Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoornse boedels uit periode 1785-1800 (3/3)

3. Huisraad

Opmerkelijk is het grote aantal voorwerpen dat we bij alle belastingklassen tegenkomen: potten, pannen, trekpotten, koffiekannen, vorken, lepels, zowel van tin als metaal (waarschijnlijk ijzer), theeblaadjes, theegoed (serviezen), glazen, tabakskomforen, kandelaars, stoffers en bezems. Er bevinden zich voorwerpen onder die wel een zekere luxe vertegenwoordigen, zoals theeblaadjes en tabakskomforen. In alle klassen zijn toevallige voorwerpen aanwezig, waarvan we dus helaas niet kunnen nagaan in hoeverre ze voor een laat achttiende eeuwse huishouding typerend waren. Snel en Scheffers bezaten een slaemmer, wat wijst op de consumptie van deze groente. Scheffers had uiteraard veel koperwerk: o.a. een kachel met koperen pijp, een muurtje en een krans. Wat met de twee laatsten bedoeld wordt is vooralsnog onduidelijk. In zijn huis ook nog een gattepatiel (aardewerk vergiet). Vooral bij Baken kwamen we nogal wat ongebruikelijke zaken tegen als een steekbekking (ondersteek), een waterglas (om te urineren), een vogelkouwtje (kooitje), schoolbord (houten schooltas) en een pennezak. Waardenburg had buiten het gebruikelijke goed enkele luxe zaken als een kastje met verlakt goed (Japans?), glazen bokalen, een theekist je en een theevlootje (ovaal kistje).

Koperen tabakscomfoir. Koperen tabakscomfoir. In de meeste boedels aanwezig. Verzameling Westfries Museum. (Foto: Cees de Croon)

Conclusie: het huisraad leent zich niet zonder meer voor het trekken van een grens tussen arm en rijk. Daarvoor moeten we letten op de aanwezigheid van Delfts aardewerk. Dat is bij De Jongh zeer divers: naast de gewone borden en schotels, trekpotten, saucietjes (kleine juskommen), stroopkan, oliekannetje. Bij Scheffers en Baken overweegt het normale goed: de eerste heeft 38 borden, de tweede bezit er 53. Bij Waardenburg komt alleen nog een beperkt aantal borden voor. Hier is het Delfts klaarblijkelijk vervangen door porselein.
Tin daarentegen, waarvan wel eens wordt verondersteld dat het een goedkopere vervanging van zilver zou zijn, is bij alle klassen in gebruik en bij de meer welgestelden in een uitgebreider assortiment. Een uitzondering vormt Scheffers, maar deze bezat veel koperwerk. Tinnen lepels ontbreken alleen bij Scheffers en Waardenburg, de laatste had echter als enige sauskommen, verschillende soorten kannetjes, schenkketels en asjetten (grote borden). Inktkokers waren te vinden bij De Jongh en Waardenburg.

4. Huishoudtextiel

Dit wordt bij Snel niet genoemd. Verder vinden we overal servetten, tafellakens, bij de drie rijksten schoorsteenkleden. Opmerkelijk is in de lagere milieus het geringe aantal handdoeken, bij De Jongh 6 tegen 10 servetten en bij Waardenburg 30 tegen 32.

5. Bed en toebehoren

We mogen ervan uitgaan dat uitsluitend in bedsteden werd geslapen. De basisuitrusting is hierbij overal aanwezig: bed, peul (peluw), kussens, katoenen en wollen dekens, behangsel of bedgordijnen en valletje. Alleen in de rijkere klassen neemt het aantal toe.

6. Kleding voor de man12

Ik heb me beperkt tot mannenkleding omdat vrouwenkleding onvoldoende wordt genoemd. Bij Scheffers en Waardenburg helemaal niet, bij De Jongh weinig. Opvallend zijn een corchet en een hoepelrok bij Snel. Bijna overal worden voor de man genoemd boven- en onderhemden, halfhemden, kousen, camizolen, plooimouwen, stroppen (dassen) en hoeden. Bij Snel bovendien leren broeken, waarschijnlijk van haar vader. Scheffers heeft baaitjes, Baken 2 regenkleden, 1 japon, De Jongh onder meer 1 soubise, 3 pruiken, 2 gezondheden en 5 dassen, Waardenburg 16 dassen, 7 rokken met bijbehorende camizolen en 1 levant (een soort jas).
Conclusie: de kleding van de rijkere heren was uitgebreider en meer gevarieerd.

7. Zilver

Bij Snel en Scheffers is, afgezien van een paar gespen en knoopjes, geen zilver aanwezig. Bij Baken is zoveel zilver, dat het door de zilversmid Tuynman werd getaxeerd die hiervoor een rekening van 7 gulden indiende. De beide hoogste getaxeerden hebben een redelijke hoeveelheid zilver, hoewel Waardenburg minder dan we zouden verwachten. Het meest verbreid is tafelzilver als trekpotten, lepels, vorken, messen, terwijl Baken een gouden kapstel met toebehoren bezit en De Jongh een zilveren dito. De aanwezige hoeveelheid zilver lijkt ook bepaald te zijn door persoonlijke voorkeur.

8. Porselein

Opmerkelijk is de grote hoeveelheid porselein. De enorme aanvoer via de V.O.C. maakte waarschijnlijk de aanschaf voor alle milieus tot een normale zaak. Zelfs Snel had 1 dozijn kopjes en schoteltjes, bij de anderen lag het aantal tussen 3 dozijn bij De Jongh tot ca. 14 dozijn bij Baken. Overal vinden we kaststellen, vaak stelletjes van vijven. Behalve het aantal stijgt naar boven toe ook de diversiteit van de voorwerpen en voorts de soortenrijkdom van het porselein. Dus meer Japans en bijvoorbeeld “bruin„ (steengoed of het z.g. café au lait). De grote aantallen duiden er ook op, dat voor alle standen porselein een vorm van statussymbool was.

9. Boeken, schilderijen en voorwerpen voor ontspanning

Alleen Scheffers heeft geen schilderijen en alleen bij Baken worden geen boeken genoemd. Bij de andere gereformeerden zijn steeds kerkboeken aanwezig. Opvallend zijn de Bijbel en het Testament bij de katholieke Scheffers. De Jongh en Waardenburg bezitten de meeste boeken, respectievelijk 26 en 66. Als voorwerpen voor ontspanning kunnen gelden een domineesspel bij Scheffers, een damspel bij De Jongh en 2 speeltafeltjes bij Waardenburg.

Koperen schuimspaan, zoals genoemd in de boedel van Scheffers.
Koperen schuimspaan, zoals genoemd in de boedel van Scheffers. Verzameling Westfries Museum. (Foto: Cees de Kroon)

10. Voorwerpen voor beroep of bedrijf

Dit zijn heel opvallend timmermans- en schoenmakers gereedschap bij Snel, voorts een winkelvoorraad koperen voorwerpen en koperslagersgereedschap bij Scheffers en een volledige smederij met gereedschap en voorraden ijzer bij Baken. Bij Waardenburg wordt een vertrek aangeduid als de bottelarij, in de boedel bevinden zich 12 oxhoofden (à 230 liter) wijn, 1600 lege flessen, kannen, trechters en een bierboom (juk voor het dragen van biervaten).

Conclusie

Zoals reeds gezegd kan deze alleen worden gegeven onder voorbehoud. Bij grotere welstand wordt veel geld belegd in (voornamelijk) obligaties, d.w.z. overheidsschulden. Een deel wordt uitgegeven aan luxe voorwerpen en meubilair.
Schilderijen behoren tot de normale woninginrichting. Waardenburg springt wat dit laatste betreft boven de anderen uit. Porselein was gedeeltelijk statusobject, zilver ook, maar dan als persoonlijke voorkeur. Tin werd nog algemeen gebruikt.

12) Zie voor nadere uitleg over textiel en kleding het artikel van Wester.