nederlandse erfgoed en staan niet voor niets op de lijst met Rijks monumenten. Het voorliggende plan geeft onvoldoende aan waarom deze status zou moeten worden opgegeven voor namaak.

Uitgangspunten meer in overeenstemming met actualiteit en realiteit
Het Ontwerp is meer in overeenstemming met de realiteit en de actualiteit. Er wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in economie en koopgedrag. De oorspronkelijk 12.000 m2 winkeloppervlak die men voornemens was te realiseren, is teruggebracht naar 3.000 tot 5.000 m2. Voor Oud Hoorn is dat, gegeven de huidige ontwikkelingen (webwinkels, perifere winkels en lokale leegstand), nog aanzienlijk. Maar uit deze neerwaartse bijstelling blijkt dat het college de vinger aan de pols houdt. Het binnenstadswinkelareaal mag ook niet over een te groot gebied worden uitgesmeerd. Daardoor wordt de bijzondere kwaliteit van het ‘winkelrondje’ uitgehold. Het zal toch al moeite kosten om de langzaam groeiende leegstand in de binnenstad te pareren.
Ook de overtrokken verwachtingen aan kantoorruimte zijn bijgesteld. Hoorn is niet de grote kantorenstad die het graag zou willen zijn. Vijftien tot twintig procent van de kantoorruimte in Hoorn staat leeg. Met ontwikkelingen als het nieuwe werken, is terughoudendheid geboden. Wellicht zijn er mogelijkheden in het noordelijk stationsgebied voor een aan de daar aanwezige functies zorg en onderwijs gerelateerde kantoor- en bedrijfsruimteontwikkeling.

De hoeveelheid kantoor- en winkeloppervlak mag dan ten opzichte van de eerste planaanzetten fors zijn verkleind, het bouwvolume is niet aangepast. Minder kantoren en minder winkels en een lagere woningbehoefte lijken op de te realiseren bouwvolumes geen invloed te hebben gehad.
Het Ontwerp hinkt hier op twee gedachten. Er wordt gesproken over de dynamiek van de kantorenmarkt. Wanneer daar zowel op- als neergang onder wordt verstaan, heeft het onze zegen. Maar als het toch een soort mantra is om veel kantoorruimte in de plannen te kunnen opnemen staat het haaks op de huidige en toekomstige realiteit. De vierkante meters op een toplocatie als het stationsgebied zullen bovendien duur zijn, zodat kleine, startende ondernemingen er nauwelijks een plek zullen vinden.

Communicatie
Over de communicatie met de samenleving willen we het volgende opmerken. Er is een klankbordgroep actief geweest die gesproken heeft over een planontwerp van het vorige college. Het antwoord van het college gaat uitsluitend in op die punten waarop het college een reactie wenst te geven. Gesprekken tussen college, gemeenteraad en de ingezeten hebben feitelijk nooit plaats gevonden. Ter voorbereiding van de besluitvorming in de gemeenteraad komt de verkeersdeskundige met een andere analyse dan een jaar geleden. Ook deze belangwekkende ontwikkeling m.b.t. het verkeer heeft de samenleving nooit bereikt. Uit de krant hebben wij kunnen vernemen dat het verkeer op de super rotonde bij het Missiehuis tijdens de spitsuren dreigt te verstikken en dat het college opdracht heeft gegeven om te komen met verbeteringen.

Tot slot
Voor de verplaatsing van culturele functies naar het stationsgebied (noord of zuid), waaronder de bibliotheek (op blz. 39 lijkt de keuze voor het noordelijk stationsgebied al te zijn gemaakt) dient volgens Oud Hoorn niet alleen naar het stationsgebied te worden gekeken maar ruimer. Wat zijn in dit verband de toekomst en de mogelijkheden van de Noorderkerk? Met rijksgeld vindt momenteel een haalbaarheidsonderzoek naar mogelijke andere functies voor de Noorderkerk plaats. Het aantal alternatieven voor dergelijke monumentale gebouwen is niet groot. Als de belangrijkste alternatieve gebruiksmogelijkheden voor deze kerk, zoals de bibliotheek, al op voorhand in het stationsgebied zijn vergeven, komt de toekomst van het oudste monument van onze stad onder druk te staan.
We hebben ons verbaasd over de introductie van een sportboulevard in het Ontwerp. Eerder is daar nooit sprake van geweest en onduidelijk is wat de betekenis daarvan zal worden.
De huidige busgarage naast het station vormt een mooie overgang tussen het station (rijksmonument) en de stad. Gezien de kleinere vraag naar nieuwe stedelijke meters verdient het aanbeveling om de garage, zolang er geen serieus alternatief voor deze plek is, in zijn huidige verschijningsvorm te handhaven.
Tot slot wordt het vraagstuk van de samenvoeging van panden in de binnenstad in de reactie op de Klankbordgroep genoemd. Ook al ervaart het college de bemoeienis van de raad inzake de samenvoegingen als lastig, Oud Hoorn is ingenomen met de kritische opstelling van de raad. Te gemakkelijk glijdt het huidige ja-mits – het was eerder neen, tenzij – af naar een vrijbrief voor samenvoegen. Het is goed hierbij op te merken dat Oud Hoorn niet mordicus tegen elke samenvoeging is, zoals vaak wordt gesuggereerd. Maar met panden met monumentale waarde of in beschermd stadsgezicht moeten we zorgvuldig omgaan. Juist die panden en gevels bepalen de meerwaarde van Hoorns binnenstad.


Vereniging Oud Hoorn
8 november 2012

 

  Terug naar Brieven bestuur