Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

De ontwikkeling van de vrijheid en de stedelijke jurisdictie van Hoorn (18/25)

Van dit laatste recht heeft Hoorn niet volledig gebruik gemaakt, in zoverre, dat het, toen het omstreeks 1426 zijn vrijheid voor het eerst omwalde, zijn verdedigingswerken niet uitstrekte tot de ban van Zwaag, maar volstond met de lengte van het Kleine Noord bij een breedte van ongeveer vierhonderd meter. Dit gedeelte stak toch al als een moeilijk verdedigbare stompe punt, een inwijk zou Velius zeggen 1), uit in de overigens van de Oosterpoort naar het noordwesten lopende boogvormige gebiedsafronding. Deze eigenaardige situatie bleef bestaan tot 1508. Onder dreiging van een aanval van de Geldersen besloot de raad der stad eendrachtig de stad uit te leggen en te versterken. Zodra het werkbaar weer was, begon men de grachten te verbreden en de wallen te versterken van de zee tot aan Gerritsland. Vandaar werd een nieuwe wal, een goed stuk buiten de oude, opgetrokken. Door aansluiting van deze aan de noordpunt van de eerste uitleg werd de sierlijke ronding van de boog weer hersteld. Dit werk werd uitgevoerd mede met mankrachten van alle dorpen rond Hoorn. Velius tekent hierbij aan: "hoewel sy uyt liefden wrochten / soo werd yder man een halve-stuyver daeghs gegeven / tot een vereering van des stads wegen / en was dit in desen tyt vry een redelyke mildheid"; hetgeen wij zullen aannemen op gezag van de schrijver!

Voor deze uitleg was geen toestemming meer gevraagd aan de landsheer. De stedelijke vrijheid, voorheen strak afgebakend in perkamenten, werd thans gemarkeerd door wallen, bolwerken, muren, torens en poorten. Een beeld hiervan en van de situatie na de uitleg van 1508 geeft de hierbij gereproduceerde kaart van Jacob van Deventer.

Hoorn ± 1550 door Jacob van Deventer

Hoorn ± 1550 door Jacob van Deventer

Afgezien van detailwerk aan de verdedigingswerken en de verbetering van bestaande en aanleg van nieuwe havens - een beschrijving hiervan doet hier niet ter zake - werd de stad nog eenmaal uitgelegd, en wel in 1576. Dit geschiedde over de lengte van het Kleine Oost in de zuidoost hoek. Het gedeelte wigde naar het noorden uit tot aan de Pakhuisstraat. Hiermede bereikte het gebied, binnen hetwelk het poortrecht van Hoorn feitelijk gold, zijn grootste omvang.

Wij schrijven niet zonder reden "feitelijk", want in de loop der jaren zijn door de heren van West-Friesland een aantal handvesten uitgevaardigd, waarbij aan meerdere dorpen, hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie het poortrecht van Hoorn werd verleend. Wij hebben hier op het oog: Zwaag, de Veenhoop en Wognum c.a. Dat deze niet in werkelijkheid het poortrecht van Hoorn hebben genoten, zal iedereen, die ons gewest kent, terstond aanvoelen. Wij menen dan ook beter te kunnen zeggen, dat zij onder de stedelijke jurisdictie van Hoorn werden geplaatst.

1) Velius. a.w., p. 174 (zie bijgaande kaart van Akerlaken).