Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Winkelassortiment

Het winkelassortiment vindt u op ons verenigingsadres: Onder de Boompjes 22, meer informatie vindt u hier

Winkelartikel: Karperkuil, een 17e-eeuwse scheepswerf in Hoorn - Hoorn onder ons (nr. 2) Opgravingsbulletin Archeologische Dienst

Karperkuil, een 17e-eeuwse scheepswerf in Hoorn

Hoorn onder ons (nr. 2) Opgravingsbulletin Archeologische Dienst


Auteur
Walle - van der Woude, Drs. T.Y. van de
Uitgever
Gemeente Hoorn
Jaar
2003
Prijs
€ 3,50


Behalve in Hoorn zijn de laatste jaren ook scheepswerven opgegraven in Amsterdam en Zaandam. Het is interessant om ze met elkaar te vergelijken. De werf aan de Karperkuil in Hoorn blijkt zowel overeenkomsten als verschillen met de andere twee te vertonen. Zo is net als in Zaandam sprake van een opgehoogd terrein, waarop een houten werkvloer is aangebracht. Dit in tegenstelling tot de VOC-werf in Amsterdam, waar de fundering van de helling in hout is uitgevoerd en de werkvloer zelf uit een opgebracht klei- en houtsnipperpakket bestaan heeft.
Een geheel eigen element van de Hoornse werf vormen de keermuur en de bakstenen poeren, waarop een zware balk gerust heeft ter ondersteuning van de kielbalk van het te bouwen schip. Dit in tegenstelling tot de Zaanse en Amsterdamse werven, waar het schip direct op de werkvloer zelf lijkt te hebben gerust.
Voor het verklaren van de overeenkomsten en verschillen moet zowel rekening gehouden worden met de aard en omvang van de desbetreffende scheepswerven als de datering ervan. Zo gaan de werven in Zaandam deels vooraf aan de Hoornse werf, terwijl de Amsterdamse VOC-werf pas uit de tweede helft van de 17e eeuw dateert. De werven in Zaandam waren het resultaat van particulier initiatief terwijl de Hoornse en Amsterdamse werf onderdeel vormden van een geplande en grootschalige inrichting van een nieuwe locatie als scheepswerventerrein. De werf in Zaandam laat zien dat verzakkingen van de werkvloer, ongetwijfeld als gevolg van de zware schepen die er gebouwd werden, reparaties in de vorm van het aanbrengen van nieuwe vloeren noodzakelijk maakten. Op de VOC-werf in Amsterdam lijkt dit probleem te zijn opgelost door eerst een stevige fundering in hout te leggen, waarna een werkvloer van klei en houtsnippers aangebracht werd. Eventuele verzakkingen in daarop volgende jaren konden in dat geval snel en makkelijk verholpen worden door het aanbrengen van nieuwe ophogingen. De werf in Hoorn lijkt qua oplossing voor dit probleem een middenpositie in te nemen. Weliswaar is nog steeds sprake van een houten werkvloer, zoals in Zaandam, maar de kielbalk van de te bouwen schepen rustte niet direct op de werkvloer, maar werd ondersteund door een muur en bijbehorende bakstenen poeren. Voor het verklaren van de waargenomen overeenkomsten en verschillen moet echter nog meer onderzoek verricht worden naar de opbouw van scheepswerven in Hoorn en daarbuiten.
Tosca van de Walle - van der Woude (gemeentelijk Archeoloog Hoorn)

----
Hoorn heeft als een van de zes VOC-steden een belangrijk aandeel gehad in de wereldwijde scheepvaart van de Republiek in de 17e en 18e eeuw. De ontwikkeling tot havenstad begon in de eerste helft van de 16e eeuw, maar de echte bloeiperiode voor de Hoornse scheepsbouw en scheepvaart brak aan in de 17e eeuw. Archeologische overblijfselen van dit maritieme verleden van Hoorn zijn tot nu toe maar nauwelijks aan het daglicht gekomen. Het archeologisch onderzoek van havens, scheepswerven of andere maritieme nijverheidsplaatsen staat sowieso nog in de kinderschoenen. Dit komt vooral doordat deze vindplaatsen vaak op industriƫle terreinen langs het water liggen die lang in gebruik bleven. Door de voortschrijdende planologische ontwikkelingen krijgen deze gebieden herbestemmingen en komt er daarmee langzamerhand meer gelegenheid tot opgravingen ter plekke. Voorbeelden hiervan zijn de opgravingen van scheepswerven aan de Hogendijk langs de Zaan in Zaandam in 1998 en van de VOC-werf Oostenburg in Amsterdam in 2000-2002.

In dit opzicht is het recente (2000-2001) onderzoek aan de Karperkuil van groot belang. In het opgravingsgebied op de hoek van het Kleine Oost en de ABC zijn tal van sporen aangetroffen die verband houden met de ontwikkeling van dit stedelijk gebied tot haven. Naast de vondst van een 16e-eeuwse dijk met een straatje en de fundamenten van een oude graanmolen, die op de stadsplattegrond van 1582 nog te zien is, waren verreweg de meest belangrijke ontdekkingen de restanten van een 17e-eeuwse scheepshelling aan de havenoever en enkele bedrijfsgebouwen. In de 18e eeuw kwamen de werven buiten gebruik en werd het terrein heringericht. Dankzij deze archeologische opgravingen wordt onze kennis over historische scheepsbouwinstallaties en scheepsbouwpraktijk weer uitgebreid en komt er tegelijkertijd nieuwe informatie beschikbaar over de inrichting van een bijzonder stukje Hoorn aan het water.
Jerzy Gawronski (stadsarcheoloog Amsterdam)