Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Inrichting van Hoornse woonhuizen eind 18e eeuw (3/3)

Verlichting en versiering

Voor verlichting zorgden in alle boedels de kandelaar, de blaker, het lampje en de lantaarn. Kaarsen werden door de notarissen nagenoeg nooit vermeld. Speciaal genoemd dient de slons, een klein lantaarntje, dat aan één kant licht geeft18). In vroege Noordhollandse geschriften is dit woord heel gewoon. Een Hoornse keur van 1534 vermeldt, dat niemand na 10 uur nog op straat mocht komen, “tenzij dat dezelve een lantaarn ofte slonsgen in zijn hand hebbe”.

Slonsje, een klein soort lantaarn. Slonsje, een klein soort lantaarn. Illustratie uit “Sinnepoppen” door Roemer Pietersz. Visser, 1614. (Foto: Cees de Kroon)

Als decoratie golden diverse porseleinen en Delftse schotels, die op richels, schoorsteenmantel, in “rakken” (rekken) of op kasten te pronk werden gezet. Zeer geliefd was een “Japans stel van vijf”19) op de “gladde kas” en ook de zogenaamde “boterschoteltjes” (een groot formaat schoteltje rond of ovaal) waren zeer in trek. Opvallend is de term kloostergoed in boedels van katholieken, waarvoor ik nog geen verklaring heb kunnen vinden. Als wandversiering kwamen in de eenvoudige boedels “gemeene schilderijtjes” voor met als onderwerp “blomstukken”, “landschappen”, “de 5 zinnen”, “zeetjes” en “een chirurgijn”. Voorts tekeningen en “prentebordjes” met glas en zogenaamde “domineesbordjes” of “preekbordjes” met “Liefde en Eendragt”, “Vreede en Vrijheit”20). Aaltje Dirks van Rijssen21), die de kost verdiende met bezems binden voor de stad, de Admiraliteit en de remonstrantse kerk, bezat in totaal wel 20 schilderijtjes, o.a. één met het “Enge Poortje”. Niet duidelijk is, welk Hoorns poortje hiermee is bedoeld. In de grotere Hoornse boedels worden de schilderijen door een “konstkenner” aan de notaris opgegeven. Jacobus Hofman aan het Oost22), zeer vermogend en in het bezit van de heerlijkheid Giessen-Ouderkerk had ongeveer 70 schilderijen in zijn bezit, waaronder vele “pourtraiten, waterverwen” en enkele“pennekonsten”. Ook “knipwerk” en “merkdoeken” met glas kwamen een enkele maal in de boedels voor. In alle boedels kon men nog wel een spiegel vinden, met “bruine”, “gladde”, “olijve” tot vergulde lijst aan toe, soms ook nog een “weerglas” of “barremeter”. Een “hangklokje” of “wekkertje” ontbrak bijna nooit en ook werd enkele malen een koekoeksklok aangetroffen. Bij de hoogste vermogensklassen waren de staande horloges in de mode. Dit type klok werd ook in de Noordelijke Nederlanden vervaardigd en beleefde zijn bloeitijd in de 18e eeuw.

Boeken

Het boekenbezit kon zeer sterk variëren en bestond voornamelijk uit religieuze werken. Boekdrukker en -verkoper Jeuriaan Bakker23) had naast deze kerkelijke boeken o.a. nog de gedichten van Huygens, “Koornbloesem”, de “Cronyk van Hoorn” van 1648, “Schilderkonst” van Carel van Mander en de “Economische liedjes” van Betje Wolff in zijn winkel. De hiervoor genoemde bezembindster Aaltje Dirks had 21 boeken, o.a. “Trouring” van Jacob Cats. Christoffel Lankert, wonend in de Jodenstraat (nu het Jeudje) had “Hoorns Buitensingel” van Westerop in zijn boekenkast24).

Een 'pennekonst' zoals Jacobus Hofman bezat. Een 'pennekonst' zoals Jacobus Hofman bezat, Verzameling Westfries Museum. (Foto H. van Maarn)

Het zou in dit artikel té ver voeren op àlle meubels en voorwerpen in te gaan. Duidelijk is dat er nog veel te onderzoeken valt. Zo zouden we nog wel willen weten, wat een “zusterpannetje” is, “licht overgeblazen messen”, een “illuminatiemachine” of een “pagterspelletje”.

18) G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal (Leiden 1897).
19) Hiermee wordt waarschijnlijk het Japanse z.g. 3- of 5-kleuren-Imari porselein bedoeld.
20) NA 2591-7. MOB ƒ. 15,-.
21) NA 2581-31. MOB ƒ. 3,-.
22) NA 2588-19. MOB ƒ. 30,-.
23) Na 2590-33. MOB ƒ. 3,-.
24) Na 2590-33. MOB ƒ. 3,-.

Geraadpleegde literatuur: Th.H. Lunsingh Scheurleer, Van baardvuur tot beeldscherm (Leiden 1961).
Levenslang zitten (Den Haag 1977)
Jet Pijzel-Domisse, 't Is poppe goed en anders niet (Bussum 1980)
Karel Braun en Arie Zwart, Elseviers boerenantiekboek (Amsterdam 1982)
H. van Koolbergen, “De materiële cultuur van Weesp en Weesperkarspel”. Volkskundig Bulletin 9 (1983)
Th. Wijsenbeek-Olthuis, Achter de gevels van Delft. (Hilversum 1987)