Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn in 1851 (3/5)

(bij het in werking treden van de Gemeentewet)


Een nieuwe aanpak

Welke gewichtige problemen kreeg de nieuwe raad nu op te lossen? Wie daarop een antwoord verwacht bij de installatie van de nieuwe raad, wordt teleurgesteld. Maar bedenken wij dan wel, dat van een nieuwe raad, zoals we gezien hebben, nauwelijks sprake was; de leden wisten dus wel welke vraagstukken zich voordeden en de voorzitter behoefde daarvan ook geen opsomming te geven.
De financiën waren gesaneerd door aflossing van schulden, door 'afschaffing van minder noodzakelijke ambten' en 'door inkrimping op andere objecten van uitgaaf' zodat, aldus de heer Van Akerlaken, 'de oude raad alleen wegens deze verbetering van den financiëlen toestand, al waren er zoo vele andere verbeteringen niet tot stand gekomen, steeds een eervolle vermelding moet ten deele vallen wanneer eenmaal de geschiedenis dezer stad weder zal worden vervolgd' en daarmede was dan de poort van de hemel voor de oude raad geopend.

De Koepoort (veldzijde) circa 1870. (Afbeelding bladzijde 140)
De Koepoort (veldzijde) circa 1870.

De toestand van de Buitenhaven is gebrekkig, aldus gaat de voorzitter verder, hoewel voor de verbetering veel is uitgegeven. 'Aan de landzijde is de stad geheel afgesloten en van alle communicatie met het Binnenland en het Noordhollandsche kanaal verstoken'. 'Kostbare overtoomen verschaffen slechts den toegang aan kleine open vaartuigen, waarbij dan nog lastige en kostbare lossing en wederinlading noodig is'. Over de verbindingen te land wordt niet gesproken, hoewel die er zeker geweest zijn. Er waren beurtschepen en volksschuiten en dilligencediensten. In 1853 komt een stoombootverbinding met Amsterdam tot stand. De stadsriolen vorderen dringend voorziening, temeer waar de 'paardemolen tot zuivering daargesteld' (vermoedelijk stond deze aan het eind van het Achterom) wegens algeheel verval moest worden afgebroken. Inderdaad is het dat gemeentebestuur van toen gelukt een begin te maken met de verbetering der riolering. Dat waren dan de punten, waarvoor de aandacht van de raad werd gevraagd.
Gaat men de raadsnotulen verder raadplegen - en dan doe ik maar hier en daar een greep - dan zien wij, dat reeds onder de oude raad was besloten tot het 'herstellen en in orde brengen der Schilderstukken' en wel voor een bedrag van ƒ 1758,-. Het schilderijen-bezit van de gemeente had toentertijd een plaats gevonden in het stadhuis; dus ook de stukken die nu in het Westfries Museum zijn opgesteld.

Een ander punt, waarvoor de raad zich gesteld zag, was de afschaffing der poortgelden. Immers de nieuwe gemeentewet bepaalde, dat in geen gemeente poortgelden en recognitiën mochten worden geheven wegens uitoefening of aanvaarding van bedrijven en bedieningen. Hiertoe werd besloten in de raad van 21 oktober 1851 en wel met ingang van 1 januari 1852, maar wel werd een commissie benoemd om met burgemeester en wethouderen te onderzoeken of de poorten des nachts gesloten dienden te blijven. Deze commissie kwam tot de conclusie ze wel te sluiten 'zoowel in het belang der policie voor de veiligheid der ingezetenen als ter voorkooming van sluikeri)' en 'omdat de surveillance gedurende dien tijd veel minder kostbaar zal zijn'. Met algemene stemmen wordt in de vergadering van 2 december 1851 besloten conform het voorstel van de commissie. Inmiddels was in 1850 de Noorderpoort reeds gesloopt en vervangen door een brug met twee wachthuizen; de toegang tot de stad werd door deze sloping 'zoo te reed als te dreef' vergemakkelijkt, verbeterd en verfraaid (?). Men diende zich voorts te beraden over de toestand bij de 'tusschenscholen': scholen voor kinderen van onvermogende, niet bedeelde ouders. Het hoofd van de school was van oordeel, dat twee onderwijzers voor 250 leerlingen te weinig was. De raad kon zich dit indenken en besloot op de begroting een post van ƒ 250,- uit te trekken voor de aanstelling van een 'ondermeester'.
De vereniging tot oprichting van een handboogschutterij verzocht de raad een bijdrage voor de aanleg van de schietbaan. Hierop wordt afwijzend beschikt, want zo'n schietbaan is alleen van belang voor de leden en men zou de deur maar open stellen voor meerdere dergelijke verzoeken, omdat 'reeds bij vroegere raadsbesluiten een verzoek om subsidie tot het oprigten een er zwemschool en van het zanggezelschap 'Euterpe' en wat meer zegt van de zoo nuttige inrigting der Bibliotheek van de afdeeling van 't Nut van het Algemeen alhier is gewezen van de hand'.