Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Pieter Jansz. Liorne en de Nederlandse Scheepsbouw (13)

Jan Willems trok niet, zoals sommige andere oudsten, van stad tot stad, maar beperkte zijn arbeid tot de Hoornse gemeente. Verscheidene malen heeft Jan Willems gepoogd, de verschillende partijen binnen de Doopsgezinden met elkaar te verbroederen, zonder dat dit hem mocht gelukken. Toch werden door zijn invloed nieuwe onenigheden, althans onder de Friezen, voorkomen. Nauwelijks was hij in 1588 gestorven, of terstond bleek dit aan een hevige twist in hun midden, waarvan de scheuring tussen Oude en Nieuwe (of Jonge) Friezen 't gevolg was (1589).

Pieter Jansz. komt ook voor onder de naam Pieter Jansz. Vael in Lioren. De naam Vael houdt misschien verband met de stemmige kleur van zijn gewaad, waaraan hij, gelijk de meeste Doopsgezinden in die tijd, de voorkeur zal hebben gegeven.
Tussen 1597 en 1611 was hij zes maal schepen, terwijl hij in 1599 lid van de Vroedschap werd.

In 1612 en 1613 was Liorne raad ter Admiraliteit te Hoorn en zijn overgang tot de Gereformeerde Kerk hangt hier misschien wel mee samen. De 12e juni 1612 is hij namelijk in de Gereformeerde Kerk gedoopt, "out wesende vijftigh jaer woonende in Lyoren op Phenidsen". Het was n.l. aan niet-lidmaten van de publieke, Gereformeerde, Kerk, verboden overheidsambten te bekleden en in deze tijd van voortdurende twisten in de kerk, zal men er misschien strakker de hand aan zijn gaan houden; Liorne had immers als Doopsgezinde ook eigenlijk al geen schepen of vroedschap kunnen zijn.
In 1614, 1615 en 1618 was Liorne burgemeester en daar hij tot de remonstrantsgezinde partij behoorde, werd hij.in laatstgenoemd jaar door Maurits geremoveerd. Toen daarna de Remonstranten het zeer moeilijk kregen, gaf hij ze waarschijnlijk gelegenheid, in een pakhuis, dat hem toebehoorde, geïmproviseerde kerkdiensten te houden. Liorne is ook bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie ter Kamer Hoorn geweest.

Dat Liorne niet alleen de bevordering van onze scheepsbouw, maar ook die van de stuurmanskunst voorstond, toonde hij, door voor de Amsterdamse libertijn en "schoolmeester der grooter zeevaert" Robbert Robbertsz. le Canu, nadat deze in 1610 met zijn gezin uit Amsterdam had moeten uitwijken, in Hoorn een huis te laten bouwen. Misschien speelt hierbij ook een zekere overeenkomst in godsdienstige gezindheid een rol, want Robbert Robbertsz. behoorde oorspronkelijk tot de Doopsgezinden; hij achtte zich zelve echter te hoog, dan dat hij zweren wilde bij de woorden van welke meester ook.