Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

De ontwikkeling van de vrijheid en de stedelijke jurisdictie van Hoorn (3/25)

Voor het zuiden hebben wij als oudste getuige de tol rol van Damme van 1252. R. Häpke verhaalt aan de hand hiervan: In de Friese gebieden treden de steden volledig op de achtergrond en de Friezen, die zich veelvuldig aan het Zwin laten zien, zijn plattelandsbewoners. Hun werd Damme aan het Zwin als marktplaats aangewezen, waar zij te samen met de Denen hun paarden en ossen te koop aanboden 1). En dat wij onder deze Friezen ook Westfriezen hebben te verstaan, mogen wij opmaken uit het feit, dat Floris V in 1282 een bode zond naar Brugge met een brief, waarin hij melding maakt van zijn overwinning op de Friezen te Hoogwoud. Ook in de tolvrijheid, welke hij na de onderwerping aan de Westfriezen toestond, zien wij een bewijs voor hun handelsverkeer in zuidelijke richting.

Een passage uit het zeggen van Jacob, bisschop van Suden, van 1319 levert het bewijs voor de vaart om de noord. Hierin wordt verhaald van een twist tussen heer Doede van Herck, de priester, en Tembela over enige koeien, welke hij haar had ontvoerd naar "Oesterland" 2). Enkele jaren later wordt een inwoner van Bovenkarspel beboet, omdat hij de tol had ontdoken voor zestig varkens, welke hij met een Oosterling uit Oostland had ingevoerd 3). In deze handel heeft Enkhuizen, gelegen aan de neus van West-Friesland, zijn aandeel gehad, maar niet minder Hoorn met zijn voor die dagen goede ankerplaats in een kil, die het zuidelijk einde vormde van de Gouw. Zij was beschut gelegen aan het Hoornse Hop en had gunstige verbindingen met het hart van West-Friesland: te water langs Gouw, Wijzend en Rijsdam, te land via Keern en Rijsdam. Het Stadsboek van Wisman, dat gesteld wordt op 1250-1272, vermeldt, dat enkele kooplieden uit Muiden acht last koren moesten betalen. Onder de borgen voor de correcte nakoming van deze verplichting wordt een zekere Nicolaus de Horne genoemd 4). Als deze koopman te Hoorn woonde, blijkt daaruit dat er reeds in het midden van de dertiende eeuw Hoornse schepen naar Oostland voeren en dat zijn kooplieden daar een goede reputatie genoten. Minder gesticht over Hoorn zal Martin Hontin uit Brugge geweest zijn, aangezien hij "bi Hornicwed an West Friesland bin des graven lande van Hollant" was gevangen genomen.

1) R. Häpke, Brügges Entwicklung zum mittelalterlichen Weltmarkt. Berlijn 1908. p.78.
2) F. v. Mieris, Groot Charterboek der Graven van Holland en Zeeland en Heren van Vriesland. II, Leiden 1754. p.213.
3) H. G. Hamaker, De rekeningen en grafelijkheid van Holland onder het Henegouwsche Huis. II, p.272 en 290.
4) P. Koster, a.w. p. 4, n.