Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

De ontwikkeling van de vrijheid en de stedelijke jurisdictie van Hoorn (13/25)

Op 7 juli 1356 tekende de grafelijke rentmeester Dirk van Theyen in zijn kasboek aan: "Ontfaen van die van Hoirne om die vryhede, die si ieghes minen here coften om XV c scilde ende L scilde tot enen zadel minen here selve" 1). Diezelfde dag vaardigde de graaf een oorkonde uit, waarin Hoorn reeds stad wordt genoemd en de ingezetenen poorters. Hij legde daarin vast, dat hij van een ter dood veroordeelde poorter niet meer mocht nemen dan de helft van zijn bezittingen. Vervolgens schold hij de stad kwijt alle doodslag, roof, brandstichting, schaking, berechting, gevangenisstraf, afbraak van huizen en vesten, gepleegd of opgelegd in de oorlog die tussen heer Willem en zijn moeder was gevoerd. Tenslotte bepaalde hij, dat indien een handvest was verloren gegaan, de stad een nieuw exemplaar zou kunnen krijgen zonder dat zij dit behoefde te kopen. Dit laatste ziet meer op de toekomst dan op het verleden. Het was dan ook geen speciaal Hoorns voorrecht, want op diezelfde dag kreeg Enkhuizen, dat toen al in het bezit was van zijn privilegie, een gelijk handvest 2).

Het uitschrijven van het charter met de volledige tekst van het poortrecht duurde nog tot 26 maart 1357 3). Van Haarlem, waar het stuk in ontvangst was genomen, reisden de afgevaardigden van Hoorn naar de abdij van Egmond, waar zij het aan abt Hugo van Assendelft voorlegden. Deze verklaarde in een gezegelde oorkonde van 29 maart 1357 dat hij het stuk had gezien 4). Hiermede was het ieit, dat Hoorn het heerlijk dokument werkelijk had ontvangen, officieel vastgelegd.

In het handvest worden de grenzen van de vrijheid als volgt aangegeven:

Naar het oosten: 25 roe buiten de uiterste huizen;
Naar het zuiden: de zee;
Naar het westen: voor zover als dat bolwerk gaat;
Naar het noorden: 25 roe buiten de uiterste huizen;
Ende voert van de Kerckgraft omgaende 25 roe 5).

Het zou ons wat waard geweest zijn, als 's graven klerk het officiële charter had verlucht met een situatietekening, aangezien de omschrijving ons niet meer aanspreekt. Daarom, wanneer wij ons niettemin aan enige lokalisering wagen, doen wij dat met een zekere schroom.

1) DeR Haag, Algem. R.A., Grafelijkheidsrekenkamer. Inv.nr. 15, p. 11.
2) Hoorn St. Arch. Inv. Gonnet. R.nr. 16; Den Haag, Algem. R.A., Leen- en Registerkamer van Holland. Inv.nr 25. fol. 43v.
3) Den Haag, Algem. R.A., Leen- en Registerkamer van Holland. Inv.nr. 25. fol. 40.
4) Hoorn. St. Arch. Inv. Gonnet, R.nr. 20.
5) P. Koster. a.w. p. 6. is van mening. dat 25 roe gelijk is aan 250m. Wij hebben echter de indruk, dat hier de roe als lengtemaat is bedoeld. Deze was ongeveer 3.75 m.