Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Pieter Jansz. Liorne en de Nederlandse Scheepsbouw (2)

Aan het gebruik van een klein vaartuig waren veel voordelen verbonden. Het had minder diepgang dan de grote schepen, wat bij lossen en laden groot gemak aanbood, daar dit dikwijls aan de kade zelf kon geschieden.
Ook eiste de bediening van het handzame "smakzeil", waarmee de boeier toegerust was, naar verhouding veel minder volk dan de kolossale en onhandelbare "razeilen" der toenmalige grote koopvaarders. Door deze zelfde eigenschappen onderscheidde zich ook een nieuw type van smakzeil voerend klein spiegelschip, de "boot", dat in de zeventiger jaren der 16e eeuw hier in zwang kwam en nòg groter opgang maakte dan de boeier.
De "vlieboots", zoals zij veelal genoemd werden, maakten zich in korte tijd grotendeels van ons zeeverkeer meester. Ook in de oorlog te water tegen de Spanjaard traden de "smakzeilen" aan onze kant overal sterk op de voorgrond.

Nog groter werd de betekenis van het kleine scheepstype voor onze nationale defensie door de verovering van Duinkerken door Parma in 1583.
Van deze haven uit opende de Spaanse veldheer onmiddellijk de kaapvaart op onze koopvaardij. Hij rustte tot de kaperkrijg vlieboots uit, van hetzelfde type als algemeen te onzent voor de vrachtvaart gebezigd werd.
Deze kleine bodems, van 35 tot 90 last, die, als koopvaarders vermomd en onze eigen vlag voerende, de onzen vaak onverhoeds wisten te overvallen, brachten ons weldra onnoemelijke schade toe.
Aan deze staat van zaken moest ook onze marine zich op den duur wel aanpassen. Nog in januari 1584 had de Prins in de Staten verklaard, dat wij "voor soo veel als den krijghshandel ter zee beroert", een tiental "goede schepen", waaronder 6 van 60 à 100 last en 4 van 150 à 200 last, van node hadden. In het vervolg werden deze grote schepen echter door veel kleinere vlieboots vervangen, om de Duinkerker scheepsmacht door het aanwenden van dezelfde listen op haar eigen wijze te verschalken.

Een vloot van kleinmodel "boots", die als het ware angstvallig hun oorlogsbestemming en gevechtswaarde verborgen hielden, mocht voor onze handelsstand voldoende zijn, om diens schepen en goederen op zee tegen kapers en zeerovers te beschermen. Maar de tot steeds hoger aanzien rijzende Republiek der Verenigde Nederlanden kon op den duur met zulk een primitief apparaat niet volstaan.