Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Het Patriottisme in Hoorn in de jaren 1786 en 1787 (10)

In de attestatie van Willem Nicolaas Crap Hellingman, vaandrig van een der burgercompagnieën, uitgebracht aan dezelfde Alkmaarse notaris, kan men lezen, dat in de bovenstaande relletjes het reeds eerder vermelde Oranjecorps betrokken was. Tevens vertelt Hellingman, hoe de arrestatie van ene Jan Baptist, een metselaarsknecht, in het werk was gegaan. Deze Baptist trof men met het geweer in de hand aan, op 't moment dat hij op leden van de burgercompagnie van de kapitein Binkhorst aanlegde. Bedoelde compagnie dekte, op last van burgemeesteren, 't huis van Meijer. 't Geweer, dat men Baptist afnam, bleek geladen, terwijl ook te zien was dat 't kort te voren was afgeschoten geweest. 't Vuurgevecht tussen de bewakers van Meijer's huis en de leden van het Oranjecorps kostte een timmermansbaas uit 't Achterom, Willem Lindeman, 't leven. Hij werd zwaar gekwetst in zijn linkerbeen, kreeg koorts en stierf na vier weken, nalatend vrouw en vijf kleine kinderen. Lindeman behoorde tot de patriottenpartij.

Op deze geweldadigheden reageerden burgemeesteren door 't zenden van 'n deputatie naar 't huis van Meijer, bestaande uit de stadsbode Juriaan Spaarkogel met twee officieren en twee schutters. Op 't Noord aangekomen posteerde men zich voor 't bedreigde huis en las Juriaan bij 't licht van flambouwen een proclamatie van de stedelijke overheid voor.
Hierin werd iedereen aangemaand rustig naar huis te gaan en eventuele klachten over Meijer donderdagochtend om 10 uur aan burgemeesteren te komen vertellen. Niettemin duurden de schermutselingen nog zeker tot half elf voort. Zelfs de poortsluiters, die hun dagelijkse werk moesten verrichten, werden beschoten. Bang geworden, vluchtten deze mensen met achterlating van hun sleutels. Gelukkig vielen deze in de vertrouwde handen van enige schutters. Toen 's nachts om twee uur de kapitein Jan van Stralen met zijn compagnie eindelijk na veel verzoeken ter assistentie verscheen om de uren lang bedreigde mensen van de kapiteins Binkhorst en Boon te helpen, was 't niet meer nodig. De wachten konden inrukken. Slechts een groep van twaalf schutters bleef in 't huis van Meijer achter. Ondanks deze hulp achtte de genootschapsbode 't toch maar wijzer de volgende dag, zoals reeds vermeld, de vlucht te nemen "agter over deszelvs schutting". Een bewogen dag in Hoorn's geschiedenis was ten einde.

Maar ook de nieuwe dag, donderdag 15 maart, bleef 't niet rustig. 's Morgens om 'n uur of tien trok een menigte van wel 1200 mensen, waaronder veel bijltjes, vissers en schippers uit 't pakhuis achter de Vest, waar 't Oranjecorps exerceerde, naar 't stadhuis. Gelukkig waren ze ongewapend.