Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Uit het leven van een zestigjarige (3/9)

De ruzie om mevrouw Kraus
Een ander spannend incident doet zich voor bij het al of niet engageren van de zangeres mevr. Kraus-Adema.
Aan de orde was een aanbod van de impressario Kraus om bovengenoemde zangeres tegen gereduceerde prijs op te laten treden. De meeste bestuursleden vonden een luchtje aan dit voorstel omdat zij het beschouwden als 'unfaire concurrentie' ten opzichte van het ophanden zijnde concert van Ilona Durigo.
Kerkmeyer treedt op als verdediger van de heer Kraus, die hij kent als een gentleman.
Pos schrijft: "De voorzitter pleit wat hij kan, bijna tot kwaad wordens toe: doch het baat niet, de vergadering tot andere inzichten te brengen. Het O.M., waargenomen door den heer Brouwer, eischt verwerping van eenige waardeering" en zo vervolgens.
Maar op de stormachtige en langdurige vergadering van 28 april 1921 komt Kerkmeyer terug. De slimme vos stelt dan voor om mevrouw Kraus te laten optreden samen met enkele anderen.
Brouwer heeft de bewuste dame horen zingen maar haar zang staat hem niet aan.
"Dat komt omdat ze net ziek geweest is", zegt Kerkmeyer en dringt op een engagement aan.
Maar dan ontploft Pos! "Verontwaardigd vraagt hij waarom de voorzitter voor de zooveelste maal dit engagement forceren wil, ondanks de telkens naar voren gebrachte bezwaren der vergadering. Spreker heeft ook eens het voorrecht genoten de vergadering een candidaat voor te leggen, doch toen deze in het belang der vereniging teruggewezen werd, begreep spreker, dat hij zich daarbij moest neerleggen, en heeft zijn candidaat netjes voor goed opgepakt. Spreker vertrouwt, dat de voorzitter zijn candidaat thans ook voor goed zal opbergen."
Waar Kerkmeyer zijn candidaat heeft opgeborgen, worden we niet gewaar; feit is dat we mevr. Kraus, in de notulen althans, niet meer tegen komen.

Mensen en taken
Het is opvallend dat de namen van de mensen die een actieve rol hebben gespeeld in het bestaan van de concertvereniging vaak ook voorkomen in andere sectoren van het culturele leven.
Kerkmeyer was daarvan een voorbeeld.
Kerkmeyers opvolgers: Pette (1947-1953) en Scholten (1953-1975) hadden een rijk geschakeerde belangstelling op de terreinen van de geest. Maar het kon niet bij belangstelling alleen blijven. Wat déden die mensen nu in zo'n bestuur?
Wel, de hoofdmoot bestond natuurlijk uit het samenstellen van de concertagenda's.
Met elkaar werd overlegd wie geëngageerd zou kunnen worden, zij het dat wat dat betreft de echte 'bestuurders' zich al gauw oriënteerden naar wat de 'vakmensen' voorstelden.
In die laatste rol zien we mevrouw Bent, later mevrouw Van Ray en nog later de huidige secretaris dhr. R. Blok uit de notulen naar voren komen. Men maakte ook gebruik van de diensten van impressario's. Vooral het bureau van Johan Koning heeft veel bijgedragen tot een goed programma, zoals we verder zullen zien. In de laatste jaren wordt bijna uitsluitend gebruik gemaakt van de diensten van het Nederlands Impresariaat, een door C.R.M. gesubsidiëerde semi-overheidsinstelling.
Naast het vaststellen van de programma's moest ook nog een aantal wat huiselijker dingen worden geregeld.
Zo zien we dat het bestuur steeds zorgde voor "aankleding van het podium", d.w.z. de 'huur-palmen' van Verëll werden geplaatst, een acoustiek-verbeterend achterdoek opgehangen, bloemen voor de artisten verzorgd, plaatsbespreking geregeld en zo meer.
Zelfs werd het tot een bestuurstaak gerekend om de artisten van de trein te halen en, als ze niet meer naar huis terug konden keren, om hen te herbergen.
De zorg voor de uitvoerenden ging zelfs zo ver dat in de notulen van 30 maart 1921 staat vermeld dat mevr. Schottee de Vries er persoonlijk op zal toezien dat Ilona Durigo 'Een warme kruik' in haar bed zal krijgen en dat bovendien haar kamer goed verwarmd is!
Nu, zo ver gaat het bestuur vandaag de dag niet meer, maar toch worden steeds de artisten door de voorzitter persoonlijk van koffie voorzien, terwijl het gehele bestuur actief is bij het ophangen (en vervaardigen) van de rec1amebiljetten, de kaartverkoop en de controle. Plaatsbespreken is er nu niet meer bij, maar dat was vroeger in de oude Parkzaal als er zo'n vijf- à zeshonderd belangstellenden waren, bitter nodig i.v.m. de minder goede acoustiek achter in de zaal.
Een bevredigend systeem is nooit gevonden, getuige de steeds weer terugkerende klachten van mensen die zich te kort gedaan voelden en dat b.v. middels krantenverslagen kenbaar maakten. Maar ook het bestuur had constant zorgen over dit onderwerp, niet in het minst toen het te maken kreeg met een lastpak van een commissaris van politie die op een zodanige plaats wilde zitten dat, als hij onverhoopt eens weggeroepen zou worden, hij dit dan spoedig en zonder veel aandacht te trekken zou kunnen doen.
Een voortdurende zorg van het bestuur gedurende het gehele bestaan van de vereniging is het verkrijgen van een zo goed mogelijke accomodatie geweest.
Met name op het hoofdstuk van de acoustiek heeft daar nogal eens wat aan ontbroken.
Reeds in 1920 opperde het bestuur een plan om een soort klank-kamer op het toneel van de grote Parkzaal te laten zetten, dan wel een speciaal doek op te hangen. In 1922 is er nog niets verbeterd, maar later wordt bij S. I. de Vries een doek gekocht dat achter het podium wordt gehangen.
In 1950 wordt een metalen achterwand gehuurd die een hele verbetering geeft.

Afbraak van de oude Parkzaal; sic transit, gloria mundi
Afbraak van de oude Parkzaal; sic transit, gloria mundi